# REACH Kennisdossier v3.0 ## — Met Phoenix Metals B.V. als Concrete Casus — **Document**: Kennisdossier REACH Verordening (EG) Nr. 1907/2006 **Versie**: 3.0 **Datum**: 26 april 2026 **Opdrachtgever**: Jorick (Director, Safety Mission Control) **Auteur**: HSEQ Specialist (Kas-familie) **Classificatie**: Intern — Project 2026-reach-phoenix-metals-v2 **Referentiekader**: REACH (EG 1907/2006), CLP (EG 1272/2008), ECHA Guidance Documents --- # DEEL 1: INLEIDING & KADER ## 1.1 Wat is REACH? REACH is de afkorting van **Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemicals**. Het is Verordening (EG) Nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende de registratie, evaluatie, autorisatie en beperking van chemische stoffen. De verordening is op 1 juni 2007 in werking getreden. REACH is het meest uitgebreide chemische regelgevingskader ter wereld. Het legt de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van chemische stoffen bij de industrie zelf — het zogenaamde **"no data, no market"**-principe. Wie een stof op de Europese markt wil brengen, moet aantonen dat deze veilig gebruikt kan worden. ### Historische context Voor REACH bestond er een gefragmenteerd systeem van meer dan 40 verschillende regelgevingskaders voor chemische stoffen in de EU. Het bestaande stoffenbeleid (Existing Substances Regulation EEC 793/93) was traag en incompleet: van de circa 100.000 stoffen die op de markt waren, waren er slechts enkele honderden systematisch beoordeeld. Nieuwe stoffen (na 1981) moesten wel worden getest, maar bestaande stoffen genoten een de facto vrijstelling. De Europese Commissie presenteerde in februari 2001 haar Witboek *Strategie voor een nieuw chemisch beleid* (COM(2001)88). Na jaren van debat in het Europees Parlement en de Raad werd REACH op 18 december 2006 aangenomen. De uitvoering geschiedde in fasen, met registratiedeadlines in 2010, 2013 en 2018. ### Doelstellingen REACH kent vier hoofddoelstellingen (artikel 1.1): 1. **Bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu** — door early identification van eigenschappen van chemische stoffen. 2. **Bevordering van alternatieve methoden** — ter beoordeling van de gevaren van stoffen, met als doel het verminderen van dierproeven. 3. **Vrije circulatie van stoffen op de interne markt** — harmonisatie van regelgeving. 4. **Verhoging van concurrentievermogen en innovatie** — door verantwoordelijkheid bij de industrie te leggen. ### Principe: No Data, No Market Het fundamentele uitgangspunt van REACH is dat stoffen niet op de EU-markt mogen worden gebracht (gefabriceerd of geïmporteerd) in hoeveelheden van 1 ton per jaar of meer, tenzij ze zijn geregistreerd bij de European Chemicals Agency (ECHA). Dit geldt voor alle chemische stoffen — niet alleen gevaarlijke. ## 1.2 Verhouding met Andere Regelgevingskaders REACH functioneert niet geïsoleerd. Het verkeert in een complex krachtenveld met diverse andere Europese en nationale regelgevingskaders. Voor Phoenix Metals B.V. zijn de volgende kaders het meest relevant: ### REACH en CLP (EG 1272/2008) De CLP-verordening (Classification, Labelling and Packaging) is de Europese implementatie van het UN GHS (Globally Harmonised System). CLP en REACH zijn complementair: - **CLP** regelt de indeling (classificatie), etikettering en verpakking van stoffen en mengsels. - **REACH** regelt de registratie, evaluatie, autorisatie en beperking van stoffen. CLP-leveranciers moeten stoffen en mengsels indelen op basis van hun intrinsieke eigenschappen (Titel I CLP). Deze indeling is input voor REACH: de CSR (Art. 14), de SDS (Art. 31), de autorisatieprocedure (Art. 57) en de beperkingen (Art. 67) zijn allemaal gebaseerd op CLP-classificaties. Voor Phoenix Metals betekent dit: elke stof die wordt geproduceerd (V₂O₅, vanadium-elektrolyt) moet conform CLP worden ingedeeld en geëtiketteerd voordat REACH-verplichtingen kunnen worden vervuld. ### REACH en Biocidenverordening (EU 528/2012) De Biocidenverordening regelt het op de markt brengen en gebruiken van biociden. Er is een belangrijk raakvlak met REACH: - Stoffen die uitsluitend worden gebruikt in biociden, zijn onderworpen aan de Biocidenverordening en worden **beschouwd als geregistreerd** onder REACH (Art. 15(2) Biocidenverordening). - De reversering geldt niet: REACH-verplichtingen gelden onverkort voor stoffen die ook in andere toepassingen worden gebruikt. Voor Phoenix Metals is dit kader minder relevant, aangezien vanadiumverbindingen niet als biocide worden gebruikt. ### REACH en Arbowet (Wet Arbeidsomstandigheden) De Arbowet (en het Arbobesluit) stelt eisen aan de bescherming van werknemers tegen blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Het Arbobesluit bevat werkplekgrenswaarden (Occupational Exposure Limits, OEL's) die direct doorwerken in de REACH-SDS (rubriek 8). REACH en Arbowet versterken elkaar: - REACH levert de informatie (SDS, blootstellingsscenario's) die nodig is om aan Arbowet-verplichtingen te voldoen. - Arbowet eist dat werkgevers maatregelen nemen op basis van deze informatie. Voor Phoenix Metals betekent dit: de SDS'en van grondstoffen (H₂SO₄, NaOH) bevatten OEL's die direct bepalend zijn voor de arbeidsomstandigheden op de PlantOne-locatie. ### REACH en Wet milieubeheer / Omgevingswet Op federaal niveau koppelt REACH aan de Wet milieubeheer (thans Omgevingswet) via vergunningsplichten en emissiegrenswaarden. De RIVM-richtlijnen voor blootstellingsbeoordeling sluiten aan bij de REACH-methodologie. ### REACH en PGS 15 PGS 15 (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) is de Nederlandse richtlijn voor de opslag van gevaarlijke stoffen. PGS 15 is geen onderdeel van REACH, maar de classificaties die aan de basis van PGS 15 liggen (ADR-klassen) zijn direct afgeleid van CLP/REACH-indelingen. Voor Phoenix Metals is PGS 15 van toepassing op de opslag van H₂SO₄ en NaOH (ADR-klasse 8). ## 1.3 Scope: Wie valt eronder? REACH onderscheidt vier hoofdcategorieën van marktdeelnemers, elk met specifieke verplichtingen (Art. 3): ### Fabrikant (Art. 3(8)) "Een in de EU gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de EU een stof vervaardigt." Een fabrikant vervaardigt een stof door een chemisch proces, extractie of raffinage. De fabrikant is verplicht tot registratie als de productie ≥1 ton/jaar bedraagt. **Phoenix Metals**: indien Phoenix Metals V₂O₅ vervaardigt uit SARU ash/staalslakken door middel van een hydrometallurgisch proces, kwalificeert dit als productie in de zin van REACH. ### Importeur (Art. 3(9)) "Een in de EU gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die voor de invoer verantwoordelijk is." Import omvat de fysieke introductie van een stof vanuit een derde land op de douanegebied van de EU. De importeur is de fiscale verantwoordelijke. ### Enige Vertegenwoordiger / Only Representative (OR, Art. 8) "Een in de EU gevestigde persoon aangewezen om de verplichtingen van importeurs te vervullen." Een niet-EU-fabrikant kan een OR aanwijzen om de REACH-verplichtingen namens hem/haar uit te voeren. De OR neemt de rol van importeur over. ### Downstreamgebruiker (DU, Art. 3(12)) "Een in de EU gevestigde persoon, niet zijnde een fabrikant of importeur, die een stof gebruikt bij zijn industriële activiteiten of beroepsactiviteiten." Een DU hoeft niet te