Aanvraag beoordeling en goedkeuring van gevaarlijke stoffen - Chemicals TOEPASSINGSGEBIED WIJZIGINGENBEHEER INLEIDING EN DOEL Algemeen Deze procedure beschrijft wie welke taak/activiteit uitvoert. Tevens is vastgelegd wanneer en, indien van toepassing, waarmee de taak/activiteit wordt uitgevoerd. De plaats van deze procedure binnen GPS Amsterdam (hierna GPSA) processen, het managementsysteem en de normen, alsmede de relatie (referentie) met procedures,werkinstructies en formulieren is vastgelegd in: Boomstructuur. (inclusief uitleg structuur en nummering); Referenties in dit document. Een belangrijke verplichting voor GPSA is vast te stellen met welke gevaarlijke producten (hierna het “product”) gewerkt wordt en wat de (blootstelling)risico’s zijn bij werkzaamheden hiermee. Op basis van deze bevindingen zal GPSA, indien noodzakelijk, maatregelen vaststellen om een veilige werksituatie te waarborgen. Producten worden “gevaarlijk” genoemd als hun intrinsieke (stofeigen) eigenschappen een gevaar voor de gezondheid, veiligheid of het milieu kunnen opleveren. Of iemand is blootgesteld of dat het product in het milieu terecht komt maakt dus niet uit voor de definitie “gevaarlijk product”. De intrinsieke eigenschappen van een product blijken uit de gevaarsindeling volgens de CLPverordening 1272/2008 (de EU-stoffenverordening voor de indeling, etikettering en verpakking van producten volgens CLP). Producten worden daarbij ingedeeld in één of meer gevaarcategorieën, met bijbehorende CLP-pictogrammen en Hazard-zinnen (H-zinnen). De fabrikant van het product behoort met pictogrammen en H-zinnen de gevaren van het product kenbaar te maken. Met de gegevens van het etiket en het Safety Data Sheet (hierna “SDS”) kan worden bepaald welke regelgeving van toepassing is. In deze procedure zijn een aantal processtappen opgenomen zoals het bepalen van de technische geschiktheid van het product en het uitvoeren van een Chemical Risk assessment. Daarnaast is er bijzondere aandacht gegeven aan het voorgenomen gebruik van CMR, SVHC, PBT en vPvB stoffen en het voldoen aan geldende wet- en regelgeving (Arbowet en REACH). In bijlage A is een flowschema opgenomen met de verschillende processtappen die doorlopen worden voordat een product mag worden aangekocht en toegepast. Elk van deze stappen wordt in deze procedure toegelicht. Doel Doel van deze procedure is het beschrijven hoe gevaarlijke producten aangevraagd, beoordeeld en goedgekeurd moeten worden. De procedure wordt gebruikt teneinde veilig en verantwoord te kunnen werken met deze gevaarlijke producten. Bij het opstellen van deze procedure is er vanuit gegaan dat GPSA een ‘Downstream gebruiker’ is volgens de REACH- verordening. TOEPASSINGSGEBIED Deze procedure heeft betrekking op alle producten en gerelateerde processen die voorkomen binnen de bedrijfsvoering van GPSA. Deze procedure is van toepassing op nieuwe en gewijzigde producten en wordt gebruikt voorafgaand aan ingebruikname van deze producten. REFERENTIES Tabel 1 Referenties RELEVANTE WET- EN REGELGEVING In de Arbowet, het Arbobesluit en de daarbij horende Arboregeling zijn diverse artikelen opgenomen over het onderwerp ‘gevaarlijke stoffen’ met als doel medewerkers te beschermen tegen de effecten ten gevolge van (o.a. algemene zorgplicht) een te hoge blootstelling aan gevaarlijke stoffen op de werkplek. Tevens zijn diverse AI-bladen gepubliceerd die betrekking hebben op gevaarlijke stoffen. In bijlage B is een overzicht gegeven van alle wettelijke bepalingen in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling die van toepassing zijn op dit