PhoenixMetals 1 Binnenklimaat op kantoor 1.1 De temperatuur op de werkplek is in de zomer behaaglijk. Dit risico is nog niet beoordeeld. Het is belangrijk dat de temperatuur op kantoor goed te regelen is. Voor administratief werk is een hogere temperatuur nodig dan voor werk met lichamelijke inspanning. Voor werk met lichamelijk inspanning is een temperatuur tot 20 °C prettig. Een temperatuur tussen de 19°C en 23 °C ervaren de meeste mensen als behaaglijk tijdens administratief werk. 1.2 De temperatuur op de werkplek is in de winter behaaglijk. Dit risico is nog niet beoordeeld. De temperatuur op de werkplek is goed regelbaar. Voor administratief werk is een hogere temperatuur nodig dan voor werk met lichamelijke inspanning. Voor werk met lichamelijk inspanning is een temperatuur tot 20 °C prettig. Een temperatuur tussen de 19°C en 23 °C ervaren de meeste mensen als behaaglijk tijdens administratief werk. 1.3 De werkpek is vrij van tocht Dit risico is nog niet beoordeeld. Als de lucht op de werkplek voelbaar beweegt dan spreken we van tocht. Tocht kan ontstaan door bijvoorbeeld ramen die tegenover elkaar open staan, maar het kan ook ontstaan door luchtverversingsinstallaties. 1.4 Er is voldoende (kunst)licht op de werkplek, ook voor detailwerk. Dit risico is nog niet beoordeeld. De werkplek moet voldoende (kunst)verlichting hebben zonder dat je door de lichtbron wordt verblind. Het juiste verlichtingsniveau in de ruimte ligt in het algemeen tussen de 200-400 lux. Het verlichtingsniveau op het werkblad tussen de 500 en 750 lux. Voor precisiewerkzaamheden kan het verlichtingsniveau nog hoger moeten liggen. 1.5 Direct zonlicht is af te schermen met zonwering. Dit risico is nog niet beoordeeld. Het direct invallende zonlicht moet kunnen worden afgeschermd. 2 Beeldschermwerk 2.1 Bij beeldschermwerk is minimaal 6m2 per persoon beschikbaar. Dit risico is nog niet beoordeeld. Voor een basis kantoorwerkplek geldt een minimale oppervlakte van 6 m2. Deze basis werkplek bestaat uit een kantoorstoel, werktafel, computeropstelling met plat beeldscherm en bergruimte onder de werktafel.  Deze 6 m2 moet als volgt per situatie aangepast worden:  bij gebruik van een diep beeldscherm: + 1 m²; voor verrijdbare ladenblokken: + 0,5 m²; voor staande kasten : + 0,5 m²; voor een overlegmogelijkheid: + 1,5 m² per persoon; voor apparatuur (printer, kopieerapparaat) + 1 m²; voor vergaderruimte: + 2 m²; per persoon.  2.2 De kantoorwerkplekken zijn correct ingericht. Dit risico is nog niet beoordeeld. Voor een goede werkhouding moet tenminste de stoel in hoogte verstelbaar zijn en is een voetenbankje beschikbaar. Bij voorkeur is de hoogte van het werkblad op de medewerker afgestemd. 2.3 Na 2 uur computerwerk wordt minimaal 10 minuten andersoortig werk gedaan. Dit risico is nog niet beoordeeld. Bij langdurig computerwerk, zitten mensen lang in dezelfde houding. Hierdoor kunnen fysieke klachten ontstaan, bijvoorbeeld aan polsen, armen, nek en schouders. Daarom is het belangrijk om in ieder geval na 2 uur computerwerk een paar minuten wat ander werk te doen om van houding te wisselen. 2.4 De werknemers zijn bekend met de risico's van beeldschermwerk. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. De medewerkers die met een beeldscherm werken, moeten bekend zijn met de wijze waarop ze dat veilig doen waaronder het correct inrichten van de werkplek en wat te doen als het vermoeden bestaat dat lichamelijke klachten aan nek, rug, armen of polsen worden veroorzaakt door het werk. Zie voor meer informatie voorlichting over gezond gedrag op de werkplek. 2.5 Een beeldschermwerker heeft recht op een oogonderzoek. Dit risico is nog niet beoordeeld. Een medewerker die voor het eerst beeldschermwerk gaat verrichten heeft recht op een oogonderzoek. Dit oogonderzoek moet op gezette tijden herhaald worden. Uit dit onderzoek kan blijken dat een beeldschermbril noodzakelijk is. De werkgever is verplicht, ná een positief advies van de bedrijfsarts, deze beeldschermbril te vergoeden. 