JvG Consultancy

PGS 15:2025

Compliance Rapport

Datum: 14-05-2026 | Stoffen: 18 | Totaal: 15768 kg | Niveau: C

Vertrouwelijk - Alleen voor intern gebruik

1. Management Samenvatting

Dit rapport presenteert de PGS 15:2025 compliance scan resultaten.

2. Per-product Analyse

1. Steel slag, powder

EigenschapWaarde
CAS65996-71-6
Hoeveelheid1000 kg
Vormvast
ADR/VG / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH315, H318, H335, H372

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

2. Sulfuric acid, 25% (3M)

EigenschapWaarde
CAS7664-93-9
Hoeveelheid6000 kg
Vormvloeistof
ADR/VG8 / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH290, H314, H318
PGS 15:2025 - Niveau Basis (strengste: ADR 8 VG II)

3. Hydrogen peroxide, 30%

EigenschapWaarde
CAS7722-84-1
Hoeveelheid150 kg
Vormvast
ADR/VG5.1 / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH302, H332, H318

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

4. Sodium persulfate

EigenschapWaarde
CAS7775-27-1
Hoeveelheid150 kg
Vormvloeistof
ADR/VG5.1 / III
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH272, H302, H315, H317, H319, H334, H335

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

5. Hydrochloric acid, 20%

EigenschapWaarde
CAS7647-01-0
Hoeveelheid3500 kg
Vormvloeistof
ADR/VG8 / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH290, H315, H319, H335
PGS 15:2025 - Niveau Basis (strengste: ADR 8 VG II)

6. Calcium sulfate silica (mixture)

EigenschapWaarde
CAS10101-41-4, 112945-52-5
Hoeveelheid800 kg
Vormvloeistof
ADR/VG / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnen

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

7. Sodium sulfate decahydrate

EigenschapWaarde
CAS7727-73-3
Hoeveelheid2000 kg
Vormvloeistof
ADR/VG / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnen

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

8. Trisodium orthovanadate

EigenschapWaarde
CAS13721-39-6
Hoeveelheid16 kg
Vormvloeistof
ADR/VG / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH302, H312, H332, H315, H319

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

9. Sodium metavanadate solution

EigenschapWaarde
CAS13718-26-8
Hoeveelheid50 kg
Vormvloeistof
ADR/VG6.1 / III
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH301, H332, H319, H361F, H372, H411

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

10. Calcium hydroxide

EigenschapWaarde
CAS1305-62-0
Hoeveelheid700 kg
Vormvast
ADR/VG / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH315, H318, H335

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

11. Silica, precipitated

EigenschapWaarde
CAS112945-52-5
Hoeveelheid200 kg
Vormvast
ADR/VG / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnen

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

12. Iron oxide

EigenschapWaarde
CAS1309-37-1
Hoeveelheid700 kg
Vormvast
ADR/VG / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnen

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

13. Manganese(IV)oxide

EigenschapWaarde
CAS1313-13-9
Hoeveelheid100 kg
Vormvast
ADR/VG / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH302, H332, H373

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

14. Magnesium hydroxide

EigenschapWaarde
CAS1309-42-8
Hoeveelheid150 kg
Vormvast
ADR/VG / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnen

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

15. Sodium aluminate

EigenschapWaarde
CAS1302-42-7
Hoeveelheid20 kg
Vormvloeistof
ADR/VG8 / III
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH314, H318

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

16. Sodium phosphate

EigenschapWaarde
CAS7601-54-9
Hoeveelheid20 kg
Vormvloeistof
ADR/VG / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH315, H319, H335

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

17. Vanadium pentoxide

EigenschapWaarde
CAS1314-62-1
Hoeveelheid12 kg
Vormvast
ADR/VG6.1 / III
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH301, H318, H330, H335, H341, H350, H361F, H362, H372, H411
PGS 15:2025 - Niveau C (strengste: CLP CMR Cat. 1A/1B (vast))

Versietabel (ADR + CLP)

RouteOndergrensCBAHuidig
ADR klasse 6.1, VG III1000 kg100020000N.v.t.Niveau Buiten scope
CLP CMR Cat. 1A/1B (vast)1 kg1N.v.t.1000Niveau C

18. Vanadium electrolyte Sulfuric Acid, Vanadyl Sulfate, Divanadium Trisulfate Solution

EigenschapWaarde
CAS7664-93-9, 13701-70-7, 27774-13-6
Hoeveelheid200 kg
Vormvloeistof
ADR/VG8 / II
OndergrensN.v.t.
H-zinnenH290, H302, H314, H318, H361, H401, H370, H335, H372

Buiten PGS 15 werkingssfeer.

3. Stoffencombinatieanalyse

3.1 Onverenigbare Combinaties

Sulfuric acid, 25% (3M) + Hydrogen peroxide, 30%
Corrosieve stoffen + Brandbevorderende stoffen vormen een onverenigbare combinatie
Sulfuric acid, 25% (3M) + Sodium persulfate
Corrosieve stoffen + Brandbevorderende stoffen vormen een onverenigbare combinatie
Sulfuric acid, 25% (3M) + Sodium metavanadate solution
Corrosieve stoffen + Toxische stoffen (incl. CMR) vormen een onverenigbare combinatie
Sulfuric acid, 25% (3M) + Vanadium pentoxide
Corrosieve stoffen + Toxische stoffen (incl. CMR) vormen een onverenigbare combinatie
Hydrogen peroxide, 30% + Hydrochloric acid, 20%
Brandbevorderende stoffen + Corrosieve stoffen vormen een onverenigbare combinatie
Hydrogen peroxide, 30% + Sodium metavanadate solution
Brandbevorderende stoffen + Toxische stoffen (incl. CMR) vormen een onverenigbare combinatie
Hydrogen peroxide, 30% + Sodium aluminate
Brandbevorderende stoffen + Corrosieve stoffen vormen een onverenigbare combinatie
Hydrogen peroxide, 30% + Vanadium pentoxide
Brandbevorderende stoffen + Toxische stoffen (incl. CMR) vormen een onverenigbare combinatie
Hydrogen peroxide, 30% + Vanadium electrolyte Sulfuric Acid, Vanadyl Sulfate, Divanadium Trisulfate Solution
Brandbevorderende stoffen + Corrosieve stoffen vormen een onverenigbare combinatie
Sodium persulfate + Hydrochloric acid, 20%
Brandbevorderende stoffen + Corrosieve stoffen vormen een onverenigbare combinatie
Sodium persulfate + Sodium metavanadate solution
Brandbevorderende stoffen + Toxische stoffen (incl. CMR) vormen een onverenigbare combinatie
Sodium persulfate + Sodium aluminate
Brandbevorderende stoffen + Corrosieve stoffen vormen een onverenigbare combinatie
Sodium persulfate + Vanadium pentoxide
Brandbevorderende stoffen + Toxische stoffen (incl. CMR) vormen een onverenigbare combinatie
Sodium persulfate + Vanadium electrolyte Sulfuric Acid, Vanadyl Sulfate, Divanadium Trisulfate Solution
Brandbevorderende stoffen + Corrosieve stoffen vormen een onverenigbare combinatie
Hydrochloric acid, 20% + Sodium metavanadate solution
Corrosieve stoffen + Toxische stoffen (incl. CMR) vormen een onverenigbare combinatie
Hydrochloric acid, 20% + Vanadium pentoxide
Corrosieve stoffen + Toxische stoffen (incl. CMR) vormen een onverenigbare combinatie
Sodium metavanadate solution + Sodium aluminate
Toxische stoffen (incl. CMR) + Corrosieve stoffen vormen een onverenigbare combinatie
Sodium metavanadate solution + Vanadium electrolyte Sulfuric Acid, Vanadyl Sulfate, Divanadium Trisulfate Solution
Toxische stoffen (incl. CMR) + Corrosieve stoffen vormen een onverenigbare combinatie
Sodium aluminate + Vanadium pentoxide
Corrosieve stoffen + Toxische stoffen (incl. CMR) vormen een onverenigbare combinatie
Vanadium pentoxide + Vanadium electrolyte Sulfuric Acid, Vanadyl Sulfate, Divanadium Trisulfate Solution
Toxische stoffen (incl. CMR) + Corrosieve stoffen vormen een onverenigbare combinatie

3. Samenstel Maatregelen

Totaal 38 unieke maatregelen voor het samenstel (18 stoffen).

CodeMaatregelOmschrijvingVan toepassing op
M2Opslaan in bestemde opslagvoorziening1 van 18
M3Vereist veiligheidsniveau bepaald1 van 18
M14Werkvoorraad beperkt1 van 18
M15Maximale omvang opslagvoorziening1 van 18
M17Opslag op verdieping1 van 18
M21Wbdbo ≥ 60 min1 van 18
M29Geen verspreiding via riolering1 van 18
M30Opvangvoorziening (110%/10%)1 van 18
M35Onverenigbare combinaties gescheiden1 van 18
M36Gescheiden opslag in stellingen1 van 18
M45Controle verpakte stoffen1 van 18
M46Gemotoriseerde transportmiddelen beperkt1 van 18
M48Geschikte verpakking1 van 18
M52Deugdelijke constructie pallets1 van 18
M58Toegelaten handelingen1 van 18
M71Losse brandbare pallets verboden1 van 18
M75Constructie van stellingen1 van 18
M82Jaarlijkse stellinginspectie1 van 18
M85Deskundig personeel (bij >2.500 kg)1 van 18
M86Instructie medewerkers1 van 18
M88Niet toegankelijk onbevoegden1 van 18
M95Draagbaar blustoestel per 200 m²1 van 18
M109Bereikbaarheid1 van 18
M111Vrijkomen van dampen1 van 18
M113Intern noodplan1 van 18
M114Noodplan evaluatie1 van 18
M115Nooddouche en oogspoeling1 van 18
M116Informatie hulpdiensten1 van 18
M119Opruimen gemorste stoffen1 van 18
M120Lekkage-instructie1 van 18
M121Calamiteiteninstructie1 van 18
M130Vluchtroutes1 van 18
M132Toegangsdeur paniekbeslag1 van 18
M134Rook- en vuurverbod1 van 18
M135Veiligheidssignalering1 van 18
M136Etiketten leesbaar1 van 18
M137VIB beschikbaar1 van 18
M66Aanverwante goederen niveau B/C1 van 18

5. Conclusie

Geaggregeerd veiligheidsniveau: C.

JvG Consultancy PGS 15 Compliance Scanner. Raadpleeg altijd de volledige PGS 15:2025 publicatie.

JvG Consultancy - Vertrouwelijk

Bijlagen

Bijlage A — Scenario's

Overzicht van alle oorzaak- en gevolgscenario's uit PGS 15:2025 Hoofdstuk 4.

CodeOmschrijvingUitlegDoelstellingen
S1Verpakking wordt aangereden waardoor de gevaarlijke stof vrijkomt uit de verpakkingEen voertuig rijdt tegen verpakkingen of stellingen aan, wat leidt tot lekkage of val van stoffen.D1, D2
S2Verpakking valt en faalt waardoor de stof vrijkomt uit de verpakkingEen verpakking valt van een stelling of tijdens verplaatsing. De impact beschadigt de verpakking.D3
S3Door het bezwijken van (een deel) van de stelling of de opslaghal vallen de verpakkingen en komen de gevaarlijke stoffen vrijEen stelling of deel van de opslaghal bezwijkt onder belasting. Alle verpakkingen vallen.D1, D2, D3
S4Doordat de verpakkingen met gevaarlijke stoffen worden overbelast (verkeerde stapeling) faalt de verpakking en komt de stof vrijVerkeerde stapeling (te hoog, zware op lichte) laat de onderste verpakking falen.D3
S5Door veroudering/degradatie van de verpakking of een onjuiste/beschadigde verpakking komen de gevaarlijke stoffen vrijVeroudering, corrosie of een reeds beschadigde verpakking leidt tot lekkage zonder externe oorzaak.D3
S6Door over- of onderdruk faalt een verpakking en komen de gevaarlijke stoffen vrijDrukverschillen (bijv. temperatuur) laten een verpakking falen door over- of onderdruk.D3
S7Door fouten bij het openen van een verpakking voor monstername komen de gevaarlijke stoffen vrijFout bij het openen van een verpakking voor monstername waardoor de stof onbedoeld vrijkomt.D3
S8Verpakte gevaarlijke stoffen raken betrokken bij een brand in de opslagvoorzieningBrand ontstaat in de opslagvoorziening zelf en betrekt de opgeslagen gevaarlijke stoffen.D10, D11, D9
S9Verpakte gevaarlijke stoffen raken betrokken bij een brand van buiten de opslagvoorziening, maar binnen de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verrichtBrand buiten de opslag maar binnen het terrein bereikt de opslag.D10, D11
S10Verpakte gevaarlijke stoffen raken betrokken bij een brand van buiten de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verrichtBrand van buiten de locatie bereikt de opslagvoorziening.D10
S11Vrijkomen gevaarlijke stof uit de verpakkingGevaarlijke stof komt daadwerkelijk vrij uit de verpakking (primair gevolg).D4, D5, D6
S12Verspreiding damp/gas of vloeistofVrijgekomen stof verspreidt via damp/gas of vloeistof buiten de opslaglocatie.D7
S13Brand in opslagvoorzieningVrijgekomen stoffen of omgevingsbrand leidt tot brand in de opslagvoorziening.D6, D8
S14Escalatie van een brand binnen de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verrichtBrand escaleert naar andere gebouwen/opslageenheden binnen de locatiebegrenzing.D10, D11, D6
S15Escalatie van een brand naar de omgevingBrand escaleert naar de omgeving buiten de locatiebegrenzing.D12, D6
S16Overige stofspecifieke scenario'sStofspecifieke scenario's zoals zelfontleding, polymerisatie of specifieke reacties.D13

Bijlage B — Doelstellingen

Overzicht van alle doelstellingen (D1-D13) met bijbehorende maatregelen per categorie.