registreren, maar heeft wel specifieke verplichtingen (Art. 37-39). **Phoenix Metals**: in de demo-fase fungeert Phoenix Metals primair als downstreamgebruiker van geregistreerde grondstoffen. Naarmate de productie schaalt, verschuift de rechtspositie. ### Distributeur Een distributeur is degene die een stof slechts opslaat en doorplaatst in de toeleveringsketen (Art. 3(13)). Distributeurs hebben beperkte REACH-verplichtingen: zij moeten SDS'en doorgeven en informatie verstrekken, maar hoeven niet te registreren. ### Producenten van voorwerpen Voorwerpen (objects) met een speciale vorm die de functie meer bepaalt dan de chemische samenstelling, vallen grotendeels buiten de registratieplicht. Uitzondering: als een stof in een voorwerp **bedoeld is om vrij te komen** (intended release) én >1 ton/jaar bedraagt (Art. 7.1), of als het voorwerp een SVHC bevat >0,1% w/w (Art. 7.2, 33). ### Overige definities (Art. 3) | Begrip | Definitie | Relevantie | |--------|-----------|------------| | Tussenproduct | Stof vervaardigd voor en verbruikt in een chemische reactie | Niet-geïsoleerd: vrijgesteld. Locatiegebonden/vervoerd: beperkte registratie (Art. 17-18) | | PPORD | Onderzoek en ontwikkeling gericht op producten en procédés | Vrijgesteld van registratie na kennisgeving, 5 jaar (Art. 9) | | Polymeer | Stof met sequentie monomeereenheden | Polymeer zelf vrijgesteld; monomeren ≥2% en ≥1 ton wel registratieplicht | | Mengsel | Samenstel van stoffen, niet ontstaan bij chemische reactie | Mengsel als zodanig niet registreerbaar; stoffen erin wel | ## 1.4 Phoenix Metals als Rode Draad Phoenix Metals B.V. is een start-up die vanadium extracteert uit secundaire grondstoffen (SARU ash en staalslakken) via een hydrometallurgisch proces. De locatie is PlantOne Rotterdam. Het bedrijf bevindt zich in de demo-fase en schaalt op naar pilot en FOAK (First-Of-A-Kind). De REACH-uitdagingen voor Phoenix Metals zijn representatief voor een bredere categorie MKB-bedrijven in de circulaire economie: 1. **Grondstoffen** (H₂SO₄, NaOH, Al₂(SO₄)₃, CaO, Mg(OH)₂, Ca(OH)₂) zijn geregistreerde stoffen — downstreamgebruik volstaat. 2. **Producten** (V₂O₅, vanadium-elektrolyt) zijn stoffen die Phoenix Metals zelf voortbrengt — de vraag is of REACH-registratieplicht geldt. 3. **SVHC's** (V₂O₅ is sinds 2023 op de kandidaatlijst) — autorisatieverplichtingen liggen op de loer bij opschaling >1 ton/jaar. 4. **End-of-Waste** — de status van de grondstoffen (afvalstof vs. product) bepaalt of REACH überhaupt van toepassing is. Door het gehele kennisdossier zal Phoenix Metals als concrete casus dienen ter illustratie van de abstracte REACH-bepalingen. --- # DEEL 2: REACH VERORDENING — ARTIKELSGEWIJS ## 2.1 Titel I: Algemene Bepalingen (Art. 1-4) ### Artikel 1 — Doel en toepassingsgebied REACH heeft tot doel een hoog beschermingsniveau te waarborgen voor de gezondheid van de mens en het milieu, inclusief de bevordering van alternatieve methoden voor de beoordeling van gevaren van stoffen (Art. 1.1). De verordening is van toepassing op het vervaardigen, op de markt brengen en gebruiken van stoffen als zodanig, in mengsels of in voorwerpen (Art. 1.2). ### Artikel 2 — Vrijstellingen De volgende stoffen zijn vrijgesteld van REACH (Art. 2): | Vrijstelling | Grond | Relevantie Phoenix Metals | |-------------|-------|--------------------------| | Radioactieve stoffen | Euratom-verdrag | Niet van toepassing | | Douanetoezicht | Tijdelijke opslag | Niet van toepassing | | Afval | Kaderrichtlijn Afval | Relevant: SARU ash = afvalstof tot EoW | | Vervoerde gevaarlijke stoffen | ADR/RID/IMDG/IATA | Logistiek H₂SO₄/NaOH | | Levensmiddelen, geneesmiddelen | Specifieke wetgeving | Niet van toepassing | **Belangrijk voor Phoenix Metals**: Afval is vrijgesteld van REACH. De vraag is dus: op welk moment houdt SARU ash op een afvalstof te zijn en wordt het een stof in de zin van REACH? Dit is het End-of-Waste (EoW)-vraagstuk (zie Deel 6). ### Artikel 3 — Definities De kerndefinities zijn behandeld in Deel 1.3. Art. 3 bevat in totaal 23 definities die het gehele regelgevingskader dragen. ### Artikel 4 — Verplichtingen van marktdeelnemers Art. 4 stelt dat fabrikanten, importeurs en downstreamgebruikers moeten ervoor zorgen dat zij de stoffen die zij vervaardigen, op de markt brengen of gebruiken, voldoen aan de bepalingen van REACH. Dit is de algemene zorgplicht. ## 2.2 Titel II: Registratie (Art. 5-24) ### Artikel 5 — Geen gegevens, geen markt Het kernbeginsel van REACH: "Stoffen als zodanig of in mengsels mogen niet in de EU worden vervaardigd of op de markt worden gebracht door fabrikanten of importeurs, indien zij niet zijn geregistreerd overeenkomstig de relevante bepalingen van deze titel." Dit artikel is de hoeksteen van REACH. Het impliceert dat elke stof die op de EU-markt wordt gebracht in een hoeveelheid van ≥1 ton/jaar per fabrikant of importeer moet zijn geregistreerd bij de ECHA. **Phoenix Metals**: V₂O₅ (CAS 1314-62-1) is een geregistreerde stof. Echter, als Phoenix Metals V₂O₅ voortbrengt uit afvalstromen, is de vraag of dit als "vervaardigen" (nieuwe registratie) of als "hergebruik van gerecycleerde stof" (Art. 2(7)(d), vrijgesteld) kwalificeert. ### Artikel 6 — Verplichting tot registratie Elke fabrikant of importeur van een stof ≥1 ton/jaar moet een registratie indienen (Art. 6.1). De registratie omvat het technisch dossier (Art. 10) en, indien van toepassing, het chemischeveiligheidsrapport (CSR, Art. 14). ### Artikel 7 — Stoffen in voorwerpen Stoffen in voorwerpen zijn onderworpen aan registratie indien: - De stof is **bedoeld om vrij te komen** (intended release) bij normaal gebruik, én de hoeveelheid bedraagt >1 ton/jaar (Art. 7.1). - De stof is een **SVHC** en is aanwezig in een concentratie >0,1% w/w, in een hoeveelheid >1 ton/jaar (Art. 7.2 — niet registratie maar kennisgeving). ### Artikel 8 — Enige vertegenwoordiger (OR) Een buiten de EU gevestigde natuurlijke of rechtspersoon kan een in de EU gevestigde persoon aanwijzen als enige vertegenwoordiger (Only Representative). De OR: - Neemt alle verplichtingen van de importeur over (Art. 8.2). - Moet voldoende middelen hebben om aan deze verplichtingen te voldoen (Art. 8.2). - Biedt bescherming aan downstreamgebruikers in de EU. ### Artikel 9 — PPORD (Product and Process Orientated Research and Development) PPORD is een belangrijke vrijstelling: stoffen die uitsluitend worden gebruikt voor product- en procesonderzoek en -ontwikkeling, zijn vrijgesteld van registratie na een kennisgeving aan de ECHA (Art. 9.1). De vrijstelling geldt voor 5 jaar, verlengbaar met nog eens 5 jaar (Art. 9.4). **Phoenix Metals**: In de demo-fase (≤60 kg V₂O₅) kwalificeert het proces als PPORD. Phoenix Metals kan een PPORD-notificatie indienen bij de ECHA om de demo-activiteiten uit te voeren zonder volledige registratie. ### Artikel 10 — Inhoud van de registratie (Technisch Dossier) Het technisch dossier bevat de volgende onderdelen: | Nr. | Onderdeel | Beschrijving | |-----|-----------|-------------| | 1 | Identiteit fabrikant/importeur | Naam, adres, contactpersoon | | 2 | Identiteit stof | Naam, EG-nummer, CAS-nummer, samenstelling | | 3 | Informatie over vervaardiging en gebruik | Procesbeschrijving, gebruikscategorieën | | 4 | Indeling en etikettering | CLP-classificatie | | 5 | Richtsnoeren voor veilig gebruik | Veiligheidsinformatie | | 6 | Onderzoekssamenvattingen | Samenvattingen van uitgevoerde testen | | 7 | Uitgebreide onderzoekssamenvattingen | Gedetailleerde rapportages | | 8 | Testvoorstellen | Nieuwe testen Bijlage IX/X | | 9 | Informatie over blootstelling | Voor 1-10 ton/jaar: blootstellingsinformatie | | 10 | Vertrouwelijkheidsverzoeken | Zakelijke vertrouwelijkheid | ### Artikel 11 — Gezamenlijke indiening (OSOR) Art. 11 implementeert het **OSOR-beginsel** (One Substance, One Registration): alle registranten van dezelfde stof moeten hun registratie gezamenlijk indienen (Art. 11.1). Dit bevordert gegevensdeling en voorkomt onnodige dierproeven. De gezamenlijke indiening omvat: - Gemeenschappelijk deel: stofidentiteit, fysisch-chemische eigenschappen, toxicologische en ecotoxicologische gegevens. - Individueel deel: bedrijfsidentiteit, tonnage, specifieke gebruiksinformatie. **Opt-out** (Art. 11.3): Een registrant kan afzonderlijk informatie indienen (opt-out) indien: - Het gezamenlijke deel onevenredig kostbaar is. - Men het oneens is met de hoofdfiling. - Men vertrouwelijke informatie wil beschermen. Opt-out leidt tot hogere registratiekosten en extra ECHA-scrutiny. ### Artikel 12 — Informatie-eisen per tonnageklasse De diepgang van het technisch dossier is afhankelijk van de geproduceerde of geïmporteerde hoeveelheid: | Tonnageklasse | Bijlagen | CSR verplicht? | Toelichting | |--------------|---------|---------------|-------------| | 1-10 ton/jaar | VII | Nee | Basisset fys-chem, toxicologisch, ecotox | | 10-100 ton/jaar | VII + VIII | Ja (bij gevaar) | Uitbreiding met langdurige toxiciteit | | 100-1000 ton/jaar | VII + VIII + IX | Ja | Subchronische toxiciteit, reproductie | | ≥1000 ton/jaar | VII + VIII + IX + X | Ja | Volledig pakket incl. chronische studies | **Phoenix Metals**: In de pilot-fase (0,5-3 ton/jaar V₂O₅) valt de stof in de 1-10 ton/jaar klasse. Bij opschaling >10 ton/jaar wordt de CSR verplicht en nemen de informatie-eisen aanzienlijk toe. ### Artikel 14 — Chemischeveiligheidsrapport (CSR) Het CSR is verplicht voor registranten die ≥10 ton/jaar van een stof vervaardigen of importeren (Art. 14.1). Het rapport bestaat uit twee delen: **Deel A**: - Samenvatting van de risicobeheersmaatregelen. - Implementatie van de blootstellingsscenario's. **Deel B**: - Identificatie van de stof. - Fysisch-chemische eigenschappen. - Gevarenbeoordeling (classificatie). - PBT/zPzB-beoordeling. - Blootstellingsbeoordeling (indien gevarenklassen of PBT/zPzB). - Risicokarakterisatie (RCR < 1 voor alle blootstellingsroutes). ### Artikel 15 — Geen registratieplicht in specifieke gevallen Bepaalde stoffen zijn vrijgesteld van registratie: - Stoffen in Bijlage IV (minimaal risico, zoals water, stikstof, edelmetalen). - Stoffen die voldoen aan Bijlage V (natuurlijke stoffen niet chemisch gewijzigd). - Gerecycleerde stoffen (Art. 2(7)(d)), mits reeds geregistreerd. - Wederingevoerde stoffen (Art. 2(7)(c)). - Polymeren (het polymeer zelf; monomeren wel indien ≥2% en ≥1 ton/jaar). **Phoenix Metals**: Art. 2(7)(d) is de sleutelbepaling — als V₂O₅ uit SARU ash wordt gewonnen en kwalificeert als "recovered substance" die reeds is geregistreerd, is Phoenix Metals vrijgesteld van registratie. Dit vereist een **sameness check**: de gerecycleerde V₂O₅ moet identiek zijn aan de reeds geregistreerde stof. ### Artikel 16-18 — Tussenproducten Tussenproducten kennen een versoepeld regime: | Type | Definitie | REACH-regime | |------|-----------|-------------| | Niet-geïsoleerd | Blijft in reactievat/systeem | Volledig vrijgesteld (Art. 2(1)(c)) | | Locatiegebonden geïsoleerd | Geïsoleerd maar niet getransporteerd | Vereenvoudigde registratie (Art. 17) | | Vervoerd geïsoleerd | Geïsoleerd en getransporteerd | Standaard registratie, maar minder gegevens nodig (Art. 18) | ### Artikel 22 — Termijnen aanpassingen Na registratie moeten wijzigingen tijdig worden doorgegeven: | Type wijziging | Termijn | Omschrijving | |---------------|---------|-------------| | Identiteit fabrikant/importeur | 3 maanden | Wijziging naam, adres of contactgegevens | | Samenstelling stof | 3 maanden | Nieuwe onzuiverheden, additieven, afwijkende kwaliteit | | Tonnageband | 3 maanden | Overschrijding naar hogere band (bijv. 1-10 → 10-100) | | Nieuw gebruik | 3 maanden | Toepassing buiten geregistreerde uses | | Nieuwe risico-informatie | 6 maanden | Classificatiewijziging, nieuwe gevaren | | Wijziging indeling/etikettering | 6 maanden | Aanpassing CLP-classificatie | | Testvoorstel | 6 maanden | Nieuwe testvoorstel Bijlage IX/X | | CSR aanpassing | 12 maanden | Herziening blootstellingsbeoordeling | | Veiligheidsrichtsnoeren aanpassing | 12 maanden | Update van RMM's in ES | **Mederegistranten**: Mederegistranten moeten wijzigingen doorgeven binnen 3 maanden na de hoofdfiling, of binnen 9 maanden voor CSR-wijzigingen (Art. 22.2). ### Artikel 23 — Registratienummers Na succesvolle registratie verstrekt de ECHA een registratienummer met de structuur: 01-xxxxxx-xxxx-xx-xxxx (18 cijfers). Het nummer bevat informatie over: - 01: REACH-verordening - xxxxxx: ECHA identificatiecode registrant - xxxx: volgnummer registratie - xx: registratietype (bijv. 04 = joint submission) - xxxx: registratiejaar Het registratienummer moet op het etiket en de SDS worden vermeld (Art. 31). ### Artikel 24 — Beperking van toegang tot vertrouwelijke informatie ECHA kan vertrouwelijke informatie beschermen tegen openbaarmaking. Bedrijven kunnen verzoeken om: - Zakelijke vertrouwelijkheid (bijv. productformulering) - Fysicochemische eigenschappen (indien competitief nadeel) Deze verzoeken moeten bij registratie worden ingediend met rechtvaardiging (Art. 10.2(10)). --- ## 2.3 Titel III: Gegevensuitwisseling (Art. 25-54) ### Artikel 25 — Billijke vergoeding en gegevensdeling Het beginsel van gegevensdeling is cruciaal voor REACH: dierproeven moeten zoveel mogelijk worden voorkomen door het delen van bestaande gegevens. Art. 25 stelt: - Potentiële registranten moeten bestaande gegevens delen (Art. 25.1). - Een billijke vergoeding moet worden betaald voor gebruik van andermans gegevens (Art. 25.2). - Na 12 jaar is de vergoedingsplicht vervallen — gegevens zijn gratis beschikbaar (Art. 25.3). **12-jaar regel**: Dit beschermt data-eigenaren de eerste 12 jaar na indiening, waarna de gegevens vrijelijk gebruikt kunnen worden door andere registranten. ### Artikel 26 — Inquiry procedure De inquiry procedure is bedoeld om te bepalen of een stof reeds is geregistreerd: 1. Potentiële registrant dient inquiry bij ECHA in. 2. ECHA controleert of de stof reeds geregistreerd is. 3. Indien geregistreerd, bevordert ECHA contact tussen de nieuwe registrant en de bestaande registranten. **Phoenix Metals**: Voordat Phoenix Metals een registratie overweegt voor V₂O₅, moet eerst een inquiry worden uitgevoerd. Gezien V₂O₅ een bekende stof is, zal de inquiry tonen dat deze reeds geregistreerd is door meerdere bedrijven. De vraag is dan: kan Phoenix Metals aansluiten bij een bestaande joint submission? ### Artikel 27 — Gegevensuitwisseling Artikel 27 bepaalt de gedetailleerde regels voor gegevensdeling: - **Art. 27.1**: Een registrant kan verzoeken om informatie van eerdere registranten. - **Art. 27.2**: Eerdere registranten