3 Werkdruk, werksfeer, werktijden 3.1 Er is een goede werkplanning. Dit risico is nog niet beoordeeld. Een goede werkplanning is niet te krap, maar tegelijkertijd ook niet te ruim. Er is voldoende tijd ingepland voor “onverwachte” activiteiten die altijd "tussendoor" komen. Dit voorkomt teveel werkdruk. 3.2 De werknemers kunnen zelf invloed uitoefenen op de organisatie van het werk. Dit risico is nog niet beoordeeld. Wanneer werknemers vrijheid hebben om het werk naar eigen inzicht te organiseren (tijdsindeling, volgorde van taken etc.), kunnen psychische klachten door het werk worden voorkomen. 3.3 De middelen die nodig zijn voor het werk, zijn op tijd beschikbaar en goed werkend. Dit risico is nog niet beoordeeld. Van medewerkers wordt verwacht dat zij binnen de gestelde tijd hun werk verrichten. Voortdurende verstoringen tijdens het werk kunnen leiden tot veel werkdruk en ergernis tijdens het werk. Voorbeelden hiervan zijn: slecht onderhouden apparatuur, het te laat of verkeerd leveren van  benodigde materialen, slechte communicatie, voortdurende wisselingen in de werkplanning.  Wet- en regelgeving Arbowet art. 3 lid 2, Arbobesluit art. 2.15. Wet- en regelgeving Arbowet art. 3 lid 2, Arbobesluit art. 2.15. 3.4 Het werk is afgestemd op de competenties en ontwikkelbehoeften van medewerkers. Dit risico is nog niet beoordeeld. Het is belangrijk dat mensen werk doen dat past bij hun mogelijkheden. Ook is het van belang dat het werk voldoende uitdagingen biedt. Op langere termijn is het bovendien van belang dat medewerkers zich ontwikkelen en niet blijven steken in de routine. Doordat de wereld om ons heen steeds sneller verandert is het belangrijk om medewerkers steeds uit te dagen om zich met nieuwe dingen bezig te houden. Let wel op dat er een goede balans bestaat tussen routinewerkzaamheden en nieuwe uitdagingen waarin mensen zich onzeker kunnen voelen. Meer informatie: Check je werkstressWerkdrukwegwijzer , Arbocatalogus Gezondverbond.nl 3.5 Er is een goede werksfeer. Dit risico is nog niet beoordeeld. Een goede sfeer op het werk is van belang voor medewerkers. Het bevordert de productiviteit en tevredenheid. Een goede sfeer wordt bevorderd door respect en begrip voor elkaar te hebben en naar elkaar te luisteren. Aan de andere kant hebben zaken als agressie, geweld, pesten, discriminatie en seksuele intimidatie een negatieve invloed op de werksfeer en zijn ze bij wet verboden. 3.6 Lastige klanten komen amper voor. Dit risico is nog niet beoordeeld. Wat is lastig? Als iets irritatie oproept? In elk geval moet de werkgever de werknemers beschermen tegen psychosociale arbeidsbelasting die wordt veroorzaakt door hinderlijk gedrag van klanten of bezoekers. 3.7 Medewerkers hebben recht op een half uur pauze bij 5,5 uur arbeid per dag. Dit risico is nog niet beoordeeld. Om overbelasting van medewerkers te voorkomen zijn er regels opgesteld over werk- en rusttijden. Medewerkers mogen per dag maximaal 12 uur werken. Dit is de maximale arbeidstijd conform de Arbeidstijdenwet. Pauzetijd is geen werktijd. Bij 5,5 uur werk of meer is een pauze van minimaal 30 minuten verplicht, of 2x 15 minuten. Onderbrekingen door het werk van de pauzetijd van minder dan 15 minuten zijn geen pauzes. Als er langer dan 10 uur wordt gewerkt dan is de pauze óf minstens 45 minuten aaneengesloten óf de pauze is opgesplitst in pauzes van minstens 15 minuten elk. 3.8 De werktijden zijn voor alle medewerkers duidelijk. Dit risico is nog niet beoordeeld. De werktijden moeten ruim van tevoren bekend zijn en overwerk mag niet structureel zijn. De gemiddelde reguliere werkdag bedraagt 8 uur. De werk- en rusttijden zijn wettelijk vastgelegd in de Arbeidstijdenwet. In van toepassing zijnde CAO’s kunnen deze wettelijke werk- en rusttijden een iets andere invulling krijgen. 3.9 De werknemers hebben voorlichting ontvangen over maatregelen tegen werkdruk en ongewenste omgangsvormen. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Het is noodzakelijk dat medewerkers op de hoogte zijn van de manier waarop zij goed met werkdruk omgaan, de regels om ongewenst gedrag te voorkómen en de afspraken over werk- en rusttijden. Zie voor meer informatie voorlichting werknemers, werkdruk en ongewenste omgangsvormen 4 Lichamelijke belasting 4.1 Staan langer dan één uur achter elkaar komt niet voor. Dit risico is nog niet beoordeeld. Langdurig achter elkaar op één plek staan is erg belastend voor het lichaam en kan leiden tot bijvoorbeeld spataderen of rugklachten. 4.2 Langdurige eenzijdige bewegingen die alsmaar herhaald worden, komen niet voor.. Dit risico is nog niet beoordeeld. Bij bewegingen die vaak worden herhaald kan hinderlijke slijtage van spieren, pezen en gewrichten ontstaan. 4.3 Zwaar tillen, duwen of trekken, komt niet voor. Dit risico is nog niet beoordeeld. Voor tillen geldt een maximale grens van 23 kg. Het kan zijn dat een kleiner gewicht al te zwaar is bijvoorbeeld als het een grote verpakking is die verplaatst moet worden of als iemand de gehele dag door lichte spullen moet moet dragen. Het maximimum gewicht is ook lager als een medewerker tijdens het tillen ook voorover moet buigen of het lichaam moet draaien. Er bestaan geen wettelijk vastgestelde normen voor het duwen en trekken van lasten. Wel zijn er richtlijnen, zie voor meer informatie de KIM-richtlijn. 4.4 Bij zwaar werk worden tilhulpmiddelen gebruikt. Dit risico is nog niet beoordeeld. Er zijn hulpmiddelen voor het verplaatsen van voorwerpen in alle soorten en maten zoals steekwagen, pompwagen, takel en dergelijke. Daarnaast is tillen met twee mensen ook een oplossing. 4.5 Werken in een vermoeiende of pijnlijke houding is afwezig. Dit risico is nog niet beoordeeld. Gebogen werkhouding, ver reiken of overstrekken van gewrichten kan leiden tot lichamelijke klachten en worden daarom tot het uiterste vermeden. 4.6 Werkzaamheden zijn vrij van trillingen en schokken. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Trillingen of schokken kunnen komen van trillend of stotend gereedschap of machines zoals heftrucks. Dat kan onder meer leiden tot rugklachten of bewegingsziekten. 4.7 De werknemers hebben voorlichting ontvangen over de maatregelen tegen zwaar lichamelijk werk. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. De medewerkers die lichamelijk werk verrichten, moeten bekend zijn met de wijze waarop ze dat veilig doen en het gebruik van de noodzakelijke hulpmiddelen. Zie voor meer informatie het Arboportaal. 5 Lawaai 5.1 We hebben maatregelen genomen om zonder lawaai of met minder lawaai te werken. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Een werkgever kan verschillende maatregelen treffen om lawaai op de werkplek te verminderen, bijvoorbeeld: aanschaf en gebruik van stillere machines  ontwikkelen van stillere productiemethodes  machines plaatsen in geluidsdempende kasten  personeel laten werken in geluidsdempende cabines  goed onderhoud materieel  blootstellingsduur zo veel mogelijk beperken 5.2 Gehoorbescherming wordt gebruikt. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Als ondanks maatregelen het lawaai nog steeds harder is dan 80 dB(A) dan moet er gehoorbescherming ter beschikking staan voor de werknemers. Indien het lawaai harder is dan 85 dB(A) dan moeten de werknemers de gehoorbescherming wettelijk verplicht dragen. 5.3 De werknemers hebben voorlichting ontvangen over de te nemen maatregelen tegen lawaai. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. De medewerkers die aan lawaai blootstaan, zijn bekend met de effecten van lawaai en weten welke persoonlijke gehoorbescherming ze moeten gebruiken. 5.4 De werknemer die bloot staat aan 80 dB(A) of meer heeft recht op een gehooronderzoek. Dit risico is nog niet beoordeeld. Iemand die blootstaat aan een geluidniveau hoger dan 80 dB(A), wordt in staat gesteld om een gehooronderzoek te ondergaan om vast te stellen of er al dan niet sprake is van lawaaidoofheid. 