D1 — Voorkomen dat een aanrijding plaatsvindt

Dit doel is gericht op het voorkomen van aanrijdingen waardoor een verpakking of stelling beschadigd raakt of kan falen.

Scenario's: S1, S3

CategorieMaatregelen
ADR kl.2 gasflessenM10, M7, M8, M9
BasisM14, M2, M20, M46, M76, M87
BinnenopslagM7, M8
(Tank)containerM11, M12, M74
Tijdelijke opslagM144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M167, M87

D2 — Zeker stellen dat opslaglocaties voorzien zijn van een fysieke bescherming

Beschermen van opslaglocaties tegen fysieke impact ter voorkoming van beschadiging en mogelijk falen.

Scenario's: S1, S3

CategorieMaatregelen
ADR kl.2 gasflessenM10, M7, M79, M8, M9
BasisM14, M2, M20, M77, M78
BinnenopslagM7, M8
(Tank)containerM11, M12, M80
Tijdelijke opslagM144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M167, M77, M78

D3 — Zeker stellen dat verpakte gevaarlijke stoffen op een juiste wijze in de juiste opslagvoorziening worden opgeslagen

Zeker stellen dat de verpakte gevaarlijke stoffen op een juiste wijze behandeld worden en op de juiste locatie worden opgeslagen.

Scenario's: S2, S3, S4, S5, S6, S7

CategorieMaatregelen
ADR kl.2 gasflessenM10, M138, M139, M141, M54, M56, M60, M7, M8, M83, M9
ADR kl.2 spuitbussenM38, M55, M57, M69
ADR_3M49
ADR_4_1M49
ADR_4_2M49
ADR_4_3M49
ADR_5_1M49
ADR kl.6.1 VG I/IIM49
BasisM14, M2, M20, M36, M45, M48, M52, M53, M58, M75, M81, M82, M85, M87
BinnenopslagM57, M7, M8
BuitenopslagM50
(Tank)containerM11, M12, M47, M51, M61, M63, M74
Tijdelijke opslagM144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M167, M50, M52, M53, M58, M75, M81, M82, M85, M87
Acuut toxischM49

D4 — Voorkomen dat na lekkage een gevaarlijke situatie ontstaat

Na een lekkage de situatie niet laten verslechteren: opvangen, opruimen, ongewenste reacties voorkomen.

Scenario's: S11

CategorieMaatregelen
ADR kl.2 gasflessenM10, M112, M124, M7, M8, M9
ADR_3M59
ADR kl.3 VG I/IIM59
ADR_4_1M59
ADR_4_2M59
ADR_4_3M59
ADR_5_1M59
ADR_6_1M59
ADR_8M30, M35
BasisM111, M119, M120, M14, M2, M20, M30, M35, M36
BinnenopslagM7, M8
(Tank)containerM11, M12, M123, M39
Tijdelijke opslagM119, M120, M144, M145, M146, M149, M150, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M167
Acuut toxischM59

D5 — Zeker stellen dat adequaat wordt gereageerd bij noodsituaties ter voorkoming van effecten op medewerkers

Noodorganisatie, competentie en informatie medewerkers, bereikbaarheid en vluchtwegen.

Scenario's: S11

CategorieMaatregelen
ADR kl.2 gasflessenM10, M138, M140, M37, M7, M8, M9
ADR_6_1M115, M121, M85
ADR_8M115, M120, M121
BasisM113, M114, M115, M120, M121, M130, M131, M132, M133, M135, M136, M137, M14, M2, M20, M85, M86, M88, M89
BinnenopslagM7, M8
(Tank)containerM11, M12, M122, M123, M125, M126, M127, M128, M129, M142, M61, M62, M64
Tijdelijke opslagM115, M120, M121, M131, M132, M133, M135, M136, M144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M167, M85, M88

D6 — Zeker stellen dat hulpdiensten adequaat kunnen optreden

Informatie, bereikbaarheid en aanwezigheid voldoende bluswater voor hulpdiensten.

Scenario's: S11, S13, S14, S15

CategorieMaatregelen
Niveau AM40, M41
ADR kl.2 gasflessenM10, M138, M140, M37, M7, M8, M9
ADR_3M40, M41, M42
ADR_6_1M113, M114, M116, M117, M135, M136, M137, M89
ADR_8M113, M116, M135, M136
Niveau BM40, M42
BasisM109, M113, M114, M116, M117, M118, M121, M135, M136, M137, M14, M2, M20, M89
BinnenopslagM7, M8
(Tank)containerM11, M110, M12, M125, M126, M129, M142, M62, M64, M84
Tijdelijke opslagM109, M116, M121, M135, M136, M144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M167

D7 — Voorkomen verspreiding

Voorkomen dat vrijgekomen gevaarlijke stof zich verspreidt buiten de ruimte/locatie waar de verpakking lek raakt.

Scenario's: S12

CategorieMaatregelen
ADR kl.2 gasflessenM10, M7, M8, M9, M92
ADR_6_1M23, M29, M89
ADR_8M111, M23, M29, M30, M89
BasisM14, M2, M20, M23, M29, M30, M89
BinnenopslagM7, M8
(Tank)containerM108, M11, M12, M31
Tijdelijke opslagM144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M167

D8 — Voorkomen van ontsteking

Beheersing van ontstekingsbronnen en brandgevaarlijke activiteiten, aanwezigheid brandbare materialen, blussen beginnende brand.

Scenario's: S13

CategorieMaatregelen
ADR kl.2 gasflessenM10, M112, M7, M70, M8, M9, M92
ADR kl.2 spuitbussenM70
ADR_3M111, M134, M70, M95
ADR_4_1M134, M95
ADR_4_2M134, M95
ADR_4_3M134, M95
ADR_5_1M134, M95
ADR kl.5.2M68, M95
BasisM111, M134, M14, M2, M20, M68, M95
BinnenopslagM7, M70, M8
(Tank)containerM108, M11, M12
Tijdelijke opslagM134, M144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M166, M167, M68, M70, M95

D9 — Voorkomen van brand in de opslagvoorziening

Voorkomen van een brand van enige omvang die kan leiden tot escalatie naar opgesloten verpakte gevaarlijke stoffen.

Scenario's: S8

CategorieMaatregelen
Niveau AM73
ADR kl.2 gasflessenM10, M7, M8, M9
ADR_3M134, M68, M71, M72, M73, M95
ADR_4_1M134, M71, M72, M73, M95
ADR_4_2M134, M71, M72, M95
ADR_4_3M134, M71, M72, M95
ADR_5_1M134, M68, M71, M72, M73, M95
ADR kl.5.2M68, M71, M72
ADR_8M71, M72
BasisM134, M14, M2, M20, M68, M71, M72, M95
BinnenopslagM7, M8
(Tank)containerM11, M12, M28
Tijdelijke opslagM134, M144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M166, M167, M68, M71, M72, M73, M95

D10 — Voorkomen van escalatie van een brand (passief) - compartimenteren

Beheersen van de situatie bij brand: scheiding/brandwerendheid, beperken brandlast.

Scenario's: S10, S14, S8, S9

CategorieMaatregelen
Niveau AM40, M41, M6, M67
ADR kl.2 gasflessenM10, M18, M22, M7, M8, M9, M91
ADR kl.2 spuitbussenM16
ADR_3M15, M17, M21, M23, M24, M25, M26, M27, M3, M6, M65
ADR_4_1M15, M17, M21, M23, M24, M25, M26, M27, M65
ADR_4_2M15, M17, M21, M23, M24, M25, M26, M27, M65
ADR_4_3M15, M17, M21, M23, M24, M25, M26, M27, M4, M5, M6, M65
ADR kl.4.3 VG II/IIIM4, M5, M6
ADR_5_1M15, M17, M21, M23, M24, M25, M26, M27, M3, M6, M65
ADR kl.5.2M15, M17, M21, M23, M24, M25, M26, M27
ADR_8M23, M24, M25, M26, M27
Niveau BM40, M42, M66
BVKM33, M34
BasisM14, M15, M17, M2, M20, M21, M23, M24, M25, M26, M27, M3, M65, M89
BinnenopslagM7, M8
BuitenopslagM90
Niveau CM66
(Tank)containerM11, M12, M64, M93, M94
Tijdelijke opslagM144, M145, M146, M147, M148, M149, M151, M152, M153, M154, M155, M156, M157, M158, M159, M160, M161, M162, M163, M164, M165, M166, M167

D11 — Voorkomen van escalatie (actief) - beheersen

Blussen van een brand en voorkomen dat een brand uitbreidt: detectie, blusvoorzieningen, bereikbaarheid.

Scenario's: S14, S8, S9

CategorieMaatregelen
Niveau AM100, M101, M102, M103, M6, M96, M97, M98, M99
ADR kl.2 gasflessenM10, M7, M8, M9
ADR_3M100, M101, M102, M103, M3, M6, M96, M97, M98, M99
ADR_4_1M100, M101, M102, M103, M96, M97, M98, M99
ADR_4_2M100, M101, M102, M103, M96, M97, M98, M99
ADR_4_3M100, M101, M102, M103, M4, M5, M6, M96, M97, M98, M99
ADR kl.4.3 VG II/IIIM4, M5, M6
ADR_5_1M100, M101, M102, M103, M3, M6, M96, M97, M98, M99
ADR kl.5.2M96, M97, M98
BasisM14, M2, M20, M3, M89
BinnenopslagM104, M7, M8
(Tank)containerM105, M106, M107, M11, M12, M84
Tijdelijke opslagM144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M166, M167

D12 — Zeker stellen dat een brand (semi)automatisch geblust kan worden

Snel detecteren en ((semi)automatisch of bedrijfsbrandweer) blussen van een brand in een beginstadium.

Scenario's: S15

CategorieMaatregelen
Niveau AM100, M101, M102, M32, M67, M96, M97, M98, M99
ADR kl.2 gasflessenM10, M7, M8, M9
ADR_3M100, M101, M102, M32, M67, M96, M97, M98, M99
ADR_4_1M100, M101, M102, M32, M67, M96, M97, M98, M99
ADR_4_2M100, M101, M102, M32, M67, M96, M97, M98, M99
ADR_4_3M100, M101, M102, M32, M67, M96, M97, M98, M99
ADR_5_1M100, M101, M102, M32, M67, M96, M97, M98, M99
ADR kl.5.2M67
BasisM14, M2, M20, M3, M89
BinnenopslagM7, M8
(Tank)containerM11, M12, M84
Tijdelijke opslagM144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M167

D13 — Zeker stellen dat aanvullende stofspecifieke risico's worden beheerst

Specifieke risico's van stoffen zoals infectueuze stoffen, organische peroxiden, brandbare vaste stoffen.