onderwerp. Tevens is een opsomming gegeven van de relevante AI-bladen. TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN De taken/activiteiten en verantwoordelijkheden in relatie tot de (wettelijke) verplichtingen en/of operationele beheersing zijn weergegeven in onderstaande RASCI-tabel. Tabel 2 RASCI Tabel Procedure In dit hoofdstuk is een toelichting gegeven van de in hoofdstuk 5 genoemde taken/activiteiten. Globale omschrijving Bij het bestellen van een product zijn diverse stakeholders betrokken, elk met hun eigen verantwoordelijkheden. In het algemeen kan gesteld worden dat de Aanvrager een behoefte heeft aan een product en het initiatief neemt om het te bestellen. M&R / Operations / HSE beoordeelt vervolgens of het product technisch geschikt is voor de beoogde toepassing. Indien het product technisch toepasbaar is, zal HSE een Chemical Risk Assessment uitvoeren. HSE bepaalt eventuele additionele voorzorgsmaatregelen ten einde een veilige werksituatie te waarborgen. Indien het product geschikt is bevonden voor het beoogde gebruik kan dit product besteld worden. Tevens worden de diverse stakeholders, te weten M&R, Operations en Inkoop hiervan op de hoogte gesteld. Ter ondersteuning van deze procedure is een flowschema opgesteld (zie bijlage A). In onderstaand schrijven wordt elke stap ook apart beschreven. De belangrijkste formulieren behorende bij dit proces zijn het HSE Chemical Request Form (hierna “HSE-CRF”), Safety Data Sheet (hierna “SDS”) en de werkplekinstructiekaart (hierna “WIK”). Aanvrager product Wanneer er een behoefte is aan het gebruik van een product vult de aanvrager een HSE-CRF (FM-240-01-02) in en dient dit in voor een beoordeling op technische geschiktheid bij M&R / Operations / HSE. Figuur 1; Flow aanvrager Tevens biedt het HSE-CRF voldoende informatie om te kunnen beoordelen wat de gezondheids- en milieurisico’s zijn bij het werken met het betreffende product. Naar aanleiding van deze risicobeoordeling kunnen adequate maatregelen geformuleerd worden om ongewenste gezondheids- en milieurisico’s zo veel mogelijk te beperken. Een ieder kan een aanvraag indienen, echter is instemming middels een technische toetsing op geschiktheid een vereiste! Het formulier is opgedeeld in vier secties: Bestelgegevens Taakspecifieke gegevens Omgevingsfactoren en vervolgstappen. Hieronder wordt elke sectie kort toegelicht. Bestelgegevens HSE-CRF (vraag 1-4) Deze vragen dienen ingevuld te worden door de aanvrager en zijn bedoeld om technische geschiktheid toetsing te helpen om te bepalen langs welk traject de aanvraag voor het product dient te verlopen. Om vraag 3 te beantwoorden kijkt men of het blootstellingsscenario vermeld wordt op de werkplekinstructiekaart (WIK). Figuur 2; WIK kaart Taak specifieke gegevens (vraag 5 – 10) + Omgevingsfactoren (vraag 11 – 16) Deze secties dienen nauwkeurig en waarheidsgetrouw ingevuld te worden door de Aanvrager. Met behulp van deze input worden door HSE, mede middels door de Inspectie SZW goedgekeurde hulpmiddelen (“Stoffenmanager Premium”), de gezondheidsrisico’s van het gevaarlijke product (in relatie tot de handeling(en)) met het product ingeschat. Beoordeling technische geschiktheid Na ontvangst van het HSE-CRF beoordeelt M&R / Operations / HSE of het product geschikt is voor de beoogde toepassing en vult bij goedkeuring het formulier aan (laatste vraag) en biedt bij goedkeuring het HSE-CRF incl SDS aan aan HSE ter verdere beoordeling. Figuur 3; Technische geschiktheid Aan de hand van de laatste tabel op het HSE-CRF worden de vervolgstappen waarlangs de bestelling dient te verlopen bepaald. De