zijn verplicht te reageren en informatie te verstrekken. - **Art. 27.3**: De kosten moeten billijk, transparant en niet-discriminerend worden verdeeld. - **Art. 27.5**: Bij geen overeenstemming kan bemiddeling door ECHA worden gevraagd. - **Art. 27.6**: ECHA kan een bindende beslissing nemen over kostenverdeling. ### Uitvoeringsverordening (EU) 2016/9 Deze verordening definieert de regels voor billijke kostenverdeling: - **Transparantie**: Alle kosten moeten worden gespecificeerd en verantwoord. - **Billijkheid**: Alleen relevante kosten mogen worden gedeeld; geen onevenredige vergoedingen. - **Terugbetalingsmechanisme**: Registranten moeten worden gecompenseerd indien de bijdrage te hoog was. - **Documentatie**: Alle afspraken moeten 12 jaar worden bewaard. ### Letter of Access (LoA) Een Letter of Access is een overeenkomst tussen een registrant en een data-eigenaar om verwijzing naar onderzoeksgegevens voor registratiedoeleinden mogelijk te maken. De LoA bevat: - Kostenregeling (historische of vervangingskosten) - Correctiefactoren (bijv. voor gedeeld gebruik) - Voorwaarden voor gebruik van de gegevens **Phoenix Metals**: Als Phoenix Metals aansluit bij een joint submission van V₂O₅, zal een LoA moeten worden ondertekend met de data-eigenaren. De kosten variëren afhankelijk van de tonnageklasse en de hoeveelheid deelnemers in het consortium. --- ## 2.4 Titel IV: Informatie in de keten (Art. 31-36) ### Artikel 31 — Veiligheidsinformatiebladen (SDS) Het veiligheidsinformatieblad is het primaire instrument voor informatieoverdracht in de toeleveringsketen. SDS-verplichting geldt indien: - De stof of het mengsel is gevaarlijk ingedeeld conform CLP. - De stof is PBT, zPzB, of SVHC-kandidaat. - Mengsel bevat ≥1% gevaarlijke stof (0,2% gas). - Mengsel bevat ≥0,1% CMR cat 2, sensitiser of PBT/zPzB. - Op verzoek van een downstreamgebruiker. ### De 16 Rubrieken (Bijlage II) | Rubriek | Titel | Inhoud | |---------|-------|--------| | 1 | Identificatie stof/mengsel en vennootschap | Naam, adres, telefoonnummer leverancier | | 2 | Identificatie gevaren | CLP-classificatie, etikettering, pictogrammen | | 3 | Samenstelling en bestanddelen | % bestanddelen, SCL, M-factor, ATE | | 4 | Eerstehulpmaatregelen | Inademing, huid, ogen, inslikken | | 5 | Brandbestrijdingsmaatregelen | Brandbare eigenschappen, blusmiddelen | | 6 | Maatregelen bij accidenteel vrijkomen | Persoonlijke voorzorgsmaatregelen, milieu | | 7 | Hantering en opslag | Veilige hantering, opslagcondities | | 8 | Blootstellingsbeheersing/PBM | OEL's, DNEL's, PNEC's, RMM's | | 9 | Fysische en chemische eigenschappen | Uiterlijk, geur, kookpunt, vlampunt, etc. | | 10 | Stabiliteit en reactiviteit | Reactiegevaar, onverenigbaarheden | | 11 | Toxicologische informatie | Acute toxiciteit, corrosie, sensitisatie, etc. | | 12 | Ecologische informatie | Ecotox, persistentie, bioaccumulatie, PBT | | 13 | Verwijderingsinstructies | Afvalbehandeling, recycling | | 14 | Transportinformatie | UN-nummer, ADR-klasse, verpakking | | 15 | Regelgeving | REACH, CLP, nationale wetgeving | | 16 | Overige informatie | Versiedatum, bron, disclaimer | ### Taalvereisten Het SDS moet in de officiële taal van de lidstaat zijn (Nederlands in Nederland) (Art. 31.5). ### Bijwerking Het SDS moet worden bijgewerkt bij nieuwe relevante informatie (Art. 31.9). Bijwerking is verplicht indien: - Nieuwe gevareninformatie beschikbaar komt. - Classificatie of etikettering wijzigt. - Autorisatie of beperking wordt verleend. - Blootstellingsscenario's wijzigen. **Phoenix Metals**: Phoenix Metals moet voor al haar grondstoffen (H₂SO₄, NaOH, Al₂(SO₄)₃, etc.) SDS'en opvragen en in het Nederlands beschikbaar stellen. Voor V₂O₅ en vanadium-elektrolyt moet Phoenix Metals zelf SDS'en opstellen. ### Artikel 33 — Informatie over SVHC in voorwerpen Als een voorwerp een SVHC bevat in een concentratie >0,1% w/w en >1 ton/jaar, moet de leverancier op verzoek informatie verstrekken over (Art. 33): - De naam van de SVHC. - Veilig gebruik door de ontvanger mogelijk maken. Deze informatieplicht is beperkt, maar downstreamgebruikers moeten informatie doorgeven in de keten. ### Artikel 34-36 — Bewaarplicht en voorzichtigheidsmaatregelen Leveranciers en downstreamgebruikers moeten informatie bewaren gedurende 10 jaar na laatste levering of gebruik (Art. 36). --- ## 2.5 Titel V: Downstreamgebruikers (Art. 37-39) ### Artikel 37 — Controleplicht Downstreamgebruikers hebben een controleplicht: hun gebruik van een stof moet gedekt zijn door de blootstellingsscenario's (ES) die horen bij de SDS (Art. 37.1). **Stappenplan controle**: 1. **Informatie verzamelen**: Hoe wordt de stof feitelijk gebruikt? 2. **Risicobeheersmaatregelen (RMM) identificeren**: Welke maatregelen zijn er aanwezig? 3. **Vergelijken met ES**: Zijn de operationele omstandigheden (OC's) en RMM's in de ES adequaat? Als het gebruik NIET wordt gedekt door de ES, moet de DU actie ondernemen (Art. 37.2). ### Conclusies bij niet-dekking Bij niet-gedekt gebruik heeft de DU verschillende opties: a. **Vraag leverancier gebruik op te nemen in CSR** — Leverancier kan ES uitbreiden. b. **Pas eigen gebruiksomstandigheden aan** — Aanpassen proces om binnen ES te vallen. c. **Elimineer/vervang stof** — Zoek naar alternatieven. d. **Zoek andere leverancier** — Andere registrant kan wel de juiste ES leveren. e. **Stel eigen DU CSR op** — Laatste redmiddel (Art. 37.4). ### Artikel 38 — Informatieplicht Downstreamgebruikers moeten veilig gebruik doorgeven in de keten (Art. 38.1). Dit omvat: - Informatie over blootstellingsrisico's. - Informatie over risicobeheersmaatregelen. - Indien van toepassing: eigen DU CSR. ### Artikel 39 — DU CSR Als een stof wordt gebruikt buiten de ES, moet de DU een eigen chemischeveiligheidsrapport opstellen (Art. 39). **Vrijstellingen**: - Geen DU CSR verplicht bij <1 ton/jaar. - Geen DU CSR verplicht bij PPORD. **Termijnen**: - DU CSR opstellen: binnen 1 jaar na ontvangst SDS. - Melden aan ECHA: binnen 6 maanden na opstellen DU CSR. **Phoenix Metals**: In de demo-fase is Phoenix Metals een DU van geregistreerde grondstoffen (H₂SO₄, NaOH). Het gebruik moet worden getoetst aan de ES in de betreffende SDS'en. Voor eigen productie (V₂O₅) is Phoenix Metals een fabrikant, geen DU. --- ## 2.6 Titel VI: Evaluatie (Art. 40-54) ### Artikel 40-43 — Dossierbeoordeling De ECHA beoordeelt alle registraties om te controleren of ze voldoen aan de vereisten. #### Onderzoek testvoorstellen (Art. 40, 43) Alle testvoorstellen uit Bijlage IX/X worden door de ECHA onderzocht: - Termijn: 6 maanden na vaststelling noodzaak (12 maanden bij teststrategie groep). - Doel: voorkomen onnodige dierproeven, controleren betrouwbaarheid. - Het Comité voor Risicobeoordeling (RAC) adviseert. #### Nalevingscontrole (Art. 41) ECHA controleert of registranten aan alle verplichtingen voldoen: - Prioriteit: opt-out registraties. - Kan leiden tot verzoek om aanvullende informatie. ### Artikel 44-48 — Stoffenbeoordeling Stoffenbeoordeling richt zich op de risico's van stoffen voor de gezondheid van de mens en het milieu. - **Doel**: vaststellen of een stof risico vormt en of aanvullende informatie nodig is. - **Mechanisme**: bedrijven kunnen verplicht worden aanvullende informatie te verzamelen. - **Coordinatie**: Lidstaten sturen