Scenario's: S16

CategorieMaatregelen
ADR kl.2 gasflessenM10, M7, M8, M9
ADR kl.2 spuitbussenM38
ADR kl.4.1 VG II/IIIM43
ADR kl.4.2/4.3 VG IIIM44
ADR kl.5.2M143, M19
ADR_6_1M13, M49
ADR kl.6.2M13
ADR_8M30, M35
ADR_9M30
BasisM14, M2, M20
BinnenopslagM7, M8
(Tank)containerM11, M12
Tijdelijke opslagM144, M145, M146, M149, M151, M152, M153, M157, M159, M162, M164, M167

Bijlage B.2 — Samenstel: Scenario's, Doelstellingen & Maatregelen

Geaggregeerd niveau: C. Van toepassing zijnde scenario's, doelstellingen en maatregelen voor het gehele samenstel.

D1 — Voorkomen dat een aanrijding plaatsvindt

Dit doel is gericht op het voorkomen van aanrijdingen waardoor een verpakking of stelling beschadigd raakt of kan falen.

Scenario's: S1, S3

CodeMaatregelToelichting
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M46Gebruik gemotoriseerde transportmiddelenBewegingen en verblijfsduur van gemotoriseerde transportmiddelen in een opslagvoorziening zijn tot een minimum beperkt en beperken zich tot noodzakelijke werkzaamheden.
M76Manoeuvreerruimte tussen opslagvakkenTussen opslagvakken en stellingen is voldoende manoeuvreerruimte voor de gebruikte transportmiddelen om veilig gebruik te waarborgen.
M87Opleiding en instructie van bestuurders van transportmiddelenBestuurders van transportmiddelen zijn opgeleid en geïnstrueerd voor veilig gebruik van het transportmiddel, de gevaarsaspecten van gevaarlijke stoffen en bedrijfsinterne noodprocedures bij calamiteiten.

D2 — Zeker stellen dat opslaglocaties voorzien zijn van een fysieke bescherming

Beschermen van opslaglocaties tegen fysieke impact ter voorkoming van beschadiging en mogelijk falen.

Scenario's: S1, S3

CodeMaatregelToelichting
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M77Aanrijdbeveiliging van stellingenBij risico op aanrijden is een stelling voorzien van vrijstaande aanrijdbeschermers op hoeken van stellinggangen en -onderdoorgangen.
M78Aanrijdbeveiliging van stellingen - afwijkenIn afwijking op M77 is aanrijdbeveiliging niet noodzakelijk bij een (semi) geautomatiseerd magazijnsysteem als softwarematig is geborgd dat aanrijding wordt voorkomen, geen andere voertuigbewegingen plaatsvinden, en het systeem failsafe is.

D3 — Zeker stellen dat verpakte gevaarlijke stoffen op een juiste wijze in de juiste opslagvoorziening worden opgeslagen

Zeker stellen dat de verpakte gevaarlijke stoffen op een juiste wijze behandeld worden en op de juiste locatie worden opgeslagen.

Scenario's: S2, S3, S4, S5, S6, S7

CodeMaatregelToelichting
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M36Gescheiden opslag in stellingenOpslag in stellingen voldoet aan de scheidingseisen van M35. Stoffen die met elkaar kunnen reageren mogen niet boven elkaar in stellingen worden geplaatst. Corrosieve stoffen vereisen extra aandacht voor onderliggende verpakkingen.
M45Controle verpakte stoffen in opslagvoorzieningVerpakte gevaarlijke stoffen worden bij ontvangst en periodiek gecontroleerd op juiste en leesbare gevaarsetiketten, beschadiging en lekkage. De controlefrequentie en registratie van afwijkingen zijn vastgelegd in een procedure.
M48Geschikte verpakkingDe verpakking voldoet aan de volgende voorwaarden: niets kan onvoorzien ontsnappen, het materiaal wordt niet aangetast door de inhoud, en de verpakking is bestand tegen normale behandeling.
M52Deugdelijke constructie van pallets en maximale stapelingPallets met gevaarlijke stoffen die gestapeld zijn, zijn van een deugdelijke constructie. Per verpakkingstype is een maximale stapeling vastgesteld afhankelijk van gewicht en sterkte van de verpakking.
M53Stapelen van verpakte stoffenHet stapelen gebeurt volgens de gebruiksaanwijzing van de verpakkingsleverancier, rekening houdend met de sterkte van de (om)verpakking. Breekbare enkelvoudige verpakkingen worden niet gestapeld.
M58Toegelaten handelingen met verpakte gevaarlijke stoffenHandelingen met gevaarlijke stoffen in een opslagvoorziening zijn verboden, behalve werkzaamheden voor monstername, lekkage-/calamiteitenbestrijding en ompakwerkzaamheden waarbij de primaire verpakking niet wordt geopend.
M75Constructie van stellingenEen stelling voor opslag van gevaarlijke stoffen is bestand tegen de stoffen, stabiel, wordt niet zwaarder belast dan het ontwerp en de geschiktheid is aantoonbaar. NEN-EN 15512+A1 kan worden gebruikt voor palletstellingen.
M81Beschadigingen aan de stellingBij blijvende vervorming van een stellingonderdeel worden onmiddellijk passende maatregelen genomen, zoals vrijmaken van opslag. De stelling wordt pas weer in gebruik genomen na vervanging/reparatie en beoordeling volgens M82.
M82Periodieke inspectie van de stellingconstructieEen stellingconstructie wordt ten minste jaarlijks visueel geïnspecteerd op doelmatigheid, juist gebruik en beschadigingen. Resultaten worden geregistreerd en minimaal vijf jaar bewaard.
M85Deskundig personeelBij opslag van meer dan 2.500 kg is tijdens werkzaamheden minimaal één door het bedrijf aangestelde deskundige aanwezig met aantoonbare vakbekwaamheid op het gebied van de aanwezige stoffen en incidentbestrijding.
M87Opleiding en instructie van bestuurders van transportmiddelenBestuurders van transportmiddelen zijn opgeleid en geïnstrueerd voor veilig gebruik van het transportmiddel, de gevaarsaspecten van gevaarlijke stoffen en bedrijfsinterne noodprocedures bij calamiteiten.

D4 — Voorkomen dat na lekkage een gevaarlijke situatie ontstaat

Na een lekkage de situatie niet laten verslechteren: opvangen, opruimen, ongewenste reacties voorkomen.

Scenario's: S11

CodeMaatregelToelichting
M59Lekbak monsternamepunt acuut toxische stoffenEen monsternamepunt voor acuut toxische stoffen of ADR-klasse 3 VG I/II is voorzien van een productbestendige en vloeistofdichte lekbak. Een morsing wordt direct opgeruimd. Bij meerdere vloeistoffen is de lekbak gecompartimenteerd.
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M30OpvangvoorzieningEen opslagvoorziening heeft een opvangvoorziening voor gelekte of gemorste gevaarlijke vloeistof met een capaciteit van ten minste 110% van de grootste verpakking of 10% van de totale inhoud. Voor veiligheidsniveau A, B en C geldt Tabel 8.
M35Onverenigbare combinatiesGevaarlijke stoffen die met elkaar gevaarlijke reacties kunnen aangaan (sterke temperatuurs-/drukverhoging of giftigere/brandbaardere gassen) worden gescheiden opgeslagen. Niet van toepassing op LQ- en EQ-verpakkingen.
M36Gescheiden opslag in stellingenOpslag in stellingen voldoet aan de scheidingseisen van M35. Stoffen die met elkaar kunnen reageren mogen niet boven elkaar in stellingen worden geplaatst. Corrosieve stoffen vereisen extra aandacht voor onderliggende verpakkingen.
M111Vrijkomen van dampenAls onbedoeld dampen kunnen vrijkomen, zijn doeltreffende maatregelen genomen. In een buitenopslag is natuurlijke ventilatie altijd gewaarborgd. Bij binnenopslag is voldoende ventilatie aanwezig.
M119Opruimen gemorste gevaarlijke stoffenGemorste of gelekte gevaarlijke stoffen worden direct en op correcte wijze opgeruimd met geschikte middelen. Het opruimprotocol is vastgelegd en personeel is getraind in de juiste werkwijze.
M120Lekkage-instructieEr is een lekkage-instructie aanwezig die beschrijft welke acties moeten worden ondernomen bij een lekkage van gevaarlijke stoffen, inclusief het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en het alarmeren van hulpdiensten.

D5 — Zeker stellen dat adequaat wordt gereageerd bij noodsituaties ter voorkoming van effecten op medewerkers

Noodorganisatie, competentie en informatie medewerkers, bereikbaarheid en vluchtwegen.

Scenario's: S11

CodeMaatregelToelichting
M85Deskundig personeelBij opslag van meer dan 2.500 kg is tijdens werkzaamheden minimaal één door het bedrijf aangestelde deskundige aanwezig met aantoonbare vakbekwaamheid op het gebied van de aanwezige stoffen en incidentbestrijding.
M115Nooddouche en oogspoelvoorzieningOp locaties waar wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen is een nooddouche en oogspoelvoorziening aanwezig, aangesloten op het waterleidingnet met voldoende capaciteit, bereikbaar binnen 10 seconden loopafstand.
M121CalamiteiteninstructieEr is een calamiteiteninstructie aanwezig die beschrijft welke acties moeten worden ondernomen bij brand, explosie of andere calamiteiten, inclusief ontruimingsprocedures en alarmeringsprotocollen.
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M86Instructie van medewerkersPersoneel met toegang tot de opslagvoorziening is op de hoogte van de aard en gevaarsaspecten van de opgeslagen stoffen, de te nemen maatregelen bij onregelmatigheden en het interne noodplan.
M88Niet toegankelijk voor onbevoegdenEen opslagvoorziening mag niet ongecontroleerd toegankelijk zijn voor onbevoegden. Hieraan is voldaan bij afdoende afscherming door muren, hekken of sloten rond de locatie.
M89Failsafe of behoud van functieBesturingen van veiligheidssystemen zijn failsafe of met functiebehoud uitgevoerd, waaronder automatisch sluitende deuren, automatische magazijnsystemen, brand- en gasdetectie en VBB-systemen.
M113Intern noodplan en/of noodproceduresDe beheerder stelt een intern noodplan op met procedures voor detectie, waarschuwing, ontruiming en bestrijding van incidenten met gevaarlijke stoffen, passend bij de omvang en complexiteit van de locatie.
M114Intern noodplan - evaluatieHet intern noodplan wordt periodiek geëvalueerd en zonodig bijgewerkt, bijvoorbeeld na een incident, wijziging van opgeslagen stoffen of veranderingen in de bedrijfsvoering.
M120Lekkage-instructieEr is een lekkage-instructie aanwezig die beschrijft welke acties moeten worden ondernomen bij een lekkage van gevaarlijke stoffen, inclusief het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en het alarmeren van hulpdiensten.
M130Opslagvoorziening - vluchtrouteEen opslagvoorziening heeft voldoende vluchtroutes, zodanig dat bij een calamiteit alle aanwezigen de opslagvoorziening snel en veilig kunnen verlaten.
M131VluchtroutesVluchtroutes zijn duidelijk gemarkeerd, vrij toegankelijk en leiden direct naar de buitenlucht of een veilige ruimte. De breedte en aantal vluchtroutes zijn afgestemd op het aantal personen en de oppervlakte van de opslagvoorziening.
M132ToegangsdeurToegangsdeuren tot de opslagvoorziening zijn van buitenaf te openen zonder sleutel of gereedschap, of zijn voorzien van paniekbeslag, zodat bij nood de opslagvoorziening direct kan worden verlaten.
M133Noodverlichting en vluchtrouteaanduidingEr is noodverlichting en vluchtrouteaanduiding aanwezig conform de geldende normen, zodat bij stroomuitval of rookontwikkeling de vluchtroutes zichtbaar blijven en personen veilig kunnen vluchten.
M135VeiligheidssignaleringVeiligheidssignalering conform NEN-EN-ISO 7010 is aanwezig in en bij de opslagvoorziening, waaronder verbods-, gebods-, waarschuwings- en brandblussignalering.
M136Gevaaraspecten op etikettenAlle gevaaraspecten op etiketten van opgeslagen stoffen zijn goed leesbaar en in de Nederlandse taal of met pictogrammen begrijpelijk. Etiketten worden bij ontvangst en periodiek gecontroleerd.
M137VeiligheidsinformatiebladenVeiligheidsinformatiebladen (VIB/SDS) van alle opgeslagen gevaarlijke stoffen zijn beschikbaar voor medewerkers en hulpdiensten, conform de REACH-verordening.

