Bedrijfsnoodplan Irt Plant One Rotterdam TOEPASSINGSGEBIED WIJZIGINGENBEHEER INLEIDING EN DOEL Algemeen Ondanks genomen preventieve maatregelen kunnen zich op het terrein van Phoenix Metals noodsituaties voordoen zoals een brand, explosie, een persoonlijk ongeval of een bommelding. Dit bedrijfsnoodplan (BNP) geeft een systematisch overzicht van de organisatie van Phoenix Metals om bij ongevallen of incidenten (verder ongeval) de effecten te beheersen en de schade ervan tot een minimum te beperken. Het doel van het BNP is: - Voorafgaand aan noodsituaties: voorbereiden op mogelijke noodsituaties; - Tijdens noodsituaties: mens en het leefmilieu op het bedrijfsterrein, alsook daarbuiten zo goed mogelijk beschermen tegen de effecten van het ongeval; - Tijdens noodsituaties: beheersen en bestrijden van de gevolgen van het ongeval. Het BNP is bestemd om de bestrijding en coördinatie op veilige, verantwoorde wijze te starten in de periode tussen het ontstaan van het voorval en de aankomst van de externe hulpdiensten. Dit gebeurt met het aanwezige personeel en de aanwezige middelen. Na aankomst worden de externe hulpdiensten op een veilige manier ondersteunt in hun taak. Deze procedure beschrijft wie welke taak/activiteit uitvoert. Tevens is vastgelegd wanneer en, indien van toepassing, waarmee de taak/activiteit wordt uitgevoerd. Het BNP van Phoenix Metals is in lijn met het noodplan van Plant One Rotterdam (POR) , aangezien de werkzaamheden van Phoenix Metals op het terrein van POR plaatsvinden. TOEPASSINGSGEBIED Dit BNP is van toepassing op de site van Phoenix Metals in het verzamelgebouw van POR en maakt gebruik van de mechanismes opgenomen in de BNP van POR. Het BNP van Phoenix Metals en van POR is een toevoeging op het Bedrijfsnoodplan van de HuntsmanRotterdam. Hierin is alle relevante informatie opgenomen over de beheersing van een calamiteit op het terrein van POR Projecteam. Dit BNP kan door elke medewerker van Phoenix Metals in werking worden gezet. Calamiteiten organisatie De Projecten calamiteitenorganisatie (POR) Algemeen Ten behoeve van het bestrijden van calamiteiten op het terrein van POR heeft de Burgemeester van Rotterdam POR en dus de POR terrein aangewezen als brandweerplichtig bedrijf. POR heeft de taken in het kader van deze bedrijfsbrandweeraanwijzing uitbesteed aan de Gezamenlijke Brandweer. De Bedrijfsnoodorganisatie van POR bestaat uit de volgende functies: Workpermit coördinator piketfunctionaris Ontruimingsleiders ( in geval van ontruiming van het projecten kantoor en aanverwante gebouwen) BHV-ers Pilots organisatie Portier terrein 5210 Hoofd BHV Tabel 1: Invulling taakverdeling Figuur 1: Organogram Rol en taken van de calamiteitenorganisatie Workpermit coördinator De Workpermit coördinator heeft de lokale leiding tijdens een calamiteit tot aankomst van piketfunctionaris of Hoofd BHV van POR. Gedurende deze periode neemt hij de taken van de piketfunctionaris waar. Hij is bevoegd tot het stilleggen van alle werkzaamheden indien de situatie of het bevoegd gezag dit vereist. Vanaf dit punt zal het BNP van de HuntsmanRotterdam van kracht zijn. Ontruimingsleider Als ontruimingsleiders zullen de voormannen van de contractors die kantoor houden in het projecten kantoor optreden. Taken en verantwoordelijkheden: Alarmeert conform de instructies; Draagt zorg voor ontruiming van het kantoorpersoneel indien daartoe het bevel wordt gegeven door de overheid of de controlekamercoördinator; Laat controleren of de gebouwen in de veilige staat zijn, ventilatie gestopt, ramen en deuren gesloten zijn etc.; Is verantwoordelijk voor de inventarisatie van alle aanwezigen en controleert of er vermisten zijn. BHV-er Binnen de organisatie zijn meerdere mensen gediplomeerd BHV’er. De BHV ‘er verleent eerste hulp aan slachtoffers bij de twee BHV posten (portiersloge/Vergunningen balie) en assisteert op verzoek van de controlekamercoördinator bij slachtofferhulp op de POR terrein. Bevelvoerder Gezamenlijke Brandweer Indien de bevelvoerder van de Gezamenlijke Brandweer ter plaatse komt, valt hij onder de verantwoording van de POR organisatie als bedrijfsbrandweer. Zodra de officier van dienst (OVD) ter plaatse komt, wordt de rol van de bedrijfsbrandweer veranderd in overheidsbrandweer. De officier van dienst heeft altijd het