stappen zijn weergegeven in het ‘Flowschema ‘Aanvraag, beoordeling en goedkeuring van gevaarlijke stoffen’ (FM-240-01-01), behorende bij deze procedure en worden hieronder weergegeven. Figuur 4; Besteltraject Documenten benodigd bij de besteltrajecten B en C Bij elk besteltraject zijn bepaalde documenten vereist tbv een goede assessment door HSE, te weten: SDS Een Safety Data Sheet (SDS) mag niet ouder zijn dan 3 jaar en moet in ieder geval in de Nederlandse taal zijn opgesteld. Het SDS/VIB is op te vragen bij de leverancier van het product. De leverancier is verplicht deze te leveren conform annex II van REACH. HSE-CRF Volledig ingevuld formulier, zie 6.2.1 en 6.2.2. Ontvangen van actueel SDS In geval het SDS verouderd is (ouder dan 3 jaar), dan dient men een actuele versie bij de leverancier van het product aan te vragen. M&R / Operations / HSE bepalen in overleg wie dit SDS opvraagt. Het kan ook voorkomen dat een leverancier een SDS meestuurt met de levering van het product. Deze kan ontvangen worden door alle betrokke partijen (M&R / Operations / Inkoop / HSE). De ontvangende partij dient te controleren of het aangeleverde SDS een nieuwere versie betreft dan reeds in gebruik is. Als dat het geval is dan dient het nieuwe SDS te worden doorgestuurd naar HSE, waarna het Chemical Risk Assessment wordt gereviewed. Op die manier worden eventuele risico’s die door nieuwe samenstelling van een product ontstaan opnieuw geanalyseerd en kunnen maatregelen getroffen worden. Figuur 5; Ontvangst actueel SDS Chemical Risk assessment Review HSE-CRF en SDS HSE zal na ontvangst van zowel het HSE-CRF als een actueel SDS een chemical risk assessment initieren. Tijdens een dergelijke assessment wordt minimaal aandacht besteedt aan onderstaande aspecten. Is het HSE-CRF volledig ingevuld? Zo niet dan kan het blootstellingsrisico niet bepaald worden. Zijn de benodigde documenten aangeleverd? (minimaal SDS) De algemene kwaliteit van het aangeleverde SDS/VIB. Is het SDS/VIB in het Nederlands opgesteld (REACH, artikel 31)? Is het SDS/VIB niet ouder dan 3 jaar? Is de samenstelling van het product duidelijk? D.w.z. dat tenminste de componenten met de volumepercentages en CAS-nummers zijn opgenomen. Indien deze informatie ontbreekt, is het niet mogelijk om een Chemical Risk Assessment uit te voeren. Voldoet het SDS aan REACH? Belangrijke aspecten die hierbij gecontroleerd worden zijn: Is in het SDS/VIB, rubriek 1.2 het geïdentificeerd gebruik opgenomen? (toepassingsgebied) Zijn in het SDS/VIB, in de bijlage, blootstellingsscenario’s opgenomen? Voldoet het SDS/VIB aan van de verordening 453/2010 (REACH) bijlage II Zijn de gevaarlijke eigenschappen van het product in voldoende mate vastgesteld? Is het product een CMR, SVHC, PBT en vPvB stof? Als HSE tot het oordeel komt dat de aangeleverde gegevens aan de eisen voldoen dan kan een evaluatie en classificatie van het product plaatsvinden ter voorbereiding op het Chemical Risk Assessment. Chemical risk assessment Indien men werkzaamheden gaat uitvoeren met producten dient de aard, mate en duur van de blootstelling inzichtelijk te worden gemaakt. Hiermee kunnen de (aan het gebruik van het product gerelateerde) risico’s voor de medewerkers, in kaart worden gebracht. Op basis van het Chemical Risk Assessment kunnen de noodzakelijke maatregelen ter bescherming van de medewerkers geformuleerd worden. De data uit het ingevulde HSE-CRF vormt de basis voor het bepalen van deze risico’s. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het kwantitatieve beoordelingsmodel “Stoffenmanager Premium”. Afhankelijk van de situatie kan ook gebruik worden gemaakt van andere beoordelingsmodellen zoals ART (Advanced Reach Tool) en ECETOC TRA. De voorkeur gaat echter uit naar de “Stoffenmanager Premium” aangezien dit model door de Inspectie SZW en door ECHA (REACH) erkend wordt als betrouwbaar hulpmiddel bij het beoordelen van blootstellingsituaties via inhalatie als onderdeel van de RI&E. Met behulp van dit model worden de blootstellingssituaties en het blootstellingsniveau bepaald. Dit blootstellingsniveau wordt getoetst aan een gezondheidskundige grenswaarde. Voor gezondheidskundige grenswaarden wordt onderscheid gemaakt tussen private grenswaarden die door werkgevers (GPSA) vastgesteld worden en publieke (wettelijke) grenswaarden die door de overheid vastgesteld worden. Voor het vaststellen van (private) grenswaarden wordt door GPSA gebruik gemaakt van het beslisschema “grenswaardekeuze” dat in opdracht van de SER door TNO en DHV-Haskoning is opgesteld. Het Ministerie van Sociale Werkgelegenheid (SZW) stelt publieke grenswaarden vast voor stoffen waarvoor de EU een grenswaarde vereist. Hierbij wordt als criterium stoffen zonder eigenaar en stoffen met grote kans op gezondheidsschade (hoog-risico-stoffen) gehanteerd, dan wel stoffen waarvoor de overheid vindt dat er een publieke grenswaarde moet worden vastgesteld. Blootstellingniveau’s boven de grenswaarde worden beschouwd als een onaanvaardbare risico voor de werksituatie. HSE Occupational Health Strategy Beheersing van de blootstelling Wanneer uit het Chemical Risk Assessment blijkt dat het product gevaar voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers oplevert dan worden er maatregelen getroffen. Deze maatregelen volgen daarbij de “Occupational Health Strategy”, ofwel de arbeidshygiënische strategie. Deze strategie kent de volgende niveaus van beheersing (op volgorde van voorkeur): Bronmaatregelen – De oorzaak van het probleem wegnemen. Voorbeeld: vervangen van de bron of voorkomen van blootstelling bij de bron; Collectieve maatregelen – Als bronmaatregelen geen mogelijkheden bieden, dienen collectieve maatregelen genomen te worden om de risico’s te verminderen. Voorbeeld: het plaatsen van afscherming of een afzuiginstallatie. Individuele maatregelen – Als collectieve maatregelen niet kunnen of onvoldoende doeltreffend zijn, mogen individuele maatregelen genomen worden. Voorbeeld: het werk zo organiseren dat werknemers minder risico lopen (taakroulatie). Persoonlijke beschermingsmiddelen – Als de bovenste drie maatregelen onvoldoende effect hebben, mag gebruik gemaakt worden van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals bijv het dragen van een verseluchtkap en het dragen van handschoenen. Het “redelijkerwijsprincipe” GPSA houdt bij het toepassen van de arbeidshygiënische strategie rekening met dit “redelijkerwijsprincipe”. GPSA onderzoekt bij het treffen van maatregelen eerst de mogelijkheden op hoger niveau voordat besloten wordt tot maatregelen uit een lager niveau. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende en economische redenen). Deze afweging geldt voor elk niveau opnieuw. Uitzondering hierop vormen risico’s met betrekking tot CMR, SVHC, PBT en vPvB stoffen. Dan mag alleen een stap lager in de hiërarchie worden gedaan als een hogere maatregel technisch niet uitvoerbaar is. Economische redenen mogen voor deze stoffen ook niet worden aangewend als argument voor een lager niveau van maatregel. Bij het redelijkerwijsprincipe gelden de volgende overwegingen: De ernst van de blootstelling: bronmaatregelen worden bij gevaarlijke stoffen eerder genomen dan bij minder gevaarlijke stoffen. De technische haalbaarheid: de voorgestelde maatregel is op de markt verkrijgbaar en effectief gebleken. De financiële haalbaarheid: de kosten van de maatregel moeten in verhouding staan tot het effect ervan. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt met de maatregelen bij vergelijkbare werkzaamheden in andere bedrijven of organisaties. Als GPSA een maatregel niet direct kan bekostigen, zal een plan gemaakt worden dat binnen een vastgesteld periode zal worden uitgevoerd. Aanvullend worden de volgende maatregelen getroffen: De medewerkers die het product gaan gebruiken worden vooraf geïnstrueerd hoe het product veilig kan worden toegepast. Indien nodig worden gevarenzones ingesteld waarbinnen anderen dan de gebruikers zelf niet mogen komen. Deze gevarenzones worden duidelijk gemarkeerd door middel van waarschuwings- en veiligheidssignalering. Risico acceptatie en -afwijzing Met behulp van het beoordelingsmodel “Stoffenmanager Premium” beoordeelt HSE of het gezondheidsrisico acceptabel is of niet. Indien blijkt dat er te hoge gezondheidsrisico’s gepaard gaan met het gebruik van het product (ondanks eventuele maatregelen volgens de arbeidshygiënische strategie), wordt het gebruik niet geaccepteerd en dient er een alternatief product gezocht te worden. Indien noodzakelijk kan een verdiepend onderzoek geïnitieerd worden vanuit HSE. Ingebruikname van bepaalde producten zou invloed kunnen hebben of de vergunning van GPSA. HSE zal het gebruik toetsen aan de vigerende vergunning en indien noodzakelijk een aanpassing in de vigerende vergunning initieren. Alle verzamelde informatie wordt vastgelegd in het beoordelingsmodel “Stoffenmanager Premium” en tevens als bijlage toegevoegd aan de verdiepende RI&E gevaarlijke stoffen. Indien het een CMR-product betreft wordt dit apart geregistreerd conform het Arbobesluit. Opstellen van instructies Figuur 6; WIK en PPE WIK opstellen Nadat uit de Chemical Risk assessment blijkt dat het gebruik van het product kan worden geaccepteerd zal door HSE een Werkplekinstructiekaart (WIK) worden opgesteld. PPE-Matrix Wanneer uit de Chemical Risk assessment blijkt dat tijdens een bepaalde handeling of activiteit het dragen van PPE noodzakelijk is zal de activiteit worden opgenomen in de PPE-matrix. Werkinstructie en Safety Topic Mocht voor het veilig gebruiken van het product een aanvullende werkinstructie noodzakelijk zijn, dan zal deze worden opgesteld door HSE. Deze werkinstructie dient na goedkeuring opgenomen te worden in het managementsysteem. Wanneer het product vaker en door meerder disciplines gebruikt wordt kan daarnaast besloten worden een Safety Topic op te stellen. Aanvullende voorschriften Contractorbedrijven en buitenfirma’s Voor contractors die gevaarlijke stoffen en producten voor eigen gebruik meenemen op de site van GPSA gelden in principe dezelfde eisen als voor het gebruik van de stoffen en producten bij GPSA. Contractors dienen zelf een risk assessment uit te voeren voor de handelingen met de eigen gevaarlijke stoffen. De projectleider die namens GPSA een buitenfirma inhuurt (die gebruik maakt van door GPSA bestelde producten) is verantwoordelijk voor het onder de aandacht brengen van deze procedure bij de betreffende buitenfirma’s. Voorlichting Voorlichting van medewerkers die potentieel in aanraking komen met producten vindt plaats via een aantal instrumenten. In actieve vorm wordt men tijdens bijeenkomsten als een toolbox, startwerkbespreking of via de bespreking van de werkvergunning gewezen op de risico’s. In meer passieve vorm is informatie beschikbaar via de