6 Gevaarlijke stoffen 6.1 De blootstelling aan de gevaarlijke stoffen op de arbeidsplaats is beoordeeld. Dit risico is nog niet beoordeeld. Als het bedrijf met gevaarlijke stoffen werkt moeten de aard, de mate en duur van de blootstelling hiervan worden beoordeeld (www.stoffenmanager.nl) en moeten de risico's worden bepaald. Dit kan het bedrijf zelf doen of het kan hulp inschakelen van een deskundige. Als het bedrijf de beoordeling zelf uitvoert met de Stoffenmanager accepteert Inspectie-SZW de kwantitatieve blootstellingsbeoordeling als een methode om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen op de werkplek te evalueren. In de beoordeling moeten de volgende drie vragen worden beantwoord: Zijn de  stoffen waarmee gewerkt wordt gevaarlijk?De leverancier moet productinformatie geven over mogelijke risico's van zijn producten. Stoffen in het bedrijf zijn gevaarlijk als ze een gevaarsetiket hebben. Maar ook stoffen zonder gevaarsetiket kunnen gevaarlijk zijn. Het gaat dan om stoffen die tijdens het werk kunnen vrijkomen: stoffen, zoals dieselrook, stof en dampen. Worden de werknemers blootgesteld aan gevaarlijke stoffen? Er is sprake van blootstelling aan een gevaarlijke stof als de werknemers de stof binnenkrijgen. Dat kan via de ademhaling, de huid, of doordat de werknemers de stof inslikken. Beoordeel of meet de mate waarin de werknemers blootgesteld worden aan een gevaarlijke stof. Stankoverlast kan een signaal zijn van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Neem deze signalen dan ook serieus en onderzoek waar de stank vandaan komt. Moet het bedrijf maatregelen nemen om werknemers te beschermen tegen de risico's van gevaarlijke stoffen? Om te kunnen beoordelen of blootstelling aan een gevaarlijke stof ook echt een kans geeft op gezondheidsschade wordt de gemeten concentratie van die stof in de lucht vergeleken met een grenswaarde. De grenswaarde is de maximale concentratie van een gas, damp, nevel, vezel of van stof in de lucht op de werkplek waaraan men mag worden blootgesteld gedurende de werkdag. Wordt de grenswaarde overschreden neem dan maatregelen volgens de bronaanpak, bijvoorbeeld door een andere helemaal niet schadelijke of minder schadelijke stof te gebruiken of goede afzuiging van de gevaarlijke dampen in te richten. De stoffenmanager is een doehetzelf-instrument om de blootstelling aan stoffen te beoordelen. Wet- en regelgeving Arbobesluit art. 4.1c, 4.1.d, 4.2. 6.2 Er wordt aandacht besteed aan de bronaanpak in verband met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dit risico is nog niet beoordeeld. De bronaanpak wordt ook wel Arbeidshygienische Strategie genoemd en heeft de volgende volgorde om de blootstelling aan schadelijke stoffen te voorkomen: Vervang de gevaarlijke stof door een ongevaarlijke stof. Of voorkom dat de werknemers worden blootgesteld aan de gevaarlijke stof. Voer verontreinigde lucht af. Beperk de tijd waarin de werknemers aan de gevaarlijke stof worden blootgesteld. Of beperk het aantal werknemers dat aan de stof wordt blootgesteld. Zorg ervoor dat de werknemers persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken. De 1e maatregel is de beste oplossing. Daarna komt de 2e maatregel enzovoorts. Als het mogelijk is, dan moet het bedrijf de 1e maatregel nemen. Lukt dat niet, kies dan voor de 2e maatregel enzovoorts. Om te bepalen welke maatregel het bedrijf moet nemen, kijkt u naar de volgende punten: Is een stof erg gevaarlijk? Vaak moet het bedrijf dan de 1e maatregel nemen. Hoe zit het met de technische haalbaarheid? Het bedrijf hoeft middelen die nodig zijn voor het nemen van de maatregel niet zelf te ontwikkelen. Zijn deze middelen niet te koop, kies dan een andere maatregel. Hoe zit het met de financiële haalbaarheid? Levert de maatregel voldoende op? Zo nee, neem dan een andere maatregel. Kan het bedrijf een maatregel niet direct betalen? Stel dan een plan op, waarbij de maatregel stap voor stap over een langere periode wordt ingevoerd. Wet- en regelgeving Arbobesluit art. 4.4. 