commando over de bestrijding van het incident. Portier De portier is 24/24 h aanwezig. In geval van calamiteit zal hij de controlekamercoördinator en de rampgebiedcoördinator ontlasten voor wat betreft de onderstaande werkzaamheden : Taken en verantwoordelijkheden: Zorgt voor een onbelemmerde aanrijdroute voor de hulpdiensten (als eerste de brandweer); Vangt het eerste brandweervoertuig op en verstrekt portofoon, stoffenlijst en veilige aanrijdroute; Stopt de toegang tot de terminal van bezoekers, contractors en personeel (uitgezonderd bedrijfsleiding); Roept assistentie portier op (2e bewaker via backup regeling) en start time log (registreren wat, wie, wanneer en waar); Alarmeert de piketfunctionaris en de overige bedrijfsleiding en verzoekt hen naar het bedrijf te komen; Vangt de tweede golf hulpverlening en de Officier van Dienst op; Informeert de buurbedrijven op aangeven van de controlekamercoördinator (indien noodzakelijk); Coördineert de afvoer van slachtoffers en registreert de relevante gegevens (namen slachtoffers, waar naar toe gebracht, hoe laat enz.); Voorziet de hulpverleningsinstanties van productinformatie, wanneer er slachtoffers blootgesteld zijn aan producten; Verzamelt de namen van de aanwezige personen op het terrein Brengt de aanwezige personen in het kantoor en de verzamelplaats (kantine) in kaart in samenwerking met de ontruimingsleider; Ontruimt (op aangeven van de controlekamercoördinator) de aanwezige personen in kantoor en verzamelplaats kantine naar een veilige locatie buiten de inrichting in samenwerking met de ontruimingsleider. Hoofd BHV (H-BHV) Het hoofd BHV heeft geen primaire taak tijdens de bestrijding van de calamiteit. Zo mogelijk zal hij optreden als assistent van de piketfunctionaris. De taken en verantwoordelijkheden van het hoofd BHV zijn gericht op het instant houden van de bedrijfsnoodorganisatie en de middelen. Taken en verantwoordelijkheden: Plant en organiseert interne oefeningen, trainingen en cursussen voor de bedrijfsnoodorganisatie om deze geoefend te houden overeenkomstig voorschriften in de vergunning en standaarden binnen de organisatie en de regio; Plant en organiseert oefeningen en basistrainingen betrekkend op noodsituaties voor het gehele personeel; Draagt zorg voor beoordeling en evaluatie van de gehouden oefeningen, trainingen en cursussen en rapport en adviseert het management in deze; Draagt zorg voor de inzetbaarheid van de calamiteitenbestrijdingsmiddelen. Oefenen van de calamiteitenorganisatie Teneinde de geoefendheid van de calamiteitenorganisatie te waarborgen wordt jaarlijks een oefenrooster opgesteld. In dit oefenrooster zijn de volgende oefeningen ingedeeld: Tabel 2: Oefenen overzicht Het oefenen van het Noodplan met het gehele personeel wordt twee maal per jaar uitgevoerd. Jaarlijks wordt op basis van de resultaten van deze oefening het Noodplan geëvalueerd. De belangrijke punten zijn: Iedereen op de inrichting moet weten hoe te handelen indien hij/zij: een alarm ziet of hoort een brand, lekkage of spill ontdekt een kritieke veiligheidsituatie ontdekt Alarmen worden regelmatig getest en vluchtroutes worden regelmatig gecontroleerd. Personeel wordt getraind in de uitvoering van de noodplannen waarbij aandacht wordt gegevens aan het betrekken van de gehele staf, waaronder ook de plaatsvervangers van specifieke functionarissen, de staf van onderhoud en contractors. Resultaten van de oefeningen worden geëvalueerd om vast te stellen of: acties volgens plan verlopen nooduitgangen en vluchtroutes voldoende en toegankelijk zijn alarmen overal goed hoorbaar zijn boven het achtergrondgeluid - voldoende middelen en faciliteiten beschikbaar zijn De oefeningen worden georganiseerd door het Hoofd BHV De oefeningen moeten zo realistisch mogelijk in scène worden gezet zonder dat hierdoor extra en onnodige risico's ontstaan. Degenen die bij de oefening betrokken zullen zijn, worden vóór aanvang van de oefening ingelicht. Soorten ongevallen Binnen POR is een onderscheid gemaakt in ongevallen met en zonder lichamelijk letsel. Ongevallen zonder lichamelijk letsel worden incidenten of voorvallen genoemd. Onder ongevallen met letsel valt: Alle BHV verrichtingen, Medische behandeling (behandeling door arts of verpleegkundige), ongeval waarnaar aangepast werk