werkplekinstructiekaarten (WIK) of etikettering van producten. GPSA verzorgt de voorlichting in geval een product door GPSA wordt geïntroduceerd. Dit is het geval wanneer het processtoffen betreft en stoffen en producten die zijn voorgeschreven door GPSA. Wanneer een contractor zelf producten die niet zijn voorgeschreven of aangekocht door GPSA meeneemt naar de GPSA site is de contractor zelf verantwoordelijk voor de risicobeoordeling en voorlichting richting haar medewerkers. Na de werkzaamheden MOET de contractor de stoffen van de site verwijderen. LIJST MET AFKORTINGEN EN DEFINITIES Tabel 3 Afkortingen en definities BIJLAGEN Bijlage A; Flowschema Bijlage B; Overzicht wetgeving Arbeidsomstandighedenwet De basis voor het beleid ten aanzien van gevaarlijke stoffen is verwoord in de algemene zorgplicht. Aansluitend daarop zijn van belang: Artikel 5: stelt de RI&E verplicht Artikel 6: het voorkomen van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken; Artikel 8: voorlichting en onderricht; Artikel 10: het voorkomen van risico’s voor derden; Artikel 16: nadere inventarisatieverplichtingen voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia Arbeidsomstandighedenbesluit Hoofdstuk 4 van het Arbobesluit is in zijn geheel gewijd aan toxische stoffen en biologische agentia. Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van datgene dat in Hoofdstuk 4 van het Arbobesluit wordt genoemd. Hiervoor worden per afdeling de belangrijkste paragrafen behandeld. De zorgplicht Paragraaf 2 van afdeling 1 gaat in op de zorgplicht van de werkgever en de nadere verplichtingen met betrekking tot de RI&E en de verplichtingen om het gevaar zo veel mogelijk te reduceren. Het komt er kortweg op neer dat de werkgever verplicht is om de aard, mate en duur van de blootstelling te bepalen conform geschikte, geharmoniseerde methoden en vervolgens maatregelen moet treffen om die blootstelling zo veel mogelijk te reduceren. Artikel 4.1.c geeft een aantal mogelijkheden om die blootstelling te reduceren. De werkgever is dus verplicht deze maatregelen te nemen. Die maatregelen dienen bovendien in overeenstemming met de stand van de wetenschap en de techniek te zijn. Grenswaarden Paragraaf 3 geeft in artikel 4.3 aan dat de wetgever grenswaarden voor chemische stoffen kan vaststellen. Die worden gepubliceerd in bijlage XIII van de arbeidsomstandighedenregeling. Voor stoffen waarvoor geen grenswaarde is vastgesteld dient de werkgever deze zelf vast te stellen zodanig dat deze geen schade kan ontstaan aan de gezondheid van medewerkers. Arbeidshygiënische strategie Artikel 4.4 van paragraaf 3 gaat in op de arbeidshygiënische strategie. Deze schrijft voor dat in eerste instantie gezocht moet worden naar beschermingsmaatregelen zo dicht mogelijk bij de bron. Beschermingsmaatregelen verder van de bron zijn pas toegestaan als maatregelen hoger in de arbeidshygiënische strategie redelijkerwijs niet mogelijk zijn of onvoldoende bescherming bieden. Arbeidsgezondheidkundig onderzoek Paragraaf 5 geeft aan wanneer medewerkers bij blootstelling aan chemische stoffen recht hebben op een Arbeidsgezondheidkundig Onderzoek. Dat is in ieder geval voor aanvang en na afloop van de blootstelling. Daarnaast geeft deze paragraaf van het Arbobesluit weer, aan welke eisen het onderzoek en de registratie in dossiers moet voldoen. Voorlichting en Onderricht Paragraaf 6 geeft aan dat medewerkers die kunnen worden blootgesteld aan chemische stoffen moeten worden voorgelicht. Deze voorlichting moet zijn afgestemd op de resultaten van de risico-inventarisatie zoals beschreven in het Arbobesluit. Kankerverwekkende stoffen (CMR) Afdeling 2 van hoofdstuk 4 van het Arbobesluit geeft aanvullende eisen voor het werken met kankerverwekkende stoffen. Zie hiervoor Arbobesluit kankerverwekkende stoffen, paragraaf 4.2. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen Afdeling 6 van hoofdstuk 4 van het Arbobesluit geeft een aantal stoffen waarvoor specifieke eisen gelden, zoals Vluchtige Organische Stoffen (VOS). Biologische agentia Afdeling 9 van hoofdstuk vier van het Arbobesluit geeft aanvullende eisen voor het werken met biologische agentia. Zie hiervoor Arbobesluit biologische agentia, paragraaf 4.2. Zwangeren en lactatie Het is zwangere werknemers en medewerkers tijdens de lactatie verboden arbeid te verrichten waarbij zij kunnen worden blootgesteld aan metallisch lood en zijn verbindingen. Het is voor zwangere medewerkers ook niet toegestaan arbeid te verrichten waarbij zij worden blootgesteld aan biologische agentia, toxoplasma en rubellavirus, tenzij is gebleken dat zij hiervoor immuun zijn. Arbeidsomstandighedenregeling Wettelijke grenswaarden Paragraaf 4.4 stelt de wettelijke grenswaarden vast voor toxische stoffen en kankerverwekkende stoffen. Deze waarden zijn opgenomen in Bijlage XIII van de arbeidsomstandighedenregeling. AI-Bladen AI- 6 Werken met kankerverwekkende stoffen en processen AI-18 Laboratoria AI-19 Industriële verfverwerking AI-26 Veiligheidsinformatiebladen en werkpleketikettering AI-31 Gezondheidsrisico’s van gevaarlijke stoffen REACH Vanaf 1 juni 2008 is de Europese stoffenverordening EC nr 1907/2006, beter bekend onder de naam REACH vrijwel geheel van kracht geworden. REACH staat voor Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen. REACH heeft als doel ervoor te zorgen dat voortaan alle bedrijven een veilig gebruik van chemische stoffen voor de hele keten moeten garanderen, van productie, de import tot aan het gebruik van deze stoffen. De richtlijn vervangt ruim zestig bestaande richtlijnen en verordeningen binnen de EU. In Nederland is o.a. de Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS) te vervallen. REACH is bestemd voor iedereen die beroepshalve chemische stoffen of preparaten produceert, in de EU importeert, distribueert of gebruikt. Bedrijven uit de keten kunnen verschillende rollen spelen, namelijk: de rol van producent, importeur, distributeur, en/of gebruiker. Iedere afzonderlijke rol betekent verschillende verplichtingen onder REACH. Een bedrijf moet bepalen welke rol het binnen REACH heeft. Een bedrijf kan meerdere rollen vervullen. REACH definieert het begrip ‘stof' als "enkelvoudige chemische stof/het molecule". REACH is van toepassing op alle stoffen die in hoeveelheden van meer dan 1 ton/jaar worden geproduceerd of geïmporteerd in de EU. GPS Amsterdam | GPS Amsterdam | GPS Amsterdam | | | | | | Revisie nummer | Revisie datum | Omschrijving wijzigingen 1.0 | 8-4-2021 | Opzet procedure | | | | | | | | | | | | | | | | Eindverantwoordelijke | Terminal Manager | Terminal Manager Inhoudsverantwoordelijke | HSEQ | HSEQ Verificatie door Beheerder | OPS | OPS Verificatie door Beheerder | HSEQ | HSEQ FM-240-01-01-NL | Flowschema 'Aanvraag, beoordeling en goedkeuring van gevaarlijke producten' FM-240-01-02-NL | HSE Chemical Request Form v1.0 R | = Responsible | Verantwoordelijk voor uitvoering taak/activiteit A | = Accountable | Eindverantwoordelijke S | = Supportive | Ondersteunende rol C | = To be Consulted | Adviserende rol / raadplegen I | = To be Informed | Wordt geïnformeerd Taken / Activiteiten | Terminal Manager | HSEQ Manager | Operatios Manager | Maintenance Manager | Terminal