6.3 Van de opgeslagen stoffen zijn de veiligheidsinformatiebladen aanwezig en toegankelijk voor de betreffende werknemers. Dit risico is nog niet beoordeeld. Bij eerste levering van een (nieuw) product én bij wijziging van een bestaand product is de leverancier verplicht om kosteloos een in de Nederlandse taal opgesteld VeiligheidsInformatieBlad (VIB) aan te leveren. Het is wettelijk verplicht om van de in het bedrijf (gebruikelijk) aanwezige gevaarlijke stoffen de laatste versie van de VeiligheidsInformatieBladen in bezit te hebben. Deze moeten toegankelijk zijn voor alle medewerkers die met de stoffen werken en tevens voor hulpverleners in geval van calamiteiten. Wet- en regelgeving De veiligheidsinformatiebladen moeten voldoen aan bijlage II van EG-verordening 1907/2006 (REACh). Dit voorschrift geldt niet voor stoffen die niet onder hoofdstuk 9 van de Wet Milieubeheer vallen en niet voor gevaarlijke afvalstoffen. 6.4 Er is een registratie van kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting vergiftige stoffen. Dit risico is nog niet beoordeeld. Er moet een register  worden aangelegd als gewerkt wordt met kankerverwekkende stoffen, stoffen die veranderingen in erfelijke eigenschappen veroorzaken of stoffen die schadelijk zijn voor de voortplanting. Het register bevat de volgende gegevens: de hoeveelheden van de stof die jaarlijks worden gebruikt; het aantal werknemers dat met de stoffen werkt; het soort werk dat met de stof wordt verricht. In aanvulling daarop moeten voor de kankerverwekkende stoffen en stoffen die verandering in erfelijk materiaal veroorzaken nog worden vastgelegd: Waarom het niet mogelijk is deze stoffen te vervangen. De preventieve maatregelen die worden getroffen om blootstelling te voorkomen of minimaliseren. Daarbij wordt ook vastgelegd welke persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt. Op het Arboportaal is een lijst met dit soort stoffen te vinden. Producten met deze stoffen zijn te herkennen omdat in het Veiligheidsinformatieblad onder rubriek 3 dan één of meer van de de volgende H-zinnen staan vermeld: H340, H341, H350, H351 H360 of H361, H362. Wet- en regelgeving Arbobesluit art. 4.2, 4.2a en 4.13. 6.5 Gevaarlijke stoffen laten we altijd in de originele verpakking zitten en op die verpakking zit een duidelijk etiket. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Het is belangrijk om een gevaarlijke stof gemakkelijk te herkennen. Dit kunt u op de originele verpakking van uw producten bekijken. Van producten waar gevaarlijke stoffen in zitten, is een zogenoemd Veiligheidsinformatieblad aanwezig waarop beschreven staat hoe u er veilig mee werkt. 6.6 De aanwezige gevaarlijke stoffen zijn op een veilige wijze opgeslagen. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Maak gebruik van de richtlijn Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15 (PGS-15) indien u méér dan 25 liter of kilo gevaarlijke stoffen in verpakking (cans, vaten, blikken, etc.) in uw bedrijf heeft opgeslagen, bijvoorbeeld brandbare stoffen. Deze PGS-15 kan verplicht zijn voorgeschreven in de omgevingsvergunning. Of een stof gevaarlijk is, is altijd herkenbaar aan het pictogram. Dit betekent onder meer dat bekend is welke stoffen niet bij elkaar mogen worden opgeslagen.  Bij opslag van gevaarlijke stoffen moet er o.a. voor worden gezorgd dat:  bij calamiteiten stoffen zo zijn opgeborgen dat ze niet exploderen; in sommige situaties ventilatie aangebracht is; onbevoegden er geen toegang toe kunnen krijgen; brandgevaarlijke stoffen worden opgeslagen in een brandwerende kast. De hoeveelheid gevaarlijke en/of brandbare stof die op de werkplek aanwezig is, mag niet groter zijn dan nodig is voor dagelijks gebruik. Denk er ook aan dat lege verpakkingen (zoals lege oliedrums) ook als gevaarlijke stoffen moeten worden opgeslagen. De module ’Opslag’ van de Stoffenmanager adviseert over een veilige opslag van gevaarlijke stoffen op basis van de hierboven genoemde Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15. De Stoffenmanager is een doe-het-zelf-instrument om de blootstelling aan stoffen te beoordelen. 