noodzakelijk is, ongeval met verzuim (werkzaamheden niet binnen 24 uur kunnen hervatten) en dodelijk letsel. Tabel 3: Overzicht soorten ongevallen Inzetmatrix Voor het opzetten van het BNP is een inventarisatie gemaakt van de calamiteitenscenario’s die kunnen worden voorzien. Vervolgens is beoordeeld welke leden van de calamiteitenorganisatie hierbij een rol spelen. Het resultaat van die inventarisatie is opgenomen in onderstaande matrix. Figuur 2: Inzetmatrix Middelen ter beheersing van een calamiteit Hieronder zijn de aanwezige middelen algemeen beschreven. Het brandblusnet POR beschikt over een ondergronds bluswaterleidingnet. Het net is als ringsysteem uitgevoerd met op regelmatige afstanden geplaatste hydranten. De hydranten zijn voorzien van twee brandkranen met 2½" Storz-koppelingen en een 5" brandweeraansluiting. Deze hydranten hebben een drainsysteem. Dit betekent, dat wanneer de hydrant geheel is geopend, de drain dicht staat en bij een geheel gesloten hydrant, de drain open staat. In het bluswaternet zijn blokafsluiters aanwezig die gedeeltelijke afsluiten van een deel van het net mogelijk maken, zonder dat voor de andere gedeelten de watervoorziening in gevaar komt. Kleine blusmiddelen Verspreid over het gehele bedrijfsterrein zijn brandblussers (CO2 en poeder blussers) aanwezig. Verspreid over het gehele bedrijfsterrein zijn verzegelde kasten aanwezig waarin zich slangen, schuimspuitstukken, watergordijnsproeiers en gereedschappen bevinden. Op diverse plaatsen op het terrein bevinden zich blusdekens. Alle plaatsen zijn duidelijk voorzien van pictogrammen en aanduidingen. De verzegelde kasten zijn voorzien van een opschrift met de inhoud van de kast. Communicatiemiddelen Portofoons Ten behoeve van de interne communicatie is een portofoons (Ex) en een moederstation in de portiersloge van het terrein 5210 aanwezig. Bij een incident kan de calamiteitenorganisatie van deze portofoon (Ex) gebruik maken. Deze staat opgesteld in de portiersloge. Voor het portofoonverkeer zijn drie kanalen beschikbaar. Twee kanalen worden gebruikt voor het operationele portofoonverkeer, één kanaal als calamiteitenkanaal. GSM Alle leden van het projectteam beschikken over een intrinsiek veilige mobiele telefoon. Drukknop Voor alarmering van de brandweer is in de controlekamer van de Terminal een “drukknop” installatie aanwezig, de Operator in de controlekamer bediend deze knop op verzoek van de wachtchef die in verbinding staat met de regionale alarmcentrale. Na indrukken van de drukknop wordt door de regionale alarmcentrale het uitrukalarm geactiveerd van de dichtstbijzijnde (bemande) brandweerkazerne van de Gezamenlijke Brandweer (normaliter Merseyweg). De regionale alarmcentrale neemt ook contact op met POR om de aard en omvang van het incident te vernemen en de aanrijdende eenheid en overige instanties te activeren dan wel van nadere informatie te voorzien. Deltalinqs POR is aangesloten op het Deltalinqs mobilofoonnetwerk. Hierop zijn veel grote omliggende bedrijven aangesloten. Met behulp van dit netwerk kan snel informatie worden verstrekt naar directe buurbedrijven en de omliggende bedrijven in geval van een calamiteit. Ook kan snel informatie verkregen worden ingeval van een calamiteit bij één van de buurbedrijven. Het netwerk wordt tevens gebruikt om de bevelvoerder van de Gezamenlijke Brandweer tijdens het aanrijden vanaf de kazerne naar de locatie al te voorzien van benodigde informatie (zoals aard en omvang van het incident, betrokken stoffen en eventueel aanwezige gewonden). De aanrijdende bevelvoerder kan hierop direct anticiperen. Brand / gasalarm Op het terrein is een brand- en een gas alarmeringsinstallatie aanwezig. Deze alarmen kunnen worden geactiveerd vanuit de controlekamer en zullen middels een luide toon de op het terrein aanwezige personen waarschuwen. Brandalarm: constante hoge toon Gas- en ontruimingsalarm: om de 5 seconden een signaal van 5 seconden lang De alarmsignalen worden elke eerste maandag van de maand om 12:00 uur getest. Het sein “veilig” na afloop van een incident wordt door de wachtchef mondeling aangezegd. Handbrandmelders Verspreid over het terrein zijn handbrandmelders opgesteld. Bij het indrukken van de handmelder wordt een alarmsignaal gegeven op de BMC in de controlekamer. Hierop is