voorstellen in; de ECHA coördineert. ### Artikel 49-54 — Besluitvorming #### Beperkingen op dossieraanpassingen (Art. 50, 51) Tijdens evaluatie zijn aanpassingen aan het dossier beperkt. #### Registratie ongeldig (Art. 50.3) Als de vervaardiging wordt beëindigd tijdens de beoordeling, wordt de registratie ongeldig. #### Beroepsprocedures (Art. 51-52) Bedrijven kunnen in beroep gaan tegen ECHA-beslissingen. De beroepsprocedure wordt geregeld door de Board of Appeal. --- ## 2.7 Titel VII: Autorisatie (Art. 55-66) ### Artikel 57 — SVHC Criteria Stoffen met zeer zorgwekkende eigenschappen (SVHC) kunnen worden onderworpen aan autorisatie. De criteria zijn: | Artikel | Gevarenklasse | Referentie | |---------|--------------|------------| | 57(a) | Carcinogenicity Cat 1A/1B | CLP Bijlage I, sectie 3.6 | | 57(b) | Germ cell mutagenicity Cat 1A/1B | CLP Bijlage I, sectie 3.5 | | 57(c) | Reproductive toxicity Cat 1A/1B | CLP Bijlage I, sectie 3.7 | | 57(d) | PBT (Persistent, Bioaccumulative, Toxic) | REACH Bijlage XIII | | 57(e) | vPvB (very Persistent, very Bioaccumulative) | REACH Bijlage XIII | | 57(f) | Equivalent level of concern | Endocriene disruptors, respiratory sensitisation, etc. | **Phoenix Metals**: V₂O₅ (Vanadium(V) oxide, CAS 1314-62-1) is sinds 2023 op de kandidaatlijst als reprotoxisch 1B (H361fd). Dit heeft directe gevolgen voor Phoenix Metals bij opschaling >1 ton/jaar. ### Artikel 59 — Kandidaatlijst procedure De kandidaatlijst bevat alle stoffen die in aanmerking komen voor autorisatie. De procedure: 1. **Annex XV dossier**: Part I (hazard assessment) + Part II (prioritisation). 2. **CMR (57a,b,c)**: Volstaat met referentie aan CLP Bijlage VI. 3. **PBT/vPvB/ELOC (57d,e,f)**: Volledige details nodig. 4. **Publicatie**: Op ECHA website + Registry of SVHC intentions. ### Artikel 59-66 — Autorisatie procedure #### Bijlage XIV — Lijst van stoffen onderworpen aan autorisatie De lijst bevat SVHC's met specifieke datums: - **Sunset date**: Datum waarop gebruik verboden is tenzij autorisatie verleend. - **Latest application date**: Minstens 18 maanden vóór sunset date. #### Autorisatie routes Er zijn twee routes voor autorisatie: 1. **Adequate control**: Risico is adequaat beheerst (blootstelling < DNEL/PNEC). 2. **Socio-economic benefits**: Voordelen outweigh risico's, geen alternatieven. #### Evaluatie - **RAC**: Risk Assessment Committee — wetenschappelijke beoordeling (4-10 maanden). - **SEAC**: Socio-Economic Assessment Committee — maatschappelijke baten/kosten. - **Commissie**: Uiteindelijke beslissing (min. 6 maanden). ### Analysis of Alternatives (AoA) Het doel van de AoA is geschikte alternatieven te identificeren. Criteria voor een suitable alternative: - Veiliger dan de SVHC. - Technisch en economisch haalbaar. - Beschikbaar op de markt. **Substitution plan**: Indien alternatieven beschikbaar zijn, is een substitution plan verplicht. ### Socio-Economic Analysis (SEA) De SEA beschrijft het non-use scenario: - Wat gebeurt er als de stof niet meer wordt gebruikt? - Wat zijn de kosten en baten van vervanging? **Phoenix Metals**: Als Phoenix Metals >1 ton/jaar V₂O₅ produceert, is een autorisatieaanvraag verplicht. Vanwege het lage volume en de specifieke toepassing (niet voor consumenten), kan een adequate control-route haalbaar zijn. ### Artikel 66 — DU melding Downstreamgebruikers moeten hun gebruik melden aan de ECHA binnen 3 maanden na eerste levering van een autorisatieplichtige stof. --- ## 2.8 Titel VIII: Beperkingen (Art. 67-73) ### Artikel 67 — Beperkingen Beperkingen zijn een instrument om onaanvaardbare risico's te beheersen. Beperkingen: - Zijn niet gekoppeld aan registratieprocedures. - Kunnen alle vormen aannemen: volledig verbod, concentratielimieten, gebruikbeperkingen. - Zijn opgenomen in Bijlage XVII. **Voorbeelden van beperkingen**: - Asbest: volledig verbod. - Ftalaten (DEHP, DBP, BBP): concentratielimieten in kinderspeelgoed. - Cadmium: beperkingen in kunststoffen, pigmenten. ### Artikel 69-73 — Beperking procedure 1. **Voorstel**: Lidstaat of Commissie stelt beperking voor. 2. **Openbare raadpleging**: ECHA organiseert publieke consultatie (60 dagen). 3. **RAC/SEAC advies**: Comités geven advies. 4. **Commissiebesluit**: Algemene vergadering neemt besluit. Besluitvorming houdt rekening met: - Beschikbaarheid van alternatieven. - Risico's van alternatieven. - Socio-economische haalbaarheid. ### Verplichtingen - **Fabrikanten**: Mogen beperkte stoffen niet op de markt brengen. - **Producenten van voorwerpen**: Mogen geen beperkte stoffen in voorwerpen gebruiken. - **Downstreamgebruikers**: Mogen beperkte stoffen niet gebruiken. - **Distributeurs**: Mogen geen beperkte stoffen distribueren. ### Bewaarplicht Alle partijen moeten documenten bewaren gedurende 10 jaar na laatste levering. **Phoenix Metals**: V₂O₅ is momenteel niet beperkt in Bijlage XVII. Echter, als verdere restricties worden ingevoerd (bijvoorbeeld voor bepaalde toepassingen), moet Phoenix Metals deze naleven. --- ## 2.9 Titel XI: Classificatie & Etikettering (Art. 116-127) ### CLP en REACH De CLP-verordening (EG 1272/2008) regelt de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels. CLP is nauw verweven met REACH: - CLP-indeling is input voor REACH (CSR, SDS, autorisatie, beperkingen). - REACH-registraties moeten CLP-classificaties bevatten. ### Etikettelementen (Art. 17 CLP) 1. **Naam, adres, telefoonnummer leverancier** 2. **Nominale hoeveelheid** (voor publiek beschikbare hoeveelheden) 3. **Productidentificatie** (Art. 18) 4. **Gevarenpictogrammen** (Art. 19) 5. **Signaalwoorden** (Art. 20) 6. **Gevarenaanduidingen H-zinnen** (Art. 21) 7. **Voorzorgsmaatregelen P-zinnen** (Art. 22) 8. **Aanvullende informatie** (Art. 25) ### Pictogrammen - **Vorm**: Ruit, zwart symbool, witte achtergrond, rode rand. - **Voorrangsregels**: - GHS01 > GHS02/GHS03 - GHS06 > GHS07 - GHS05 > GHS07 - GHS08 > GHS07 | GHS-code | Pictogram | Betekenis | |----------|-----------|----------| | GHS01 | ⚡ | Oxiderend | | GHS02 | 🔥 | Brandbevorderend | | GHS03 | 🔥 | Extreem ontvlambaar | | GHS04 | ⚗️ | Gecomprimeerd gas | | GHS05 | ☠️ | Corrosief | | GHS06 | ☠️ | Giftig/Gevaarlijk | | GHS07 | ⚠️ | Gezondheidsgevaar | | GHS08 | ☢️ | Gevaar voor milieu | ### Signaalwoorden - **Danger**: Voor ernstigere categorieën. - **Warning**: Voor minder ernstige categorieën. - **Voorrang**: Danger overschrijft Warning. ### H- en P-zinnen **H-zinnen (Gevarenaanduidingen)**: - H200-H299: Fysische gevaren - H300-H399: Gezondheidsgevaren - H400-H499: Milieugevaren **P-zinnen (Voorzorgsmaatregelen)**: - P100-P199: Algemeen - P200-P299: Preventie - P300-P399: Reactie in noodsituaties - P400-P499: Opslag - P500-P599: Verwijdering **EUH-zinnen**: Aanvullende zinnen uit de oude DSD/DPD. ### UFI (Unique Formula Identifier) De UFI is verplicht voor gevaarlijke mengsels die worden gemeld aan de CLP-notificatie (Art. 25.7, Bijlage VIII CLP): - **Formaat**: 16 tekens alfanumeriek. - **Locatie**: Op etiket en verpakking, voorafgegaan door "UFI:". - **Doel**: Unieke identificatie van formule voor noodsituaties. ### CLP-notificatie (PCN, Art. 40 CLP) Leveranciers moeten C&L-notificatie indienen in de C&L-inventaris binnen 1 maand na marktintroductie. Inclusief: - CLP-classificatie - H/P-zinnen - UFI (sinds 2020) ### Vrijstellingen