Operator | Actieverantwoordelijke | Inkoop | Opmerkingen Bijzonderheden Aanvrager | | | | | | R | | Een ieder kan een aanvraag indienen. Toetsing op technische geschiktheid | | R/ S | R/ S | R/ S | | | | Chemical Risk Assessment (incl overige activiteiten conform FM-240-01-01) | | R | S | S | | | | Actualisatie SDS | | R/ S | R /S | R /S | | | R /S | Aanvrager | Persoon die namens de organisatie een (nieuw) product wil (laten) gebruiken. Biocide | Biociden zijn producten die één of meer werkzame stoffen bevatten, bestemd om een schadelijk organisme te vernietigen of onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of het op een andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden. Biociden worden buiten de landbouw toegepast. Voorbeelden van biociden zijn desinfectiemiddelen, houtverduurzamingsmiddelen en aangroeiwerende verven. Downstreamgebruiker | Elke in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon, met uitzondering van de fabrikant en de importeur, die een stof als zodanig, of in een mengsel, gebruikt bij zijn industriële activiteiten of beroepsactiviteiten. Fabrikant | Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de Gemeenschap een stof vervaardigt. | Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de Gemeenschap een stof vervaardigt. Gevaarlijk product | Een product dat als gevaarlijk is geclassificeerd conform de CLP/GHS Regelgeving. | Een product dat als gevaarlijk is geclassificeerd conform de CLP/GHS Regelgeving. Stof | Een chemisch element en de verbindingen ervan, zoals zij voorkomen in natuurlijke toestand of bij de vervaardiging ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit ervan en alle onzuiverheden ten gevolge van het toegepaste procedé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder aantasting van de stabiliteit van de stof of wijziging van de samenstelling ervan. | Een chemisch element en de verbindingen ervan, zoals zij voorkomen in natuurlijke toestand of bij de vervaardiging ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit ervan en alle onzuiverheden ten gevolge van het toegepaste procedé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder aantasting van de stabiliteit van de stof of wijziging van de samenstelling ervan. Toepassing | Handeling met een product. Bijvoorbeeld overgieten, mengen of schilderen. | Handeling met een product. Bijvoorbeeld overgieten, mengen of schilderen. AI-bladen | Arbo Informatiebladen | Arbo Informatiebladen ART | Advanced Reach Tool | Advanced Reach Tool CMR | Carcinogene, mutagene en reprotoxisch | Carcinogene, mutagene en reprotoxisch CLP | De EU-stoffenverordening (EG) nr. 1272/2008 voor de Classification/indeling, Labelling/etikettering en Packaging/verpakking | De EU-stoffenverordening (EG) nr. 1272/2008 voor de Classification/indeling, Labelling/etikettering en Packaging/verpakking GHS | Global Harmonised System | Global Harmonised System PBT | Persistente, Bio-accumulerende, Toxische stof | Persistente, Bio-accumulerende, Toxische stof REACH | Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen. | Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen. RI&E | Risicoinventarisatie en –evaluatie | Risicoinventarisatie en –evaluatie SDS | Safety Data Sheet | Safety Data Sheet SVHC stof | Volgens Artikel 57 van REACH de zeer ernstige zorgstoffen. | Volgens Artikel 57 van REACH de zeer ernstige zorgstoffen. VIB | Veiligheidsinformatieblad | Veiligheidsinformatieblad vPvB | zeer Persistente en zeer Bioaccumulerende stof | zeer Persistente en zeer Bioaccumulerende stof WIK | Werkplekinstructiekaart | Werkplekinstructiekaart