afleesbaar uit welke sectie het alarm komt. Bij het activeren van de handmelder volgt een specifiek alarmeringssignaal over het gehele terrein. Na ontvangst van alarm op de BMC in de controlekamer zal de controlekamercoördinator handmatig het gas of brandalarm op het terrein activeren. Verzamelplaatsen Binnen de POR terrein zijn twee vaste verzamelplaatsen ingericht, te weten: Portiersloge hoofdpoort ????????? Tijdens een calamiteit wordt van een ieder die geen onderdeel uit maakt van de calamiteitenorganisatie verlangt dat zij zich, bij het horen van het brandalarm of gasalarm, begeven naar de dichtstbijzijnde verzamelplaats. Bij een productontsnapping dient men zich haaks op de wind naar de dichtstbijzijnde verzamelplaats te begeven. De verzamelplaatsen zijn duidelijk herkenbaar van op afstand doormiddel van de bekende pictogrammen. Op het terrein is bewegwijzering aanwezig. Op de verzamelplaatsen bestaat de mogelijkheid binnen of beschut te staan. Op de verzamelplaatsen is telefoon aanwezig zodat contact kan worden opgenomen met of vanuit de centrale controlekamer of portiersloge. Op de verzamelplaats is speciaal daarvoor bestemde en aangeduide kast aanwezig met daarin relevante middelen voor de verzamelplaats (o.a. schrijfgerei, zaklamp, vluchtmaskers en instructies hoe te handelen). Stoffenlijst (actuele stoffenlijst) Ten behoeve van de hulpverleningsdiensten is op het terrein altijd een actuele lijst met de mogelijk aanwezige gevaarlijke stoffen voorhanden. Audits & inspecties Een audit naar het functioneren van het Noodplan wordt jaarlijks uitgevoerd. De resultaten uit de audit zijn input aan het POR management. LIJST MET AFKORTINGEN EN DEFINITIES Tabel 4 Afkortingen en definities Phoenix Metals | Phoenix Metals | Phoenix Metals | | | | | | Revisie nummer | Revisie datum | Omschrijving wijzigingen 1.0 | 23-12-2024 | Ontwikkeling nieuwe procedure | | | | | | | | | | | | | | | | Eindverantwoordelijke | Functie invullen | Functie invullen Inhoudsverantwoordelijke | Functie invullen | Functie invullen Verificatie door Beheerder | Functie invullen | Functie invullen Verificatie door Beheerder | Functie invullen | Functie invullen Functie calamiteiten organisatie | Eerste aangewezen | Vervanger Vergunningen balie POR projecten | Workpermit coördinator | HSE Coördinator Rampgebied coördinator | Workpermit coördinator | Workpermit coördinator Piketfunctionaris | Lid Projecten team | Lid Projecten team Oefening | frequentie | deelnemers | opmerkingen Interne oefening* | 4 x per | Workpermit coördinator BHV-er Portier Piketfunctionaris Hoofd BHV Ontruimingsleider | Ontruimingsoefening | 2 x per jaar | Controlekamercoördinator Rampgebiedcoördinator Piketfunctionaris Ontruimingsleiders Portier | Begeleiding externe instructeur. Kleine blusmiddelen | 1 x per jaar | Alle medewerkers | Begeleiding externe instructeur. BHV | 1 x per jaar | Wachtchef, 1e Operator en Hoofd BHV | Begeleiding externe instructeur. Ongeval | Omschrijving BHV | Een ongeval, waarbij een BHV-er de verzorging op zich neemt. Medische behandeling | Een persoon, hoger opgeleid dan een BHV-er, neemt de verzorging (méér dan één keer) op zich. Bijvoorbeeld: een hechting aanbrengen en verwijderen. Ongeval met aangepast werk | De persoon kan het eigen werk niet hervatten, maar verzuimt niet. Op basis van het advies van de bedrijfsarts wordt besloten welk aangepast werk het best past bij de aard van het door de persoon opgelopen letsel. Ongeval met verzuim | De persoon herneemt het werk niet na het ongeval (de dag van het ongeval wordt hierin niet meegeteld). Dodelijk ongeval | De persoon is bij het ongeval zo zwaar gewond geraakt dat de dood intreedt. De arts verklaart de persoon dood. Calamiteiten-scenario | Controlekamercoördinator | Rampgebied coördinator | Piketfunctionaris | Ontruimingsleiders | Portier | Gezamenlijke Brandweer Grote brand | X | X | X | X | X | X Kleine brand | X | X | X | X | | Ammoniak ontsnapping | X | X | X | X | X | X Formaldehyde ontsnapping | X | X | X | X | X | X Vloeistofontsnapping | X | X | X | X | X | X Vaste stof ontsnapping | X | X | X | X | X | Ongeval | X | X | X | | X | X Externe calamiteit (schuilen/ ontruimen) | X | X | X | X | X | X* Ontruiming | X | X | X | X | X | X* BNP | Bedrijfs Noodplan POR | Plant One Rotterdam