kleine verpakkingen (Art. 29 CLP) Bij verpakkingen ≤125 ml: - Bepaalde H/P-zinnen mogen worden weggelaten. - Pictogrammen en signaalwoorden blijven verplicht. --- # DEEL 3: STOFIDENTIFICATIE & NANOVORMEN ## 3.1 Stofdefinitie (Art. 3.1 REACH) De definitie van een stof is fundamenteel voor REACH: > "Een chemisch element en de verbindingen ervan in hun natuurlijke toestand of verkregen door een fabricageproces, met inbegrip van additieven die nodig zijn om de stabiliteit te bewaren en van onzuiverheden die uit het fabricageproces voortvloeien." **Belangrijke elementen**: - Incl. additieven voor stabiliteit. - Incl. onzuiverheden. - Uitzondering: oplosmiddel dat kan worden gescheiden. ## 3.2 Stoftypen ### Mono-constituent stoffen - **Definitie**: Bestaande uit één hoofdbestanddeel. - **Samenstelling**: ≥80% hoofdbestanddeel, maximaal 20% onzuiverheden. - **Voorbeelden**: Zwavelzuur, natriumhydroxide. - **Identificatie**: CAS-nummer, EG-nummer, pure kwaliteit. **Phoenix Metals**: V₂O₅ (vanadium(V) oxide) is een mono-constituent stof. ### Multi-constituent stoffen - **Definitie**: Bevat meerdere hoofdbestanddelen. - **Samenstelling**: Meerdere bestanddelen ≥10% elk, geen >80%. - **Voorbeelden**: Mengsels van metalen, complexe oxiden. ### UVCB Stoffen UVCB = **Unknown/Variable composition, Complex reaction products, Biological materials**. **Subtypen**: | Type | Bron | Naamgeving | |------|------|------------| | Bio-synthese | Biologische bron | "[bron], [product] van biologische oorsprong" | | Chem/min-synthese | Chemisch of minerale synthese | "[beschrijving] reactieproduct" | | Bio-raffinage | Biologische raffinage | "[bron], [product], van biologische oorsprong" | | Chem/min-raffinage | Chemische of minerale raffinage | "[beschrijving], van chemische/minerale oorsprong" | **Descriptors**: - **Alkyl**: Alkyl (Cx-y), lineair, vertakt. - **Functionaliteit**: Functionele groepen. - **Zout**: Vormen van zouten. **Phoenix Metals**: Vanadium-elektrolyt is een UVCB mengsel met complexe samenstelling. ## 3.3 Numerieke Identificatie ### EG-nummer Het EG-nummer is een 7-cijferige identificatiecode (xxx-xxx-x): | Begin | Type | Periode | |-------|------|---------| | 2-3 | EINECS | 1971-1981 (Existing substances) | | 4 | ELINCS | Na 1981 (New substances) | | 5 | NLP | No-longer polymers | | 6-9 | Lijstnummer | Automatisch door REACH-IT | **Voorbeelden**: - Zwavelzuur (H₂SO₄): EG 231-639-5, CAS 7664-93-9 - Natriumhydroxide (NaOH): EG 215-185-5, CAS 1310-73-2 - Vanadium(V) oxide (V₂O₅): EG 215-239-8, CAS 1314-62-1 ### CAS-nummer - Minimaal 5 cijfers, formaat: xxxxxx-xx-x. - Toegekend door Chemical Abstracts Service (CAS). - Universele identificatie. ## 3.4 Sameness Criteria Sameness is cruciaal voor gegevensdeling en joint submission. Wanneer zijn twee stoffen identiek? ### Mono-constituent stoffen - **80%-regel**: De hoofdbestanddelen moeten ≥80% overeenstemming vertonen. - **Techniek vs. zuivere kwaliteit**: Geen onderscheid voor sameness. - **Hydraten vs. watervrij**: Identiek (bijv. CaSO₄·2H₂O ≡ CaSO₄). - **Zuren/basen/zouten**: Verschillend (bijv. H₂SO₄ ≠ NaHSO₄). ### Isomeren - **Stereoisomeren/enantiomeren**: Niet identiek. - **Structuurisomeren**: Niet identiek. ### UVCB Stoffen - **Smal vs. breed**: Smal UVCB ≠ breed UVCB. - **Soort/geslacht**: Verschiend ≠ niet identiek. - **Procesverschillen**: Different proces ≠ niet identiek. **Phoenix Metals**: De gerecycleerde V₂O₅ uit SARU ash moet een sameness check ondergaan met geregistreerde V₂O₅. Als de samenstelling (onzuiverheden, additieven) binnen de marges valt, kan Phoenix Metals zich beroepen op de vrijstelling voor gerecycleerde stoffen. ## 3.5 Nanovormen Nanomaterialen hebben specifieke REACH-verplichtingen: - **Definitie**: Deeltjes met één of meer afmetingen 1-100 nm. - **Nanospecifieke identificatie**: Aanvullende karakterisering (deeltjesgrootte, vorm, oppervlaktekenmerken). - **Registratie**: Nanovormen moeten apart worden geregistreerd indien ze afwijkende eigenschappen hebben. **Phoenix Metals**: Vanadiumverbindingen kunnen in nanopoeder-vorm voorkomen. Dit vereist specifieke karakterisering en mogelijk aanvullende registratie. ## 3.6 Stofidentiteitsprofiel (SIP) Het SIP definieert de grenzen van stofidentiteit voor registratiedoeleinden. **Inhoud**: - Administratief: naam, nummers, bedrijven, datum, versie. - Mono-constituent: hoofdbestanddelen + onzuiverheden relevant voor indeling/PBT. - UVCB: samenstelling + vervaardigingsproces. **Meerdere SIP's mogelijk**: Een stof kan meerdere SIP's hebben voor verschillende kwaliteitniveaus. **IUCLID rapportage**: - SIP-naam in sectie 1.1. - Grenssamenstelling in sectie 1.2. **Wijziging SIP**: Resulteert in spontane dossierwijziging. --- # DEEL 4: GEGEVENSDELING & QSAR ## 4.1 Data Sharing Beginselen (Art. 25) De kernprincipes van gegevensdeling onder REACH: 1. **Billijke vergoeding verplicht** — Data-eigenaren moeten worden vergoed voor het delen van hun gegevens. 2. **Dierproeven voorkomen** — Doel is herhaling van tests te vermijden. 3. **12-jaar regel** — Na 12 jaar is de vergoedingsplicht vervallen. ## 4.2 OSOR — One Substance, One Registration Het OSOR-beginsel (Art. 11.1, 19.1) vereist dat alle registranten van dezelfde stof gezamenlijk indienen: - **Hoofdregistrant**: De eerste registrant die het gezamenlijke deel opzet. - **Instemmende registranten**: Deelnemers die instemmen met de gezamenlijke filing. **Opt-out** (Art. 11.3, 19.2): - Is mogelijk bij onevenredige kosten. - Leidt tot extra kosten en ECHA-scrutiny. - Is nog steeds deel van de gezamenlijke indiening. ## 4.3 SIEF SIEF (Substance Information Exchange Forum) was het informele platform voor gegevensuitwisseling na de overgangsperiode. - Sinds 1 juni 2018 zijn SIEF's niet meer operationeel. - Art. 26 en 27 nu geldend voor alle stoffen. - Informele communicatieplatforms mogelijk (bijv. sectorconsortia). ## 4.4 Inquiry (Art. 26) De inquiry procedure bepaalt of een stof reeds is geregistreerd: 1. Potentiële registrant vraagt bij ECHA of stof al geregistreerd is. 2. ECHA controleert de database. 3. Indien geregistreerd, bevordert ECHA contact via de Mederegistranten-pagina in REACH-IT. **Phoenix Metals**: Bij exploratie van V₂O₅-registratie zal de inquiry tonen dat V₂O₅ reeds geregistreerd is door meerdere bedrijven. Phoenix Metals kan dan in contact treden met het Vanadium Consortium. ## 4.5 Gegevensuitwisseling (Art. 27) Gedetailleerde regels voor gegevensdeling: | Artikel | Inhoud | |---------|--------| | 27.1 | Verzoek om informatie bij eerdere registrant | | 27.2 | Verplichting overeenstemming | | 27.3 | Billijke, transparante, niet-discriminerende kostenverdeling | | 27.5 | ECHA-bemiddeling bij geen overeenstemming | | 27.6 | ECHA-besluit (bindend) | ## 4.6 Uitvoeringsverordening (EU) 2016/9 Deze verordening definieert de regels voor billijke kostenverdeling: - **Transparantie**: Alle kosten moeten worden gespecificeerd en verantwoord. - **Billijkheid**: Alleen relevante kosten mogen worden gedeeld; geen onevenredige vergoedingen. - **Terugbetalingsmechanisme**: Registranten moeten worden gecompenseerd indien de bijdrage te hoog was. - **Documentatie**: Alle afspraken moeten 12 jaar worden bewaard. ## 4.7 Letter of Access (LoA) De LoA is de overeenkomst tussen een registrant en een data-eigenaar: - **Recht**: Om te verwijzen naar onderzoek voor registratie. - **Overeenkomst**: Over gezamenlijk gebruik gegevens. - **Kosten**: Historische of vervangingskosten + correctiefactoren. **Cost share factors**: - Tonnageklasse (hoe hoger, hoe hoger) - Type registratie (joint vs. individueel) - Aantal deelnemers (hoe meer, hoe lager) - Vertrouwelijkheidsclaims **Phoenix Metals**: De LoA-kosten voor V₂O₅ variëren van €15.000-40.000, afhankelijk van het consortium en de tonnageklasse. ## 4.8 QSAR / PBT Beoordeling ### SAR vs. QSAR - **SAR**: Kwalitatieve relatie tussen structuur en activiteit. - **QSAR**: Wiskundig model dat structuureigenschappen kwantificeert. ### Voorwaarden gebruik QSAR (Bijlage XI.1.3) QSAR-modellen mogen alleen worden gebruikt als aan volgende voorwaarden is voldaan: i) Wetenschappelijk geldig model ii) Stof binnen toepassingsgebied iii) Voorspelling geschikt voor regelgevingsdoel iv) Goed gedocumenteerd ### OECD Validatie Beginselen De OECD heeft vijf validatiebeginselen voor QSAR-modellen: 1. **Gedefinieerd eindpunt**: Welke eigenschap wordt voorspeld? 2. **Ondubbelzinnig algoritme**: Het model is volledig beschreven. 3. **Gedefinieerd toepassingsgebied**: Waar is het model geldig? 4. **Passende maatregelen deugdelijkheid**: R²>0.7, Q²>0.5, s<0.3. 5. **Mechanistische interpretatie**: Het model kan worden verklaard. ### Toepassingsgebied Elementen Om te bepalen of een stof binnen het toepassingsgebied van een QSAR-model valt: | Element | Beschrijving | |---------|-------------| | Descriptordomein | Welke moleculaire descriptors zijn gebruikt? | | Structuurfragmentendomein | Welke structuurfragmenten zijn aanwezig? | | Mechanistische/metabole domeinen | Welke reactiemechanismen? | | Analogen in trainingsset | Hoeveel vergelijkbare stoffen? | ### Beschikbare QSAR-modellen | Model | Eigenschap | Toepassing | |-------|-----------|------------| | KOWWIN | Octanol-water verdelingscoëfficiënt | Bioaccumulatie | | VEGA | Diverse toxicologische eigenschappen | Multiple endpoints | | ECOSAR | Ecotoxiciteit (vissen, ongewervelden, algen) | Milieu | | T.E.S.T. | Diverse eigenschappen | Multiple endpoints | | HYDROWIN | Hydrolyse | Degradatie | | BIOWIN | Biologische afbraak | Persistentie | | BCFBAF | Bioconcentratiefactor | Bioaccumulatie | | KOCWIN | Bodem adsorptie | Mobiliteit | **Phoenix Metals**: Voor V₂O₅ zijn QSAR-modellen beperkt van toepassing, aangezien anorganische stoffen minder goed worden gedekt door organische QSAR-modellen. Experimentele data zijn noodzakelijk. --- # DEEL 5: CLP VERORDENING ## 5.1 CLP vs REACH verhouding CLP en REACH zijn complementaire verordeningen: | Aspect | CLP | REACH | |--------|-----|-------| | Doel | Classificatie, etikettering, verpakking | Registratie, evaluatie, autorisatie, beperking | | Input | Intrinsieke eigenschappen stof | CLP-classificatie, blootstelling | | Output | Etiket, SDS-inhoud | CSR, autorisatie, beperkingen | **Workflow**: 1. CLP-classificatie → REACH-registratie (technisch dossier, CSR) 2. REACH-SDS → CLP-etiket 3. REACH-autorisatie → CLP-indeling (optionele herziening) ## 5.2 Etikettering ### Etikettelementen (Art. 17 CLP) 1. **Naam, adres, telefoonnummer leverancier** 2. **Nominale hoeveelheid** (voor publiek beschikbare verpakkingen) 3. **Productidentificatie** (Art. 18) 4. **Gevarenpictogrammen** (Art. 19) 5. **Signaalwoorden** (Art. 20) 6. **Gevarenaanduidingen H-zinnen** (Art. 21) 7. **Voorzorgsmaatregelen P-zinnen** (Art. 22) 8. **Aanvullende informatie** (Art. 25) ### Pictogrammen De negen GHS-pictogrammen: | Code | Pictogram | Naam | Voorbeelden | |------|-----------|------|------------| | GHS01 | ⚡ | Oxiderend | H₂O₂, NaClO₃ | | GHS02 | 🔥 | Brandbevorderend | H₂O₂, nitromethaan | | GHS03 | 🔥 | Extreem ontvlambaar | aceton, ethylacetaat | | GHS04 | ⚗️ | Gecomprimeerd gas | butaangas, stikstof | | GHS05 | ☠️ | Corrosief | H₂SO₄, NaOH | | GHS06 | ☠️ | Giftig/Gevaarlijk | V₂O₅, NiO | | GHS07 | ⚠️ | Gezondheidsgevaar | Sensitisers, irritanten | | GHS08 | ☢️ | Gevaar voor milieu | Vele organische stoffen | | GHS09 | ☢️ | Gevaar voor ozonlaag | CFK's | ### Voorrangsregels pictogrammen - GHS01 > GHS02/GHS03 - GHS06 > GHS07 - GHS05 > GHS07 - GHS08 > GHS07 ### Signaalwoorden - **Danger**: Voor ernstigere categorieën (bijv. acute toxiciteit cat 1-3, corrosief, carcinogeen, etc.) - **Warning**: Voor minder ernstige categorieën (bijv. irritatie, acute toxiciteit cat 4) - **Voorrang**: Danger overschrijft Warning. ### H- en P-zinnen **H-zinnen (Gevarenaanduidingen)**: - H200-H299: Fysische gevaren - H300-H399: Gezondheidsgevaren - H400-H499: Milieugevaren **Voorbeelden voor Phoenix Metals**: - H314: Veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsel (H₂SO₄, NaOH) - H361fd: Vermoedelijk schadelijk voor de vruchtbaarheid en voor het ongeboren kind (V₂O₅) - H350i: Kan kanker veroorzaken bij inademing (NiO) **P-zinnen (Voorzorgsmaatregelen)**: - P100-P199: Algemeen - P200-P299: Preventie - P300-P399: Reactie in noodsituaties - P400-P499: Opslag - P500-P599: Verwijdering **Voorbeelden**: - P260: Niet inademen van stof/fumage/rook/verstuiving. - P280: Beschermende handschoenen/ beschermende kleding/ oogbescherming/ gelaatsbescherming dragen. - P305+P351+P338: BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende enkele minuten. ### EUH-zinnen EUH-zinnen zijn aanvullende zinnen uit de oude DSD/DPD die nog worden gebruikt voor bepaalde gevaren die niet in het GHS zijn opgenomen: - EUH001: Ontplofbaar in droge toestand. - EUH006: Ontplofbaar bij contact met of in aanwezigheid van ontstekingsbronnen. - EUH014: Reageert heftig met water. ## 5.3 CLH procedure CLH = Classification and Labelling Harmonisation. ### Procedure 1. **CLH-intentie**: Registratie in Registry of Intentions. 2. **Dossierindiening**: CLH-rapport + Annex I + Confidential Annex. 3. **Overeenstemmingscontrole**: ECHA controleert volledigheid (Art. 36 CLP). 4. **Raadpleging**: 60 dagen publiek commentaar. 5. **RAC opinion development**: Risk Assessment Committee ontwikkelt advies. 6. **RAC opinion adopted**: Advies vastgesteld. 7. **Commissiebesluit → Bijlage VI**: Harmonisatie definitief. ### Wie mag indienen? | Indieningscategorie | Wie mag indienen? | |-------------------|------------------| | MSCAs | Herziening bestaande, biociden, gewasbescherming | | Fabrikanten, importeurs, DUs | CMR, inhalatiesensitiser, andere indien gerechtvaardigd | ### RAC Het Risicobeoordelingscomité (RAC) geeft wetenschappelijke conclusies over voorgestelde classificaties: - Beoordeelt incidentie - Beoordeelt ernst - Beoordeelt statistische significantie ## 5.4 PCN / UFI ### PCN (Poison Centre Notification) Sinds 2021 leveranciers van gevaarlijke mengsels verplicht om hun producten te melden aan nationale gifencentra. ### UFI (Unique Formula Identifier) - **Verplicht**: Voor gevaarlijke mengsels met C&L-notificatie. - **Locatie**: Op etiket en verpakking, voorafgegaan door "UFI:". - **Doel**: Unieke identificatie van formule voor noodsituaties. **Voorbeeld UFI**: UFI: R5D3-9E7S-Q3K1-H9 --- # DEEL 6: PHOENIX METALS CASUS ## 6.1 Bedrijfsprofiel en procesbeschrijving ### Phoenix Metals B.V. - **Activiteit**: Vanadiumextractie uit secundaire grondstoffen. - **Grondstoffen**: SARU ash (Stearine Afval Raffinage Unit) en staalslakken. - **Locatie**: PlantOne Rotterdam (demo + pilot). - **Fasering**: Demo → Pilot → FOAK. ### Hydrometallurgisch proces 1. **Voorbehandeling**: SARU ash en staalslakken worden gemalen en gescheiden. 