Gebruik altijd deze structuur:
- Situatie: Wat was de aanleiding? Wie had hulp nodig?
- Actie: Wat deed de club/lid? (kort, feitelijk)
- Impact: Wat veranderde er voor de persoon?
- Emotie: Wat voelde het? (quote of beschrijving)
Voorbeeld: "Mevrouw Jansen (82) kon al 3 jaar niet meer naar de ontmoetingsruimte vanwege haar dementie (situatie). Onze club financierde een begeleide transportdienst (actie). Nu komt ze weer elke woensdag (impact). 'Ik ben weer een mens,' zei ze bij haar eerste bezoek (emotie)."