D6 — Zeker stellen dat hulpdiensten adequaat kunnen optreden

Informatie, bereikbaarheid en aanwezigheid voldoende bluswater voor hulpdiensten.

Scenario's: S11, S13, S14, S15

CodeMaatregelToelichting
M89Failsafe of behoud van functieBesturingen van veiligheidssystemen zijn failsafe of met functiebehoud uitgevoerd, waaronder automatisch sluitende deuren, automatische magazijnsystemen, brand- en gasdetectie en VBB-systemen.
M113Intern noodplan en/of noodproceduresDe beheerder stelt een intern noodplan op met procedures voor detectie, waarschuwing, ontruiming en bestrijding van incidenten met gevaarlijke stoffen, passend bij de omvang en complexiteit van de locatie.
M114Intern noodplan - evaluatieHet intern noodplan wordt periodiek geëvalueerd en zonodig bijgewerkt, bijvoorbeeld na een incident, wijziging van opgeslagen stoffen of veranderingen in de bedrijfsvoering.
M116Informatievoorziening hulpdienstenInformatie over de aard, hoeveelheid en locatie van de opgeslagen gevaarlijke stoffen wordt beschikbaar gesteld aan hulpdiensten, conform de eisen van de veiligheidsregio en het Besluit kwaliteit leefomgeving.
M117Informatievoorziening hulpdiensten - aanvullende informatieAanvullend op M116 wordt specifieke informatie verstrekt over de aanwezige installaties, bluswatervoorzieningen, bereikbaarheid en andere relevante aspecten voor een effectieve inzet van hulpdiensten.
M135VeiligheidssignaleringVeiligheidssignalering conform NEN-EN-ISO 7010 is aanwezig in en bij de opslagvoorziening, waaronder verbods-, gebods-, waarschuwings- en brandblussignalering.
M136Gevaaraspecten op etikettenAlle gevaaraspecten op etiketten van opgeslagen stoffen zijn goed leesbaar en in de Nederlandse taal of met pictogrammen begrijpelijk. Etiketten worden bij ontvangst en periodiek gecontroleerd.
M137VeiligheidsinformatiebladenVeiligheidsinformatiebladen (VIB/SDS) van alle opgeslagen gevaarlijke stoffen zijn beschikbaar voor medewerkers en hulpdiensten, conform de REACH-verordening.
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M109BereikbaarheidDe opslagvoorziening en calamiteiten-voorzieningen zijn zodanig bereikbaar dat vereiste middelen effectief kunnen worden ingezet. Toegangsdeuren en aansluitpunten voor blussystemen worden vrijgehouden.
M118Wijze van beschikbaar stellen informatieDe wijze waarop informatie aan hulpdiensten wordt beschikbaar gesteld is afgestemd met de veiligheidsregio, bijvoorbeeld via een digitaal portaal, papieren documentatie of eeninrichtingsplan.
M121CalamiteiteninstructieEr is een calamiteiteninstructie aanwezig die beschrijft welke acties moeten worden ondernomen bij brand, explosie of andere calamiteiten, inclusief ontruimingsprocedures en alarmeringsprotocollen.

D7 — Voorkomen verspreiding

Voorkomen dat vrijgekomen gevaarlijke stof zich verspreidt buiten de ruimte/locatie waar de verpakking lek raakt.

Scenario's: S12

CodeMaatregelToelichting
M23Voorkomen van escalatie naar naastgelegen opslagvoorzieningWanneer meerdere opslagvoorzieningen naast of boven elkaar liggen, mogen incidenten zich niet verplaatsen naar aangrenzende opslagvoorzieningen. Dit geldt niet voor dedicated opslag van onbrandbare stoffen van ADR-klasse 8 en 9.
M29Voorkomen van een verspreiding van een lekkageIn de vloer van een opslagvoorziening zitten geen openingen met directe verbinding naar riolering of oppervlaktewater. Bij (tank)containers zijn maatregelen aanwezig om lekkageverspreiding via water of riool te voorkomen.
M89Failsafe of behoud van functieBesturingen van veiligheidssystemen zijn failsafe of met functiebehoud uitgevoerd, waaronder automatisch sluitende deuren, automatische magazijnsystemen, brand- en gasdetectie en VBB-systemen.
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M30OpvangvoorzieningEen opslagvoorziening heeft een opvangvoorziening voor gelekte of gemorste gevaarlijke vloeistof met een capaciteit van ten minste 110% van de grootste verpakking of 10% van de totale inhoud. Voor veiligheidsniveau A, B en C geldt Tabel 8.

D8 — Voorkomen van ontsteking

Beheersing van ontstekingsbronnen en brandgevaarlijke activiteiten, aanwezigheid brandbare materialen, blussen beginnende brand.

Scenario's: S13

CodeMaatregelToelichting
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M68Eisen aan machines en installatiesMachines en installaties in een opslagvoorziening zijn strikt noodzakelijk voor het logistiek proces, staan op minimaal 3,5 m afstand van gevaarlijke stoffen, worden periodiek onderhouden en zijn buiten bedrijfstijd uitgeschakeld.
M95Draagbaar blustoestelPer 200 m² is ten minste één draagbaar blustoestel aanwezig per opslagvoorziening, gevuld met ten minste 5 kg of 5 l blusstof, beschermd tegen weersinvloeden en geschikt voor beginnende brand van opgeslagen stoffen.
M111Vrijkomen van dampenAls onbedoeld dampen kunnen vrijkomen, zijn doeltreffende maatregelen genomen. In een buitenopslag is natuurlijke ventilatie altijd gewaarborgd. Bij binnenopslag is voldoende ventilatie aanwezig.
M134Rook- en vuurverbodRoken en open vuur zijn verboden in en nabij de opslagvoorziening. Hieraan wordt voldaan door duidelijke bordeling en handhaving van het rook- en vuurverbod.

D9 — Voorkomen van brand in de opslagvoorziening

Voorkomen van een brand van enige omvang die kan leiden tot escalatie naar opgesloten verpakte gevaarlijke stoffen.

Scenario's: S8

CodeMaatregelToelichting
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M68Eisen aan machines en installatiesMachines en installaties in een opslagvoorziening zijn strikt noodzakelijk voor het logistiek proces, staan op minimaal 3,5 m afstand van gevaarlijke stoffen, worden periodiek onderhouden en zijn buiten bedrijfstijd uitgeschakeld.
M71Opslag van palletsLosse (lege) brandbare pallets zijn niet aanwezig in een opslagvoorziening om escalatie van brand te voorkomen.
M72Opslag van pallets - eisenIn afwijking op M71 mogen beperkte aantallen losse pallets aanwezig zijn: maximaal 24 standaardpallets of 5% van palletplaatsen, op maaiveldniveau, maximaal 1,8 m hoog, in een apart vak gescheiden door 2,4 m of 30 min brandwerende constructie.
M95Draagbaar blustoestelPer 200 m² is ten minste één draagbaar blustoestel aanwezig per opslagvoorziening, gevuld met ten minste 5 kg of 5 l blusstof, beschermd tegen weersinvloeden en geschikt voor beginnende brand van opgeslagen stoffen.
M134Rook- en vuurverbodRoken en open vuur zijn verboden in en nabij de opslagvoorziening. Hieraan wordt voldaan door duidelijke bordeling en handhaving van het rook- en vuurverbod.

D10 — Voorkomen van escalatie van een brand (passief) - compartimenteren

Beheersen van de situatie bij brand: scheiding/brandwerendheid, beperken brandlast.

Scenario's: S8, S9, S10, S14

CodeMaatregelToelichting
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M3Vereist veiligheidsniveauOp basis van het soort en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen wordt bepaald welk veiligheidsniveau (C, B of A) vereist is.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M15Maximale omvang van opslagvoorzieningEen opslagvoorziening is een onafhankelijk brandcompartiment. De maximale oppervlakte is 2.500 m² met een blussende VBB-installatie, of 1.000 m² (tot 20.000 kg) respectievelijk 2.500 m² (meer dan 20.000 kg) zonder VBB-installatie.
M17Opslag op een verdiepingOp de eerste verdieping is maximaal één opslagruimte met maximaal 2.500 kg. In een kelder en op hogere verdiepingen is dit maximaal 500 kg, tenzij uitsluitend onbrandbare stoffen worden opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M21WbdboDe Wbdbo tussen een opslagvoorziening en andere ruimten, brandbare objecten of locatiegrenzen bedraagt ten minste 60 min of 90 min, afhankelijk van de opgeslagen hoeveelheden en het veiligheidsniveau, bepaald volgens NEN 6068.
M23Voorkomen van escalatie naar naastgelegen opslagvoorzieningWanneer meerdere opslagvoorzieningen naast of boven elkaar liggen, mogen incidenten zich niet verplaatsen naar aangrenzende opslagvoorzieningen. Dit geldt niet voor dedicated opslag van onbrandbare stoffen van ADR-klasse 8 en 9.
M24Brandwerendheid van een draagconstructieDe brandwerendheid tot bezwijken van de draagconstructie is ten minste gelijk aan de Wbdbo-waarde. Bij meer dan 2.500 kg gelden voor boven- en onderliggende constructies dezelfde brandwerendheidseisen.
M25Criteria brandwerendheidVoor brandwerendheid gelden NEN 6069-criteria: R voor draagconstructies, REI voor dragende wanden en vloeren, RE voor daken, EI voor niet-dragende wanden en EI1 voor deuren.
M26Afdekking draagconstructie, wanden en dakDe noodzakelijke afdekking van draagconstructie, wanden en dak voldoet aan brandklasse A2 (volledige diepte) of A1 (eerste 10 mm) volgens NEN-EN 13501-1. Voor vloeren geldt A2fl respectievelijk A1fl.
M27Constructie van een dakHet dak van een opslagvoorziening bestaat uit niet-brandgevaarlijk materiaal volgens NEN 6063, om te voorkomen dat het dak gemakkelijk in brand raakt door vliegvuur vanuit de omgeving.
M65Opslag van aanverwante en koopmansgoederenIn een opslagvoorziening mogen aanverwante stoffen of koopmansgoederen aanwezig zijn bij maximaal 10 ton (60 min Wbdbo) of 20 ton (90 min Wbdbo), zonder VG I-stoffen, met spanningsvrije elektrische componenten.
M89Failsafe of behoud van functieBesturingen van veiligheidssystemen zijn failsafe of met functiebehoud uitgevoerd, waaronder automatisch sluitende deuren, automatische magazijnsystemen, brand- en gasdetectie en VBB-systemen.
M66Opslag van aanverwante en koopmansgoederen veiligheidsniveau B en CBij veiligheidsniveau B of C worden aanverwante stoffen en koopmansgoederen behandeld als gevaarlijke stoffen. Bij het bepalen van het veiligheidsniveau worden de eigenschappen van aanverwante stoffen meegenomen.

D11 — Voorkomen van escalatie (actief) - beheersen

Blussen van een brand en voorkomen dat een brand uitbreidt: detectie, blusvoorzieningen, bereikbaarheid.

Scenario's: S8, S9, S14

CodeMaatregelToelichting
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M3Vereist veiligheidsniveauOp basis van het soort en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen wordt bepaald welk veiligheidsniveau (C, B of A) vereist is.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M89Failsafe of behoud van functieBesturingen van veiligheidssystemen zijn failsafe of met functiebehoud uitgevoerd, waaronder automatisch sluitende deuren, automatische magazijnsystemen, brand- en gasdetectie en VBB-systemen.

D12 — Zeker stellen dat een brand (semi)automatisch geblust kan worden

Snel detecteren en ((semi)automatisch of bedrijfsbrandweer) blussen van een brand in een beginstadium.

Scenario's: S15

CodeMaatregelToelichting
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M3Vereist veiligheidsniveauOp basis van het soort en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen wordt bepaald welk veiligheidsniveau (C, B of A) vereist is.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².
M89Failsafe of behoud van functieBesturingen van veiligheidssystemen zijn failsafe of met functiebehoud uitgevoerd, waaronder automatisch sluitende deuren, automatische magazijnsystemen, brand- en gasdetectie en VBB-systemen.

D13 — Zeker stellen dat aanvullende stofspecifieke risico's worden beheerst

Specifieke risico's van stoffen zoals infectueuze stoffen, organische peroxiden, brandbare vaste stoffen.