6.7 De medewerkers zijn bekend met de risico's van de stoffen waarmee ze in aanraking komen. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. De medewerkers die met gevaarlijke stoffen werken, moeten bekend zijn met de effecten die de gevaarlijke stoffen kunnen hebben. Ook moeten ze op de hoogte zijn hoe ze veilig met de stoffen kunnen werken. Het is de taak van de werkgever om de medewerkers hierover te informeren. De noodzakelijke persoonlijke beschermingsmiddelen en EHBO-middelen zijn aanwezig. 6.8 Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn aanwezig, medewerkers weten hoe ze gebruikt moeten worden en doen dit ook daadwerkelijk. Dit risico is nog niet beoordeeld. Om de medewerkers tegen de gevaren van gevaarlijke stoffen te beschermen moeten zij de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken. 7 Veiligheid van machines 7.1 Machines en apparaten zijn voorzien van een CE-markering en stabiel opgesteld. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Machines, gereedschappen en apparaten moeten minimaal zijn voorzien van de CE-markering. De machines en apparaten zijn stabiel en veilig opgesteld zodat ze niet kunnen omvallen en de elektriciteitsvoorziening niet beschadigd raakt. Bij gebruik ervan moet er voldoende afscherming zijn tegen onder meer aanraking met bewegende delen, vonken, spatten en splinters. Voordat we aan het werk gaan, controleren we of de arbeidsmiddelen geen gevaar opleveren en of de elektrische aansluiting geen gebreken vertoont. 7.2 Machines en apparaten worden goed onderhouden en periodiek gekeurd. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Machines en apparaten hebben regelmatig onderhoud nodig om veilig te blijven functioneren. Het is verstandig om machines en apparaten jaarlijks te laten keuren door een deskundige. Voor sommige arbeidsmiddelen is een periodieke keuring verplicht zoals de liftkeuring: een lift moet na oplevering ná 12 maanden gekeurd worden en daarna om de anderhalf jaar. 7.3 Bestaande beveiligingen worden altijd én goed gebruikt. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Een apparaat heeft niet voor niets een beveiliging. Gebruik ervan is verplicht. Een beveiliging niet gebruiken, leidt gemakkelijk tot ongelukken. De machine is afgeschermd van draaiende delen en van zeer hoge of zeer lage temperaturen, zodat letsel wordt voorkomen. 7.4 Machines zijn voorzien van een noodstop en die noodstop is binnen handbereik. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Machines en apparaten moeten in geval van nood gemakkelijk kunnen worden uitgeschakeld. 7.5 De medewerkers zijn voldoende geïnstrueerd hoe ze machines en gereedschappen moeten gebruiken. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Instructies en veilig gedrag zijn noodzakelijk om ongevallen met machines en apparaten zoveel mogelijk te vermijden. Zie voor meer informatie Veilig werken met machines.Voordat we aan het werk gaan, controleren we of de arbeidsmiddelen geen gevaar opleveren en of de elektrische aansluiting geen gebreken vertoont. 8 Vallen, uitglijden en verstikken 8.1 Het werken op hoogte gebeurt veilig. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Er zijn veilige trappen of ladders aanwezig. Er is geen gevaar om van een hoogte te vallen zoals daken, vloeropeningen of bordessen zonder hekwerk. Er zijn maatregelen genomen die vallen voorkomen. Maatregelen zijn bij een hoogteverschil vanaf 2,5 m wettelijk verplicht. Meer informatie over werken op hoogte. 8.2 De logistiek en het intern transport zijn veilig. Dit risico is nog niet beoordeeld. Stellingen in het magazijn zijn veilig opgesteld. De heftruck voldoet aan de eisen. Voor oplossingen zie de arbocatalogus wijn. 8.3 Werktuigen worden alleen gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn. Dit risico is nog niet beoordeeld. Werktuigen moeten altijd alleen worden gebruikt volgens de gebruiksaanwijzing of werkinstructie. Gebruik een werktuig nooit voor een ander doel dan waarvoor het bestemd is, zoals een persoon vervoeren op een heftruck. Gebruik van het verkeerde gereedschap leidt makkelijk tot ongelukken. 