2. **Lixiviatie**: Looien met zwavelzuur (H₂SO₄ 25-75%) 3. **Precipitatie**: Neutralisatie met natriumhydroxide (NaOH 50%) 4. **Filteren**: Separatie van vaste fracties (Fe₂O₃, CaSO₄) 5. **Eindproduct**: V₂O₅ en vanadium-elektrolyt. ### Procesdiagram ``` SARU ash + staalslakken ↓ Voorbehandeling ↓ Lixiviatie (H₂SO₄) ↓ Precipitatie (NaOH) ↓ Filteren ↓ Eindproduct ``` ## 6.2 Stoffeninventarisatie ### Grondstoffen (Invoer) | Stof | CAS | Volume | REACH-status | Verplichting | |------|-----|--------|-------------|--------------| | Zwavelzuur (25-75%) | 7664-93-9 | <5 ton | Geregistreerd | SDS aanvragen, DU-verplichtingen | | Natriumhydroxide (50%) | 1310-73-2 | <10 ton | Geregistreerd | SDS aanvragen, DU-verplichtingen | | Aluminiumsulfaat | 10043-01-3 | <2 ton | Geregistreerd | SDS aanvragen, DU-verplichtingen | | Calciumoxide | 1305-78-8 | <1 ton | Geregistreerd | SDS aanvragen, DU-verplichtingen | | Magnesiumhydroxide | 1309-42-8 | <1 ton | Geregistreerd | SDS aanvragen, DU-verplichtingen | | Calciumhydroxide | 1305-62-0 | <1 ton | Geregistreerd | SDS aanvragen, DU-verplichtingen | **Opmerking**: Alle grondstoffen zijn geregistreerde stoffen. Phoenix Metals fungeert als downstreamgebruiker voor deze stoffen. ### Eigen Producten (Uitvoer) | Stof | CAS | Volume | REACH-regime | Verplichting | |------|-----|--------|-------------|--------------| | Vanadium(V) oxide V₂O₅ | 1314-62-1 | <0.5 ton | PPORD (demo), Registratie (pilot/FOAK) | Notificatie + SDS (demo); Registratie + CSR (>1 ton) | | Vanadium-elektrolyt | Mengsel UVCB | <0.2 ton | PPORD (demo), Registratie (pilot/FOAK) | Notificatie + SDS + CLP (demo); Registratie (>1 ton) | | Natriummetavanaadaat | Geen apart CAS | Sporen | CMR-regime | CMR-protocol indien >1 ton | | Trinatriumorthowanaadaat | Geen apart CAS | Sporen | CMR-regime | CMR-protocol indien >1 ton | | IJzeroxide Fe₂O₃ | 1309-37-1 | <0.5 ton | SR&D (Art. 3(23)) | Status bepalen (bijstof of nevenproduct) | | Gips CaSO₄ | 7778-18-9 | <1 ton | SR&D (Art. 3(23)) | EoW beoordelen (afvalstof of product) | ## 6.3 REACH-rechtspositie analyse Phoenix Metals heeft drie mogelijke REACH-posities: | Optie | REACH-rol | Waarschijnlijkheid | Voorwaarde | Implicaties | |-------|-----------|-------------------|------------|-------------| | A | Fabrikant (Art. 3(8)) | Laag | Stof is "nieuwwaarde" creatie | Volledige registratie nodig (OSOR, CSR) | | B | Recovered substances (Art. 2(7)(d)) | Hoogst | Sameness check met reeds geregistreerde stof | Vrijstelling van registratie (sameness vereist) | | C | Downstream user | Laag | Stof reeds in mengsel geregistreerd | DU-verplichtingen volstaan | ### Analyse Optie B: Recovered Substances **Voorwaarden**: - Stof is reeds geregistreerd. - Sameness criteria zijn voldaan (80% overeenstemming). - Geen afwijkingen in onzuiverheden. - Geen wijzigingen in additieven. **Vrijstelling**: Phoenix Metals is vrijgesteld van registratie en kan V₂O₅ op de markt brengen zonder eigen registratie. **Verplichtingen**: - SDS opstellen (gebaseerd op bestaande classificatie) - DU-verplichtingen voor eigen gebruik - Kennisgeving aan ECHA (optioneel) **Phoenix Metals**: Als de gerecycleerde V₂O₅ identiek is aan de reeds geregistreerde V₂O₅, kan Phoenix Metals een beroep doen op de vrijstelling. Dit vereist een sameness check door een expert. ## 6.4 SVHC Analyse ### V₂O₅ (Vanadium(V) oxide) - **SVHC-status**: Ja (sinds 2023) - **Classificatie**: Reprotoxisch 1B (H361fd) - **Bijlage XIV**: Nog niet (kandidaatlijst) - **Impact**: Autorisatie bij >1 ton/jaar **Implicaties voor Phoenix Metals**: | Fase | Volume | Impact | |------|--------|--------| | Demo (≤60 kg) | <<1 ton/jaar | Geen autorisatie nodig | | Pilot (0,5-3 ton/jaar) | Mogelijk >1 ton | Autorisatie verplicht indien >1 ton | | FOAK (>1 ton/jaar) | >1 ton | Autorisatie verplicht + Sunset date | ### NiO (Nickeloxide) - **SVHC-status**: Nee - **Classificatie**: Carc. 1A (H350i) - **Impact**: CMR-protocol, autorisatie indien >1 ton **Note**: NiO is aanwezig als sporenstof in de staalslakken. Indien de concentratie >0,1% en volume >1 ton, is een CMR-protocol verplicht. ## 6.5 End-of-Waste koppeling ### Kaderrichtlijn Afval 2008/98/EG De Kaderrichtlijn Afval definieert de criteria voor wanneer een afvalstof ophoudt een afvalstof te zijn. ### EoW-criteria 1. **Certificaat gebruik**: Stof wordt gebruikt in een specifiek proces. 2. **Marktbestemming**: Stof heeft een marktwaarde. 3. **Productnormen**: Stof voldoet aan technische specificaties. 4. **Geen advers effecten**: Geen negatieve impact op mens of milieu. ### EoW-moment = REACH-trigger ``` Afvalstof (SARU ash) ↓ EoW-beoordeling ↓ EoW-certificaat ↓ REACH-toepasselijk ``` **Phoenix Metals**: SARU ash is een afvalstof. Nadat Phoenix Metals het EoW-certificaat verkrijgt, wordt de stof onderworpen aan REACH. Dit is het moment waarop Phoenix Metals moet bepalen of ze opt voor: - Registratie (optie A) - Recovered substances vrijstelling (optie B) - Downstream use (optie C) ## 6.6 Fasering | Fase | Volume | REACH-regime | Actie | |------|--------|-------------|-------| | Demo (≤60 kg) | <<1 ton/jaar | PPORD/SR&D | Notificatie ECHA, SDS opstellen | | Pilot (Q3'26-Q4'27) | 0,5-3 ton/jaar | PPORD + monitoring | Volume bewaken, bij >1 ton actie ondernemen | | FOAK (>1 ton/jaar) | >1 ton/jaar | Volledige registratie | CSR + SIEF, autorisatie voor SVHC | **Critical path**: 1. Demo fase: PPORD-notificatie indienen. 2. Pilot fase: Volume monitoren (bij 1 ton grens actie). 3. FOAK fase: 18 maanden vóór sunset date autorisatieaanvraag indienen. ## 6.7 PGS 15 Koppeling ### PGS 15 Van toepassing Phoenix Metals voldoet aan de criteria: - Opslag van gevaarlijke stoffen (H₂SO₄, NaOH) - ADR-klasse 8: ~405 kg - Ondergrens: 250 kg → overschreden ### Eisen PGS 15 | Categorie | Eisen | |-----------|--------| | Bouwkundig | Brandwerend (R30), vloeistofdicht, ventilatie, kabeldoorgangen afdichten | | Veiligheid | Blusmiddelen, lekbakken, scheiding H₂SO₄/NaOH, EHBO-post | | Organisatorisch | OPS-register, instructie, inspectie, incidentenprocedure | ### Integratie met REACH - PGS 15 eisen ondersteunen REACH-SDS vereisten (rubriek 7, 8). - OPS-register dient als bewijs voor DU-controleplicht. ## 6.8 Budgetraming ### Demo fase | Kostenpost | Bedrag | |------------|--------| | PPORD-notificatie | €500 | | SDS-opstelling (2x) | €1.500 | | Consultancy sameness check | €3.000 | | **Totaal** | **~€5.000** | ### Pilot fase | Kostenpost | Bedrag | |------------|--------| | Continue monitoring | €2.000/jaar | | SDS-updates | €1.000/jaar | | Juridisch advies (indien >1 ton) | €5.000-15.000 | | **Totaal (2 jaar)** | **~€15.000-45.000** | ### FOAK fase | Kostenpost | Bedrag | |------------|--------| | Volledige registratie (1-10 ton/jaar) | €40.000-60.000 | | CSR | €10.000-20.000 | | Autorisatieaanvraag (V₂O₅) | €30.000-80.000 | | Vanadium Consortium LoA | €15.000-40.000 | | **Totaal** | **~€120.000-290.000** | **Note**: Deze ramingen zijn indicatief. Feitelijke kosten kunnen aanzienlijk variëren afhankelijk van: - Tonnageklasse - Consortium deelname - Data-eigenaar vergoedingen - Juridisch advies