Scenario's: S16

CodeMaatregelToelichting
M13Opslag ADR-klasse 6.2 cat. I1 en I2Stoffen van ADR-klasse 6.2 categorie I1 en I2 (infectieuze stoffen) worden opgeslagen volgens specifieke hygiëne- en veiligheidseisen, inclusief gescheiden opslag van andere gevaarlijke stoffen.
M49Wijze van opslag van acuut toxische stoffenAcuut toxische stoffen en ADR-klasse 6.1 VG I/II zijn uitsluitend in UN-gekeurde verpakkingen aanwezig. Handelingen zijn verboden tenzij noodzakelijk voor logistiek. Opslaghoogte maximaal 1,80 m voor VG I-stoffen.
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².

Bijlage C — Maatregelen

Volledig overzicht van alle maatregelen uit PGS 15:2025 Hoofdstuk 7.

CodeTitelToelichtingNiveauDoelstellingen
MW1Zorgplicht basisveiligheidEr is een basisveiligheidsniveau aanwezig dat bestaat uit beschermende maatregelen volgens wet- en regelgeving, bewezen en geaccepteerde goede praktijken, good housekeeping en maatregelen goed vakmanschap.Basis
M2Opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffenVerpakte gevaarlijke stoffen en CMR-/CLP-stoffen boven de ondergrenzen worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.BasisD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M3Vereist veiligheidsniveauOp basis van het soort en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen wordt bepaald welk veiligheidsniveau (C, B of A) vereist is.Basis, ContextD10, D11, D12
M4Vereist veiligheidsniveau ADR-klasse 4.3 VG II en IIIVoor ADR-klasse 4.3 VG II en III geldt dat het vereiste veiligheidsniveau wordt bepaald op basis van de opgeslagen hoeveelheden en de specifieke eigenschappen van deze stoffen, conform de richtlijn in Tabel 6.ContextD10, D11
M5Vereist veiligheidsniveau ADR-klasse 4.3 VG II en III - aanvullend 1Aanvullende eis voor ADR-klasse 4.3 VG II en III: naast het basisveiligheidsniveau gelden extra maatregelen afhankelijk van de hoeveelheid en de reactieve eigenschappen van de stoffen.ContextD10, D11
M6Vereist veiligheidsniveau ADR-klasse 4.3 VG II en III - aanvullend 2Tweede aanvullende eis voor ADR-klasse 4.3 VG II en III: wanneer de stoffen in grotere hoeveelheden worden opgeslagen, gelden strengere veiligheidseisen inclusief specifieke scheidingseisen.A+, ContextD10, D11
M7Binnenopslag gasflessen tot 250 lGasflessen met een waterinhoud tot 250 l worden opgeslagen in een opslagvoorziening die voldoet aan de eisen voor binnenopslag, inclusief voldoende ventilatie en bescherming tegen hittebronnen.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M8Binnenopslag gasflessen vanaf 250 lGasflessen met een waterinhoud vanaf 250 l worden opgeslagen volgens strengere eisen voor binnenopslag, inclusief specifieke eisen aan ventilatie, brandwerendheid en scheiding van andere gevaarlijke stoffen.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M9Gasflessen met medische of medicinale gassenGasflessen met medische of medicinale gassen worden apart opgeslagen van andere gevaarlijke stoffen en zijn duidelijk gemarkeerd als medische gassen, conform de specifieke eisen voor deze categorie.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M10Speciale gasmengsels voor kalibratie-/laboratoriumdoeleindenSpeciale gasmengsels voor kalibratie- of laboratoriumdoeleinden mogen in beperkte hoeveelheden worden opgeslagen, mits de verpakking intact is en de stoffen gescheiden worden opgeslagen van onverenigbare combinaties.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M11Uitsluitend opslag volgens Wet vervoer gevaarlijke stoffenStoffen die uitsluitend onder het regime van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen vallen, mogen worden opgeslagen indien wordt voldaan aan de specifieke eisen van die wetgeving.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M12Opslag (tank)containers en parkeren vervoerseenheden(Tank)containers en geparkeerde vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen worden opgeslagen op een daarvoor bestemde locatie die voldoet aan de eisen voor (tank)containeropslag uit deze richtlijn.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M13Opslag ADR-klasse 6.2 cat. I1 en I2Stoffen van ADR-klasse 6.2 categorie I1 en I2 (infectieuze stoffen) worden opgeslagen volgens specifieke hygiëne- en veiligheidseisen, inclusief gescheiden opslag van andere gevaarlijke stoffen.ContextD13
M14WerkvoorraadEen werkvoorraad is een beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen die noodzakelijk is voor de directe werkzaamheden. De werkvoorraad is beperkt tot maximaal de hoeveelheid voor één werkdag en wordt veilig opgeslagen.BasisD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M15Maximale omvang van opslagvoorzieningEen opslagvoorziening is een onafhankelijk brandcompartiment. De maximale oppervlakte is 2.500 m² met een blussende VBB-installatie, of 1.000 m² (tot 20.000 kg) respectievelijk 2.500 m² (meer dan 20.000 kg) zonder VBB-installatie.Basis, ContextD10
M16Maximumvloeroppervlakte opslag spuitbussen en gaspatronenHet vloeroppervlak voor opslag van spuitbussen of gaspatronen is maximaal 1.900 m² bij veiligheidsniveau A, maximaal 300 m² in een separaat brandcompartiment, of maximaal 100 m² in overige gevallen.ContextD10
M17Opslag op een verdiepingOp de eerste verdieping is maximaal één opslagruimte met maximaal 2.500 kg. In een kelder en op hogere verdiepingen is dit maximaal 500 kg, tenzij uitsluitend onbrandbare stoffen worden opgeslagen.Basis, ContextD10
M18Maximale waterinhoud cilinderpakketDe totale waterinhoud van een cilinderpakket (gasflessenbatterij) is maximaal 1.000 l voor giftige gassen van ADR-klasse 2 en maximaal 3.000 l in overige gevallen.ContextD10
M19Maximale opslaghoeveelheid organische peroxidenHet opslaan van maximaal 1.000 kg organische peroxiden per opslagvoorziening is toegelaten als deze verpakt zijn als limited quantities (LQ) volgens hoofdstuk 3.4 van het ADR.ContextD13
M20Lege en ongereinigde verpakkingenVoor lege, ongereinigde verpakkingen van ADR-klasse 3 en 6.1 gelden alle relevante maatregelen uit deze richtlijn, behalve M30 en M35. Voor andere klassen gelden specifieke voorwaarden waaronder dedicated opslag in vakken tot 300 m².BasisD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M21WbdboDe Wbdbo tussen een opslagvoorziening en andere ruimten, brandbare objecten of locatiegrenzen bedraagt ten minste 60 min of 90 min, afhankelijk van de opgeslagen hoeveelheden en het veiligheidsniveau, bepaald volgens NEN 6068.Basis, ContextD10
M22Wbdbo bij de plaatsing van gasflessen tegen de gevelwandGasflessen tegen een gevelwand vereisen een Wbdbo van ten minste 60 min tot 4 m hoogte en 2 m aan weerszijden. Bij niet-voldoen zijn aanvullende maatregelen nodig zoals zijmuren of een dakconstructie (bushokje).ContextD10
M23Voorkomen van escalatie naar naastgelegen opslagvoorzieningWanneer meerdere opslagvoorzieningen naast of boven elkaar liggen, mogen incidenten zich niet verplaatsen naar aangrenzende opslagvoorzieningen. Dit geldt niet voor dedicated opslag van onbrandbare stoffen van ADR-klasse 8 en 9.Basis, ContextD10, D7
M24Brandwerendheid van een draagconstructieDe brandwerendheid tot bezwijken van de draagconstructie is ten minste gelijk aan de Wbdbo-waarde. Bij meer dan 2.500 kg gelden voor boven- en onderliggende constructies dezelfde brandwerendheidseisen.Basis, ContextD10
M25Criteria brandwerendheidVoor brandwerendheid gelden NEN 6069-criteria: R voor draagconstructies, REI voor dragende wanden en vloeren, RE voor daken, EI voor niet-dragende wanden en EI1 voor deuren.Basis, ContextD10
M26Afdekking draagconstructie, wanden en dakDe noodzakelijke afdekking van draagconstructie, wanden en dak voldoet aan brandklasse A2 (volledige diepte) of A1 (eerste 10 mm) volgens NEN-EN 13501-1. Voor vloeren geldt A2fl respectievelijk A1fl.Basis, ContextD10
M27Constructie van een dakHet dak van een opslagvoorziening bestaat uit niet-brandgevaarlijk materiaal volgens NEN 6063, om te voorkomen dat het dak gemakkelijk in brand raakt door vliegvuur vanuit de omgeving.Basis, ContextD10
M28Eisen aan ondergrond (tank)containersDe vloer waar (tank)containers worden opgeslagen is vervaardigd van onbrandbaar materiaal, heeft voldoende stabiliteit en is geëgaliseerd om veilige opslag te waarborgen.ContextD9
M29Voorkomen van een verspreiding van een lekkageIn de vloer van een opslagvoorziening zitten geen openingen met directe verbinding naar riolering of oppervlaktewater. Bij (tank)containers zijn maatregelen aanwezig om lekkageverspreiding via water of riool te voorkomen.Basis, ContextD7
M30OpvangvoorzieningEen opslagvoorziening heeft een opvangvoorziening voor gelekte of gemorste gevaarlijke vloeistof met een capaciteit van ten minste 110% van de grootste verpakking of 10% van de totale inhoud. Voor veiligheidsniveau A, B en C geldt Tabel 8.Basis, ContextD13, D4, D7
M31Afschot terreinHet terreingedeelte voor geparkeerde vervoerseenheden is uitgevoerd met afschot richting een goot of afsluitbaar bedrijfsriool, zodat bij lekkage vloeistof wordt opgevangen en niet onder andere eenheden verspreidt.ContextD7
M32BluswateropvangcapaciteitDe bluswateropvangcapaciteit voor veiligheidsniveau A wordt bepaald volgens PGS 14. De werkelijke grootte is minimaal 100% (ADR 6.1 en milieugevaarlijk), 50% (ADR 8) of 25% (ADR 3) van de nominale capaciteit.A+, ContextD12
M33Normering en eisen brandveiligheidsopslagkastEen brandveiligheidsopslagkast voldoet ten minste aan NEN-EN 14470-1 (eerste gebruik na 1-1-2006) of NEN 2678. Gasflessen-kasten vereisen minimaal 60 min brandwerendheid. Kasten groter dan 250 kg gelden als reguliere opslagvoorziening.ContextD10
M34Productcertificaat brandveiligheidsopslagkastEr moet een productcertificaat aanwezig zijn voor de brandveiligheidsopslagkast waaruit blijkt dat deze voldoet aan NEN-EN 14470-1, zichtbaar voor zowel gebruiker als toezichthouders.ContextD10
M35Onverenigbare combinatiesGevaarlijke stoffen die met elkaar gevaarlijke reacties kunnen aangaan (sterke temperatuurs-/drukverhoging of giftigere/brandbaardere gassen) worden gescheiden opgeslagen. Niet van toepassing op LQ- en EQ-verpakkingen.Basis, ContextD13, D4
M36Gescheiden opslag in stellingenOpslag in stellingen voldoet aan de scheidingseisen van M35. Stoffen die met elkaar kunnen reageren mogen niet boven elkaar in stellingen worden geplaatst. Corrosieve stoffen vereisen extra aandacht voor onderliggende verpakkingen.BasisD3, D4
M37Gasflessen met gelijksoortige gevaarseigenschappenGasflessen met gassen met gelijksoortige gevaarseigenschappen worden gegroepeerd opgeslagen. Lege gasflessen apart opgeslagen hoeven niet gegroepeerd te worden. Groepering verkleint de kans op verwisseling.ContextD5, D6
M38Afscheiding opslagvoorziening spuitbussen of gaspatronenEen opslagvoorziening voor spuitbussen of gaspatronen is voorzien van gaaswerk of andere afscheiding zodat deze de opslag niet kan verlaten. Niet van toepassing bij ruimtevullend blussysteem of brandveiligheidsopslagkasten.ContextD13, D3