8.4 Voordat we besloten ruimtes, putten of sleuven betreden, weten we zeker dat het veilig is en dat we alle noodzakelijke maatregelen hebben genomen. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. In een ruimte moet voldoende zuurstof zijn en er mag geen kans zijn op het ontstaan van een explosief gasmengsel. Meer informatie over een explosieve atmosfeer en over verstikkingsgevaar. 8.5 Gevaarlijke werkzaamheden worden met twee personen uitgevoerd. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Mocht er iets gebeuren, dan is er altijd iemand aanwezig die hulp kan bieden of inroepen. Meer informatie over alleen werken. 8.6 De werknemers hebben voorlichting ontvangen over maatregelen tegen specifieke risico’s. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. De medewerkers moeten bekend zijn met de oplossingen voor het werken op hoogte en het werken in besloten ruimten. 9 Opgeruimde werkplek en hulpverlening 9.1 De werkvloer is vrij van rommel. Dit risico is nog niet beoordeeld. Rommel op de werkvloer kan gemakkelijk leiden tot ongevallen. 9.2 Alle kabels en snoeren zijn ordelijk weggewerkt. Dit risico is nog niet beoordeeld. Wegwerken is overigens niet altijd nodig. Het gaat er om dat er voldoende schoongemaakt kan worden en er niet over gestruikeld of gereden kan worden, met de mogelijke nadelige effecten daarvan. 9.3 Op of in alle telefoons staat het alarmnummer voor noodhulp. Dit risico is nog niet beoordeeld. Het is belangrijk dat het alarmnummer steeds onder handbereik is. 9.4 Een gekeurde brandblusser is aanwezig en hangt op een herkenbare plaats. Dit risico is nog niet beoordeeld. Aanbevolen wordt om één brandblusser per 200m2 te plaatsen. De locatie van de brandblusser moet met een rechthoekig/vierkant veiligheidsbord met een rode achtergrond worden gemarkeerd. Deze locatie moet gemakkelijk bereikbaar zijn. De brandblusser moet eens in de twee jaar gekeurd worden. 9.5 Er is een EHBO-trommel en deze wordt periodiek gecontroleerd op inhoud. Dit risico is nog niet beoordeeld. Er is een EHBO-trommel aanwezig waarvan de inhoud is afgestemd op de werkzaamheden die worden gedaan. De trommel wordt periodiek gecontroleerd op vereiste inhoud. 9.6 U heeft voldoende bedrijfshulpverleners aangewezen. Dit risico is nog niet beoordeeld. Er zijn voldoende BHV’ers aanwezig om op te treden bij een calamiteit. De BHV’ers hebben een adequate opleiding gevolgd en beschikken over de goede hulpmiddelen zodat ze de volgende dingen kunnen doen: EHBO verlenen; Kleine brandjes blussen; Werknemers en anderen alarmeren en evacueren; Ongevallen als gevolg van de calamiteit voorkomen. Meer weten over bedrijfshulpverlening. 9.7 De werknemers hebben voorlichting gehad over bedrijfshulpverlening. Dit risico is nog niet beoordeeld maar aangezien het een top-5 risico is, is het hier wel opgenomen. Ga terug naar inventarisatie en vul ja, nee of n.v.t. in bij dit risico. Er moeten duidelijke regels zijn hoe te handelen in geval van brand of ongeval. Iedereen is goed op de hoogte van de vluchtwegen zodat het gebouw snel kan worden verlaten. De medewerkers moeten bekend zijn met de regels over wat te doen in geval van brand, ontruiming en met levensreddend handelen. 10 Kwetsbare groepen 10.1 Jongeren tot 18 jaar, uitzendkrachten en stagiaires worden voldoende ingewerkt en begeleid. Dit risico is nog niet beoordeeld. Er moet voldoende begeleiding zijn voor de zogenoemde kwetsbare groepen zoals jongeren beneden de 18 jaar, uitzendkrachten en stagiaires. Daarnaast moeten jeugdige werknemers hun werk doen onder deskundig toezicht; dit is een wettelijke verplichting. Een verplichting die is ingevoerd omdat juist jongeren kwetsbaar zijn voor ongevallen. 10.2 Er wordt rekening gehouden met de verminderde lichamelijke belastbaarheid van zwangere vrouwen. Dit risico is nog niet beoordeeld. Het spreekt vanzelf dat rekening wordt gehouden met de verminderde belastbaarheid van zwangere vrouwen. Een vrouw met een kind dat borstvoeding krijgt, heeft recht op de hiervoor benodigde tijd bijvoorbeeld om thuis te kolven of een rustige plek waar zij zich kan afzonderen; meer informatie over een lactatieruimte. 10.3 Er wordt rekening gehouden met oudere mensen. Dit risico is nog niet beoordeeld. We houden rekening met de eventueel verminderde vaardigheden of belastbaarheid van oudere mensen. In geval van 55 jaar of ouder zijn nachtdiensten nooit verplicht. Zie ook website duurzame inzetbaarheid. 10.4 Er is aandacht voor de veiligheid van bezoekers. Dit risico is nog niet beoordeeld. De werkgever is verantwoordelijk voor de gezondheid en veiligheid van diegenen die zijn locatie bezoeken. 11 Arbozorg 11.1 U laat zich bijstaan door middel van een zogenaamd basiscontract door een BIG geregistreerde bedrijfsarts/gecertificeerde deskundige of een gecertificeerde arbodienst. Dit risico is nog niet beoordeeld. Volgens de Arbowet bent u verplicht om u deskundig te laten ondersteunen bij uw arbo- en verzuimbeleid. Bedrijven kunnen kiezen voor een contract met een arbodienst (de zogenaamde vangnetregeling) of voor het inzetten van een arbodeskundige (een maatwerkregeling). Bij de maatwerkregeling bepaalt de werkgever zelf hoe en met wie hij de preventie en begeleiding van ziekteverzuim regelt. Wel moet het bedrijf een contractuele afspraak hebben met ten minste één BIG geregistreerde bedrijfsarts en moet het zich aan de wettelijke richtlijnen voor preventie en verzuim blijven houden. Let op! U kunt alleen kiezen voor een maatwerkregeling als u het hierover eens bent met uw werknemers. Bijvoorbeeld via een schriftelijke overeenstemming in de CAO, met de OR of de Personeelsvertegenwoordiging(PVT). Wordt u het niet eens, dan komt u automatisch in de vangnetregeling en houdt u het bestaande contract met de arbodienst. Bij zowel de maatwerk- als de vangnetregeling moet u zich altijd laten ondersteunen bij: toetsing van de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E) inclusief het plan van aanpak; ziekteverzuimbegeleiding; periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO); aanstellingskeuringen arbo spreekuur. Voor meer informatie over het basiscontract zie: het Arboportaal. Wet- en regelgeving Arbowet art. 14. 11.2 Iedere medewerker kan kennis nemen van de RI&E. Dit risico is nog niet beoordeeld. Het is wettelijk verplicht dat iedere werknemer kennis kan nemen van de risico-inventarisatie en -evaluatie. Wet- en regelgeving Arbowet art. 5 lid 6 12 Overige risico's 12.1 We gebruiken beschermende kleding en adequate persoonlijke beschermingsmiddelen. Dit risico is nog niet beoordeeld. Voor werk in de winterse koude hebben we de beschikking over voldoende warme kleding en schoeisel. Voor werk bij zomerse temperaturen hebben we de beschikking over voldoende luchtige kleding. Voor werk in de regen hebben we de beschikking over voldoende waterdichte kleding en schoeisel. Voor werk langs de openbare weg hebben we de beschikking over de voorgeschreven veiligheidskleding. 12.2 Er is voldoende aandacht voor verkeersveiligheid. Dit risico is nog niet beoordeeld. Deelname aan het verkeer is een belangrijk risico, ook als iemand veel rij-ervaring heeft. Daarom is het belangrijk om regelmatig even "stil te staan" bij welke gevaren er zijn en hoe u daarmee omgaat. 12.3 Er is voldoende aandacht voor de effecten van alcohol, drugs en medicijnen. Dit risico is nog niet beoordeeld. Alcohol, drugs en medicijnen komen veel voor in het dagelijks leven, vaak ook in werksituaties. Gebruik ervan heeft vaak negatieve effecten op de veiligheid van het werk, vooral in het verkeer en bij het bedienen van machines; zie ook medicijnen in het verkeer Ω Aangepaste risico's