M39Plaatsing (tank)containers op basis van ADR-klasse(Tank)containers met dezelfde ADR-klasse mogen boven en naast elkaar; verschillende ADR-klassen moeten minimaal 2,5 m (één containerbreedte) gescheiden worden opgeslagen.ContextD4
M40Opslag in vakkenIn opslagvoorzieningen met veiligheidsniveau A of B wordt in vakken opgeslagen. Vakken zijn maximaal 300 m², gescheiden door een gangpad van 3,5 m of een scheidingsconstructie met 30 min brandwerendheid.A+, B+, ContextD10, D6
M41Vakindeling veiligheidsniveau ABij veiligheidsniveau A met blusinstallatie wordt de vakindeling bepaald door het UPD. Bij bedrijfsbrandweer is vakindeling vereist als het scenario dit noodzakelijk maakt. In hoogstapelmagazijnen bepaalt de blusinstallatie de vakindeling.A+, ContextD10, D6
M42Vakindeling veiligheidsniveau BBij veiligheidsniveau B wordt vakindeling toegepast bij meer dan 300 m² brandbare stoffen. Vloeistoffen met vlampunt onder 100°C in niet-metalen verpakking vereisen voorzieningen tegen uitstromen naar aangrenzende vakken.B+, ContextD10, D6
M43Gescheiden opslag ADR-klasse 4.1 VG II en IIIADR-klasse 4.1 VG II en III met gevaarsaspecten D of DT mogen alleen met elkaar worden opgeslagen, niet met andere stoffen. Stoffen met gevaarsaspect SR2 worden altijd apart opgeslagen.ContextD13
M44Opslag ADR-klasse 4.2 VG III en 4.3 VG III in combinatie met ADR-klasse 3 VGIIIBij meer dan 10.000 kg van ADR-klasse 4.2/4.3 VG III gecombineerd met ADR-klasse 3 VG III is veiligheidsniveau A vereist. ADR-klasse 4-stoffen en ADR-klasse 3-stoffen worden 30 min brandwerend gescheiden.ContextD13
M45Controle verpakte stoffen in opslagvoorzieningVerpakte gevaarlijke stoffen worden bij ontvangst en periodiek gecontroleerd op juiste en leesbare gevaarsetiketten, beschadiging en lekkage. De controlefrequentie en registratie van afwijkingen zijn vastgelegd in een procedure.BasisD3
M46Gebruik gemotoriseerde transportmiddelenBewegingen en verblijfsduur van gemotoriseerde transportmiddelen in een opslagvoorziening zijn tot een minimum beperkt en beperken zich tot noodzakelijke werkzaamheden.BasisD1
M47Ingangscontrole (tank)containersDe buitenkant van (tank)containers wordt visueel geïnspecteerd voordat zij in de stapeling worden geplaatst, om lekkages en onregelmatigheden vast te stellen.ContextD3
M48Geschikte verpakkingDe verpakking voldoet aan de volgende voorwaarden: niets kan onvoorzien ontsnappen, het materiaal wordt niet aangetast door de inhoud, en de verpakking is bestand tegen normale behandeling.BasisD3
M49Wijze van opslag van acuut toxische stoffenAcuut toxische stoffen en ADR-klasse 6.1 VG I/II zijn uitsluitend in UN-gekeurde verpakkingen aanwezig. Handelingen zijn verboden tenzij noodzakelijk voor logistiek. Opslaghoogte maximaal 1,80 m voor VG I-stoffen.ContextD13, D3
M50Weerbestendige verpakkingDe verpakking van in de buitenlucht opgeslagen gevaarlijke stoffen is bestand tegen weersinvloeden zoals regen, vorst en UV-straling.ContextD3
M51Bescherming tegen inregenenEen open container met verpakte gevaarlijke stoffen die niet waterdicht zijn verpakt, is voorzien van bescherming tegen inregenen om aantasting van de verpakking en inhoud te voorkomen.ContextD3
M52Deugdelijke constructie van pallets en maximale stapelingPallets met gevaarlijke stoffen die gestapeld zijn, zijn van een deugdelijke constructie. Per verpakkingstype is een maximale stapeling vastgesteld afhankelijk van gewicht en sterkte van de verpakking.Basis, ContextD3
M53Stapelen van verpakte stoffenHet stapelen gebeurt volgens de gebruiksaanwijzing van de verpakkingsleverancier, rekening houdend met de sterkte van de (om)verpakking. Breekbare enkelvoudige verpakkingen worden niet gestapeld.Basis, ContextD3
M54Wijze van opslaan gasflessenGasflessen worden niet gestapeld tenzij een voorziening dit toelaat. Gasflessen worden staand opgeslagen, behalve lege flessen of flessen in een voorziening die rocketeren voorkomt.ContextD3
M55Stapelen van spuitbussen en gaspatronenDe stapelhoogte voor spuitbussen en gaspatronen is maximaal 3,60 m zonder stellingen. Bij veiligheidsniveau A geldt de stapelhoogte uit het UPD.ContextD3
M56Bescherming tegen omvallen gasflessenGasflessen zijn tegen omvallen beschermd door vastzetten met ketting, beugel of spanband. Stabiele cilinders (zoals propaan/butaan) hoeven niet vastgezet. Bij opslag in een vak gelden specifieke beschermingseisen aan drie zijden en voorzijde.ContextD3
M57Afstand tot dakplaten van verpakte gevaarlijke stoffenDe ruimte tussen opgeslagen goederen en de onderzijde van de dakplaten is ten minste 0,50 m voor licht ontvlambare en acuut toxische stoffen en spuitbussen/gaspatronen, nodig voor luchtcirculatie en opwarming door zonnestraling.ContextD3
M58Toegelaten handelingen met verpakte gevaarlijke stoffenHandelingen met gevaarlijke stoffen in een opslagvoorziening zijn verboden, behalve werkzaamheden voor monstername, lekkage-/calamiteitenbestrijding en ompakwerkzaamheden waarbij de primaire verpakking niet wordt geopend.Basis, ContextD3
M59Lekbak monsternamepunt acuut toxische stoffenEen monsternamepunt voor acuut toxische stoffen of ADR-klasse 3 VG I/II is voorzien van een productbestendige en vloeistofdichte lekbak. Een morsing wordt direct opgeruimd. Bij meerdere vloeistoffen is de lekbak gecompartimenteerd.ContextD4
M60Openen afsluiters gasflessenIn een opslagvoorziening worden afsluiters van gasflessen niet geopend, tenzij het gaat om gasflessen gekoppeld aan een installatie buiten de opslagvoorziening via vaste leidingen.ContextD3
M61Opstelling (tank) containers(Tank)containers en vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen zijn zodanig opgesteld dat ze altijd voor inspectie bereikbaar zijn en kunnen worden afgevoerd naar de calamiteitenplaats (M125).ContextD3, D5
M62Stapeling in buitenste rijen(Tank)containers met gevaarlijke stoffen worden in de buitenste rijen van de stapeling geplaatst om bereikbaarheid bij calamiteiten te waarborgen.ContextD5, D6
M63Stapeling open top containersOp een open top container wordt geen andere container gestapeld tenzij deze door twistlocks worden gekoppeld. Uitzondering: stapeling zonder stoten onder een brugkraan of in een automatische stack.ContextD3
M64Opstelling (tank)containers - aanvullendEen (tank)container met giftige gassen (etiket 2.3), ADR-klasse 6.1 VG I of ADR-klasse 8 met etiket 6.1 wordt op het maaiveld geplaatst op minimaal 5 m afstand van brandbare vloeistoffen en gassen.ContextD10, D5, D6
M65Opslag van aanverwante en koopmansgoederenIn een opslagvoorziening mogen aanverwante stoffen of koopmansgoederen aanwezig zijn bij maximaal 10 ton (60 min Wbdbo) of 20 ton (90 min Wbdbo), zonder VG I-stoffen, met spanningsvrije elektrische componenten.Basis, ContextD10
M66Opslag van aanverwante en koopmansgoederen veiligheidsniveau B en CBij veiligheidsniveau B of C worden aanverwante stoffen en koopmansgoederen behandeld als gevaarlijke stoffen. Bij het bepalen van het veiligheidsniveau worden de eigenschappen van aanverwante stoffen meegenomen.B+, C+D10
M67Opslag van aanverwante en koopmansgoederen veiligheidsniveau ABij veiligheidsniveau A wordt in het UPD rekening gehouden met alle opgeslagen stoffen of is er een bedrijfsbrandweer. Koopmansgoederen worden gescheiden opgeslagen van gevaarlijke stoffen in aparte vakken, tenzij het UPD anders bepaalt.A+, ContextD10, D12
M68Eisen aan machines en installatiesMachines en installaties in een opslagvoorziening zijn strikt noodzakelijk voor het logistiek proces, staan op minimaal 3,5 m afstand van gevaarlijke stoffen, worden periodiek onderhouden en zijn buiten bedrijfstijd uitgeschakeld.Basis, ContextD8, D9
M69Voorkomen van opwarming spuitbussen en gaspatronenOpwarming van spuitbussen en gaspatronen boven 50°C door zonnestraling of warmtebronnen wordt voorkomen. Opslag boven of binnen 1 m van kachels is verboden tenzij de oppervlaktetemperatuur nooit hoger dan 60°C wordt.ContextD3
M70VerwarmingDe verbrandingsruimte van verwarmingstoestellen staat niet in open verbinding met de opslagvoorziening. Onderdelen hebben geen hogere oppervlaktetemperatuur dan 200°C en geen contact met opgeslagen stoffen.ContextD8
M71Opslag van palletsLosse (lege) brandbare pallets zijn niet aanwezig in een opslagvoorziening om escalatie van brand te voorkomen.Basis, ContextD9
M72Opslag van pallets - eisenIn afwijking op M71 mogen beperkte aantallen losse pallets aanwezig zijn: maximaal 24 standaardpallets of 5% van palletplaatsen, op maaiveldniveau, maximaal 1,8 m hoog, in een apart vak gescheiden door 2,4 m of 30 min brandwerende constructie.Basis, ContextD9
M73Opslag van pallets - UPDAls pallets zijn meegenomen in de risicoafweging van het UPD (M99), zijn M71 en M72 niet van toepassing. De voorwaarden uit het UPD zijn dan leidend.A+, ContextD9
M74Materieel voor het vervoeren van (tank)containersMaterieel voor het vervoeren van (tank)containers is ontworpen, onderhouden en wordt gebruikt zodanig dat een veilige behandeling is gewaarborgd. Voor kranen en hijsmiddelen gelden Arbowet-verplichtingen.ContextD1, D3
M75Constructie van stellingenEen stelling voor opslag van gevaarlijke stoffen is bestand tegen de stoffen, stabiel, wordt niet zwaarder belast dan het ontwerp en de geschiktheid is aantoonbaar. NEN-EN 15512+A1 kan worden gebruikt voor palletstellingen.Basis, ContextD3
M76Manoeuvreerruimte tussen opslagvakkenTussen opslagvakken en stellingen is voldoende manoeuvreerruimte voor de gebruikte transportmiddelen om veilig gebruik te waarborgen.BasisD1
M77Aanrijdbeveiliging van stellingenBij risico op aanrijden is een stelling voorzien van vrijstaande aanrijdbeschermers op hoeken van stellinggangen en -onderdoorgangen.Basis, ContextD2
M78Aanrijdbeveiliging van stellingen - afwijkenIn afwijking op M77 is aanrijdbeveiliging niet noodzakelijk bij een (semi) geautomatiseerd magazijnsysteem als softwarematig is geborgd dat aanrijding wordt voorkomen, geen andere voertuigbewegingen plaatsvinden, en het systeem failsafe is.Basis, ContextD2
M79Aanrijdbeveiliging van gasflessenBij risico op aanrijden van gasflessen door frequente voertuigbewegingen is de opslagvoorziening voorzien van een aanrijdbeveiliging.ContextD2
M80Aanrijdbeveiliging van (tank)containers(Tank)containers en vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen zijn tegen aanrijding beschermd door technische maatregelen (aanrijdbescherming) of organisatorische maatregelen (routering van voertuigen).ContextD2
M81Beschadigingen aan de stellingBij blijvende vervorming van een stellingonderdeel worden onmiddellijk passende maatregelen genomen, zoals vrijmaken van opslag. De stelling wordt pas weer in gebruik genomen na vervanging/reparatie en beoordeling volgens M82.Basis, ContextD3
M82Periodieke inspectie van de stellingconstructieEen stellingconstructie wordt ten minste jaarlijks visueel geïnspecteerd op doelmatigheid, juist gebruik en beschadigingen. Resultaten worden geregistreerd en minimaal vijf jaar bewaard.Basis, ContextD3
M83Herkeuringstermijn van gasflessenDe herkeuringstermijn van gasflessen is niet verstreken. Bij overschrijding mag maximaal tweemaal de termijn worden opgeslagen mits aantoonbaar door lange gebruiksperiode en de fles in goede staat verkeert volgens NEN-EN 1968.ContextD3
M84Controle van brandkranenBrandkranen worden elke drie jaar door een deskundige gecontroleerd op waterdruk en wateropbrengst. De meetmethode wordt in overleg met de veiligheidsregio vastgesteld. Brandkranen worden tweemaal per jaar doorgespoeld.ContextD11, D12, D6
M85Deskundig personeelBij opslag van meer dan 2.500 kg is tijdens werkzaamheden minimaal één door het bedrijf aangestelde deskundige aanwezig met aantoonbare vakbekwaamheid op het gebied van de aanwezige stoffen en incidentbestrijding.Basis, ContextD3, D5
M86Instructie van medewerkersPersoneel met toegang tot de opslagvoorziening is op de hoogte van de aard en gevaarsaspecten van de opgeslagen stoffen, de te nemen maatregelen bij onregelmatigheden en het interne noodplan.BasisD5
M87Opleiding en instructie van bestuurders van transportmiddelenBestuurders van transportmiddelen zijn opgeleid en geïnstrueerd voor veilig gebruik van het transportmiddel, de gevaarsaspecten van gevaarlijke stoffen en bedrijfsinterne noodprocedures bij calamiteiten.Basis, ContextD1, D3
M88Niet toegankelijk voor onbevoegdenEen opslagvoorziening mag niet ongecontroleerd toegankelijk zijn voor onbevoegden. Hieraan is voldaan bij afdoende afscherming door muren, hekken of sloten rond de locatie.Basis, ContextD5
M89Failsafe of behoud van functieBesturingen van veiligheidssystemen zijn failsafe of met functiebehoud uitgevoerd, waaronder automatisch sluitende deuren, automatische magazijnsystemen, brand- en gasdetectie en VBB-systemen.Basis, ContextD10, D11, D12, D5, D6, D7
M90Brandwerendheid (Wbo) op basis van afstandDe Wbdbo kan in de buitenlucht behaald worden met afstand. Bij meer dan 5 m geldt NEN 6068-berekening met stralingscriteria (15 kW/m² op bouwwerk, 10 kW/m² op opgeslagen stoffen). Praktische benadering: 5 m = 30 min reductie, 15 m = 60 min reductie.ContextD10
M91Voorkomen van aanstraling op basis van afstand - gasflessenWarmtestralingsbelasting voor buiten opgeslagen gasflessen is maximaal 10 kW/m², in elk geval voldaan bij 15 m afstand. Bij kleinere afstanden zijn aanvullende maatregelen nodig zoals koeling (10 l/min/m² binnen 20 min) of brandwerende scheiding.ContextD10
M92Opslag van brandbare gassen zwaarder dan luchtGasflessen met brandbare gassen zwaarder dan lucht (zoals propaan/butaan) worden op minimaal 5 m afstand van kelderopeningen, putten, straatkolken en aanzuigopeningen van ventilatiesystemen beneden 1,5 m opgeslagen.ContextD7, D8
M93Afstand tot stoffen van ADR-klasse 7De afstand van een (tank)container met gevaarlijke stoffen tot een (tank)container met ADR-klasse 7-stoffen is ten minste 50 m. Voor stukgoedcontainers geldt een afstand van ten minste 25 m.ContextD10
M94Ruimte rond geparkeerde voertuigen met gevaarlijke stoffenRond een geparkeerd voertuig met gevaarlijke stoffen wordt een ruimte van 2 m vrijgehouden. Dit geldt niet voor voertuigen met lading uit dezelfde gevarenklasse, behalve ADR-klasse 3 en brandbare gassen klasse 2.ContextD10
M95Draagbaar blustoestelPer 200 m² is ten minste één draagbaar blustoestel aanwezig per opslagvoorziening, gevuld met ten minste 5 kg of 5 l blusstof, beschermd tegen weersinvloeden en geschikt voor beginnende brand van opgeslagen stoffen.Basis, ContextD8, D9
M96VBB-systeemIn een opslagvoorziening met veiligheidsniveau A is een geschikt VBB-systeem (vastopgesteld brandbeheersings- en blussysteem) aanwezig met detectie- en blusfunctie, gereed vóór start activiteit, conform het UPD (M99).A+, ContextD11, D12
M97BedrijfsbrandweerIn afwijking van M96 kan een bedrijfsbrandweer worden ingezet voor defensief blussen van buitenaf. Toepassing vereist een aanvraag via de omgevingsvergunning, een positief advies van de veiligheidsregio en voldoende personele en materiële inzetcapaciteit.A+, ContextD11, D12
M98Criteria beoordeling specifieke scenario's bedrijfsbrandweer-A+, ContextD11, D12
M99Uitgangspuntendocument (UPD)Voor een opslagvoorziening met VBB-systeem is een UPD opgesteld met uitgangspunten voor ontwerp, uitvoering, beheer en inspectie. Het UPD is goedgekeurd door het bevoegd gezag vóór aanleg en bevat doelstellingen, stoffenlijst, brandscenario's en gekozen systeem.A+, ContextD11, D12
M100Beoordeling van het UPDHet UPD wordt ter goedkeuring aangeboden aan het bevoegd gezag. Het beoordelingsrapport wordt opgesteld door een type-A-inspectieinstelling, geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17020. Bij bedrijfsbrandweer is ook een positieve beoordeling van de veiligheidsregio vereist.A+, ContextD11, D12
M101Ingebruikname opslagvoorzieningEen opslagvoorziening met veiligheidsniveau A en VBB-systeem wordt pas in gebruik genomen na een initieel inspectierapport door een type-A-instelling conform het goedgekeurde UPD. Bij bedrijfsbrandweer moet eerst worden voldaan aan de aanwijzing.A+, ContextD11, D12
M102Jaarlijkse controle van VBB-systeemNa ingebruikname wordt het VBB-systeem elke twaalf maanden geïnspecteerd door een type-A-instelling conform het CCV-inspectieschema, getoetst aan het goedgekeurde UPD. Het inspectierapport is beschikbaar in de opslagvoorziening.A+, ContextD11, D12
M103Bluswatervoorziening en bereikbaarheidVoor opslagvoorzieningen met veiligheidsniveau A, B en C is een bluswatervoorziening vereist, bereikbaar en afgestemd op het materieel van de (overheids)brandweer. Voor niveau A is aanvullend koelwater bepaald op basis van uitgewerkte scenario's.A+, ContextD11
M104Bluswatervoorziening en bereikbaarheid binnenopslagAls een opslagvoorziening in een ander bouwwerk ligt, is een bluswatervoorziening aanwezig met een opbrengst van 1.500 l/min binnen 100 m en 15 min opbouwtijd. Er is een veilige inzetplaats op maximaal 25 m van de interne brandscheiding.ContextD11
M105Blusleidingen en brandkranenBinnen de locatie zijn blusleidingen en brandkranen aanwezig. Brandkranen onderling maximaal 200 m (80 m bij opstallen), waterlevering minimaal 1.500 l/min per kraan bij gebruik van twee kranen. Brandkranen worden altijd vrijgehouden.ContextD11
M106Uitvoering van blusleidingenBlusleidingen zijn als ringleiding aangelegd met blokafsluiters. Ondergrondse stalen leidingen zijn corrosievast uitgevoerd; bestaande leidingen zijn corrosiebeschermd en aantoonbaar functioneel via inspectie en onderhoud.ContextD11
M107Normering voor brandkranenOndergrondse brandkranen voldoen aan NEN-EN 14339. Bovengrondse brandkranen geïnstalleerd na 1 maart 2008 voldoen aan NEN-EN 14384; daarvoor geldt DIN 3222 of NEN-EN 14384.ContextD11
M108Schuimvormend middel (SVM)Bij aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in (tank)containers zorgt de beheerder voor schuimvormend middel (SVM), middelen om schuim op te brengen en veilige inzet van (bedrijfs)brandweer. Hoeveelheid en locatie worden afgestemd met de veiligheidsregio.ContextD7, D8
M109BereikbaarheidDe opslagvoorziening en calamiteiten-voorzieningen zijn zodanig bereikbaar dat vereiste middelen effectief kunnen worden ingezet. Toegangsdeuren en aansluitpunten voor blussystemen worden vrijgehouden.Basis, ContextD6
M110Bereikbaarheid terreinHet terrein is altijd via twee zo ver mogelijk uit elkaar gelegen ingangen toegankelijk voor hulpdiensten. De minimumbreedte van toegangswegen is 3,5 m.ContextD6
M111Vrijkomen van dampenAls onbedoeld dampen kunnen vrijkomen, zijn doeltreffende maatregelen genomen. In een buitenopslag is natuurlijke ventilatie altijd gewaarborgd. Bij binnenopslag is voldoende ventilatie aanwezig.Basis, ContextD4, D7, D8
M112Eisen aan vloerDe vloer van een opslagvoorziening is vloeistofdicht en bestand tegen de opgeslagen stoffen, of er zijn doeltreffende maatregelen genomen om te voorkomen dat gemorste of gelekte stoffen in de bodem of het riool terechtkomen.ContextD4, D8
M113Intern noodplan en/of noodproceduresDe beheerder stelt een intern noodplan op met procedures voor detectie, waarschuwing, ontruiming en bestrijding van incidenten met gevaarlijke stoffen, passend bij de omvang en complexiteit van de locatie.Basis, ContextD5, D6
M114Intern noodplan - evaluatieHet intern noodplan wordt periodiek geëvalueerd en zonodig bijgewerkt, bijvoorbeeld na een incident, wijziging van opgeslagen stoffen of veranderingen in de bedrijfsvoering.Basis, ContextD5, D6
M115Nooddouche en oogspoelvoorzieningOp locaties waar wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen is een nooddouche en oogspoelvoorziening aanwezig, aangesloten op het waterleidingnet met voldoende capaciteit, bereikbaar binnen 10 seconden loopafstand.Basis, ContextD5
M116Informatievoorziening hulpdienstenInformatie over de aard, hoeveelheid en locatie van de opgeslagen gevaarlijke stoffen wordt beschikbaar gesteld aan hulpdiensten, conform de eisen van de veiligheidsregio en het Besluit kwaliteit leefomgeving.Basis, ContextD6
M117Informatievoorziening hulpdiensten - aanvullende informatieAanvullend op M116 wordt specifieke informatie verstrekt over de aanwezige installaties, bluswatervoorzieningen, bereikbaarheid en andere relevante aspecten voor een effectieve inzet van hulpdiensten.Basis, ContextD6
M118Wijze van beschikbaar stellen informatieDe wijze waarop informatie aan hulpdiensten wordt beschikbaar gesteld is afgestemd met de veiligheidsregio, bijvoorbeeld via een digitaal portaal, papieren documentatie of eeninrichtingsplan.BasisD6
M119Opruimen gemorste gevaarlijke stoffenGemorste of gelekte gevaarlijke stoffen worden direct en op correcte wijze opgeruimd met geschikte middelen. Het opruimprotocol is vastgelegd en personeel is getraind in de juiste werkwijze.Basis, ContextD4
M120Lekkage-instructieEr is een lekkage-instructie aanwezig die beschrijft welke acties moeten worden ondernomen bij een lekkage van gevaarlijke stoffen, inclusief het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en het alarmeren van hulpdiensten.Basis, ContextD4, D5
M121CalamiteiteninstructieEr is een calamiteiteninstructie aanwezig die beschrijft welke acties moeten worden ondernomen bij brand, explosie of andere calamiteiten, inclusief ontruimingsprocedures en alarmeringsprotocollen.Basis, ContextD5, D6
M122CalamiteitenploegEr is een calamiteitenploeg aanwezig of beschikbaar, bestaande uit getraind personeel dat in staat is om eerste maatregelen te nemen bij incidenten met gevaarlijke stoffen.ContextD5
M123Middelen voor incidentbestrijdingEr zijn voldoende middelen voor incidentbestrijding aanwezig, zoals absorptiemateriaal, persoonlijke beschermingsmiddelen, blustoestellen en lekbakken, afgestemd op de soorten gevaarlijke stoffenContextD4, D5
M124Beschadigde of lekkende gasflessenBeschadigde of lekkende gasflessen worden onmiddellijk veiliggesteld en afgevoerd naar een veilige locatie. Er is een procedure voor het omgaan met defecte gasflessen, inclusief communicatie met leveranciers en hulpdiensten.ContextD4
M125CalamiteitenplaatsEr is een calamiteitenplaats aanwezig op het terrein waar (tank)containers met lekkage veilig kunnen worden geplaatst, voorzien van een opvangvoorziening en op voldoende afstand van andere opslagvoorzieningen en locatiegrenzen.ContextD5, D6
M126Omvang en bereikbaarheid calamiteitenplaatsDe calamiteitenplaats is voldoende groot en bereikbaar voor hulpdiensten, voorzien van een opvangvoorziening voor de inhoud van de grootste (tank)container, en ligt op veilige afstand van gebouwen en opslagvoorzieningen.ContextD5, D6
M127Verplaatsing (tank)container naar calamiteitenplaatsEen (tank)container met lekkage kan veilig en snel worden verplaatst naar de calamiteitenplaats met geschikt materieel en getraind personeel.ContextD5
M128Verrijdbare opvangbakEr is een verrijdbare opvangbak beschikbaar die kan worden ingezet bij lekkage van (tank)containers of vervoerseenheden, groot genoeg om de inhoud van de grootste verpakking op te vangen.ContextD5
M129Opstelling geparkeerde voertuigen met gevaarlijke stoffenGeparkeerde voertuigen met gevaarlijke stoffen worden op een daarvoor bestemde plaats opgesteld, op voldoende afstand van gebouwen, opslagvoorzieningen en locatiegrenzen, en zodanig dat ze bij calamiteiten kunnen worden verplaatst.ContextD5, D6
M130Opslagvoorziening - vluchtrouteEen opslagvoorziening heeft voldoende vluchtroutes, zodanig dat bij een calamiteit alle aanwezigen de opslagvoorziening snel en veilig kunnen verlaten.BasisD5
M131VluchtroutesVluchtroutes zijn duidelijk gemarkeerd, vrij toegankelijk en leiden direct naar de buitenlucht of een veilige ruimte. De breedte en aantal vluchtroutes zijn afgestemd op het aantal personen en de oppervlakte van de opslagvoorziening.Basis, ContextD5
M132ToegangsdeurToegangsdeuren tot de opslagvoorziening zijn van buitenaf te openen zonder sleutel of gereedschap, of zijn voorzien van paniekbeslag, zodat bij nood de opslagvoorziening direct kan worden verlaten.Basis, ContextD5
M133Noodverlichting en vluchtrouteaanduidingEr is noodverlichting en vluchtrouteaanduiding aanwezig conform de geldende normen, zodat bij stroomuitval of rookontwikkeling de vluchtroutes zichtbaar blijven en personen veilig kunnen vluchten.Basis, ContextD5
M134Rook- en vuurverbodRoken en open vuur zijn verboden in en nabij de opslagvoorziening. Hieraan wordt voldaan door duidelijke bordeling en handhaving van het rook- en vuurverbod.Basis, ContextD8, D9
M135VeiligheidssignaleringVeiligheidssignalering conform NEN-EN-ISO 7010 is aanwezig in en bij de opslagvoorziening, waaronder verbods-, gebods-, waarschuwings- en brandblussignalering.Basis, ContextD5, D6
M136Gevaaraspecten op etikettenAlle gevaaraspecten op etiketten van opgeslagen stoffen zijn goed leesbaar en in de Nederlandse taal of met pictogrammen begrijpelijk. Etiketten worden bij ontvangst en periodiek gecontroleerd.Basis, ContextD5, D6
M137VeiligheidsinformatiebladenVeiligheidsinformatiebladen (VIB/SDS) van alle opgeslagen gevaarlijke stoffen zijn beschikbaar voor medewerkers en hulpdiensten, conform de REACH-verordening.Basis, ContextD5, D6
M138Opschrift gasflessenGasflessen zijn voorzien van een duidelijk opschrift met de gasnaam of gasformule, conform de eisen uit het ADR, zodat de inhoud te allen tijde identificeerbaar is.ContextD3, D5, D6
M139Keurmerk gasflessenGasflessen dragen een geldig keurmerk waaruit blijkt dat de fles is gekeurd conform de van toepassing zijnde normen (zoals NEN-EN 1968 of NEN-EN 1802).ContextD3
M140Niet-hervulbare gasflessenNiet-hervulbare gasflessen worden niet opgeslagen na de door de fabrikant aangegeven maximale gebruiksduur. Beschadigde of verroeste niet-hervulbare flessen worden direct afgevoerd.ContextD5, D6
M141Ontwerplevensduur gasflessenDe ontwerplevensduur van gasflessen wordt in acht genomen. Gasflessen die de ontwerplevensduur hebben overschreden, worden niet meer opgeslagen of gebruikt, tenzij na keuring de verdere geschiktheid is aangetoond.ContextD3
M142Zichtbaarheid gevaarsetiketHet gevaarsetiket op de verpakking is te allen tijde goed zichtbaar. Bij opslag in stellingen of pallets worden de etiketten zodanig geplaatst dat inspectie en identificatie mogelijk blijven.ContextD5, D6
M143Opslagvoorziening organische peroxidenEen opslagvoorziening voor organische peroxiden voldoet aan specifieke eisen: temperatuurbeheersing, gescheiden opslag van andere stoffen en een blussysteem dat koeling van naastgelegen opslag waarborgt.ContextD13
M144Toegestane stoffen voor tijdelijke opslagIn tijdelijke opslag mogen uitsluitend de stoffen worden opgeslagen die zijn toegestaan volgens de systematiek van deze richtlijn, conform de specifieke categorieën en hoeveelheden.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M145Gevaarlijke stoffen voor gebruik binnen de locatieGevaarlijke stoffen die bestemd zijn voor gebruik binnen de locatie (bijv. onderhoud, laboratorium) mogen in beperkte hoeveelheid in tijdelijke opslag aanwezig zijn.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M146Stoffen uitgezonderd van tijdelijke opslagBepaalde stoffen zijn uitgezonderd van opslag in tijdelijke opslag, zoals ontplofbare stoffen (ADR-klasse 1), radioactieve stoffen (ADR-klasse 7) en lithiumhoudende energiedragers.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M147Maximale hoeveelheid stoffen in tijdelijke opslagDe maximale hoeveelheid gevaarlijke stoffen in tijdelijke opslag is beperkt tot de in de richtlijn vastgelegde grenzen, afhankelijk van het type tijdelijke opslag (met of zonder personeel).ContextD10
M148Maximale hoeveelheid brandbare vloeistoffen in tijdelijke opslagDe maximale hoeveelheid brandbare vloeistoffen in tijdelijke opslag is beperkt tot de specifieke grenzen die in de richtlijn zijn vastgelegd voor brandbare vloeistoffen van diverse ADR-klassen.ContextD10
M149Samengestelde zendingEen samengestelde zending (diverse gevaarlijke stoffen in één zending) mag in tijdelijke opslag worden opgeslagen mits wordt voldaan aan de scheidingseisen en maximale hoeveelheden per stof.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M150Scheiding van gevaarlijke stoffenGevaarlijke stoffen in tijdelijke opslag worden gescheiden opgeslagen volgens de scheidingseisen uit Bijlage E, rekening houdend met onverenigbare combinaties.ContextD4
M151Tijdelijke opslag van uitsluitend gelimiteerde en/of vrijgestelde hoeveelhedenTijdelijke opslag van uitsluitend gelimiteerde hoeveelheden (LQ) en/of vrijgestelde hoeveelheden (EQ) mag onder versoepelde voorwaarden, mits de totale hoeveelheid binnen de gestelde grenzen blijft.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M152Tijdelijke opslag van uitsluitend LQ/EQTijdelijke opslag van uitsluitend LQ/EQ-verpakkingen mag onder specifieke voorwaarden, waarbij de verkleinde risico's door de beperkte verpakkingseenheden worden meegewogen.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M153Randvoorwaarden voor opslag in tijdelijke opslag (max. 10 ton zonder personeel)Voor tijdelijke opslag tot maximaal 10 ton zonder permanente aanwezigheid van personeel gelden specifieke randvoorwaarden voor opvang, bereikbaarheid en signalering.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M154Uitvoering tijdelijke opvangvoorziening (max. 10 ton zonder personeel)De uitvoering van de tijdelijke opvangvoorziening (max. 10 ton zonder personeel) omvat een vloeistichte bodem, afschot naar opvang en bescherming tegen weersinvloeden.ContextD10
M155Maximaal aanwezige hoeveelheid in tijdelijke opslag (max. 10 ton zonder personeel)De maximaal aanwezige hoeveelheid in tijdelijke opslag (max. 10 ton zonder personeel) is beperkt tot 10.000 kg per brandcompartiment.ContextD10
M156Wijze van opslag binnen de tijdelijke opslagvoorziening (max. 10 ton zonder personeel)De wijze van opslag binnen de tijdelijke opslagvoorziening (max. 10 ton zonder personeel) voldoet aan de basisveiligheidseisen: deugdelijke verpakking, correcte stapeling en vrijhouden van vluchtroutes.ContextD10
M157Randvoorwaarden voor opslag in tijdelijke opslag (max. 10 ton met personeel)Voor tijdelijke opslag tot maximaal 10 ton met permanente aanwezigheid van personeel gelden strengere randvoorwaarden, waaronder de aanwezigheid van een deskundige en uitgebreidere veiligheidsvoorzieningen.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M158Uitvoering tijdelijke opslagvoorziening (max. 10 ton met personeel)De uitvoering van de tijdelijke opslagvoorziening (max. 10 ton met personeel) omvat brandwerende constructie, opvangvoorziening, ventilatie en toegangsbeveiliging.ContextD10
M159Tijdelijke opslag - aanwezigheid deskundig personeel (max. 10 ton met personeel)Tijdelijke opslag met maximaal 10 ton met personeel vereist de aanwezigheid van deskundig personeel dat op de hoogte is van de gevaren en maatregelen bij incidenten.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M160Maximaal aanwezige hoeveelheid in tijdelijke opslag (max. 10 ton met personeel)De maximaal aanwezige hoeveelheid in tijdelijke opslag (max. 10 ton met personeel) is beperkt tot 10.000 kg per brandcompartiment, met een correcte registratie van de aanwezige stoffen.ContextD10
M161Afwijking van maximale hoeveelheid (max. 10 ton met personeel)In specifieke gevallen kan worden afgeweken van de maximale hoeveelheid (max. 10 ton met personeel) als aanvullende veiligheidsmaatregelen worden getroffen en dit is vastgelegd in de vergunning.ContextD10
M162Randvoorwaarden voor opslag in tijdelijke opslag (10-30 ton met personeel)Voor tijdelijke opslag van 10 tot 30 ton met personeel gelden de zwaarste randvoorwaarden, waaronder uitgebreide brandveiligheidsvoorzieningen, bluswatervoorziening en continue aanwezigheid van deskundig personeel.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M163Uitvoering tijdelijke opvangvoorziening (10-30 ton met personeel)De uitvoering van de tijdelijke opvangvoorziening (10-30 ton met personeel) omvat een robuuste opvangconstructie, voldoende capaciteit voor product- en bluswateropvang en brandwerende scheiding.ContextD10
M164Tijdelijke opslag - aanwezigheid deskundig personeel (10-30 ton met personeel)Tijdelijke opslag van 10-30 ton vereist continue aanwezigheid van voldoende en adequaat opgeleid personeel dat in staat is om eerste maatregelen bij incidenten te nemen.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9
M165Maximaal aanwezige hoeveelheid in tijdelijke opslag (10-30 ton met personeel)De maximaal aanwezige hoeveelheid in tijdelijke opslag (10-30 ton met personeel) is beperkt tot 30.000 kg per brandcompartiment met strikte registratie en scheidingseisen.ContextD10
M166Voorkomen snelle branduitbreiding tijdelijke opslag (10-30 ton met personeel)Voor tijdelijke opslag van 10-30 ton met personeel zijn voorzieningen getroffen om snelle branduitbreiding te voorkomen, zoals vakindeling, blusmiddelen en brandwerende scheidingen.ContextD10, D11, D8, D9
M167Opleiding en instructie bestuurders - tijdelijke opslagBestuurders van transportmiddelen op locaties met tijdelijke opslag zijn specifiek opgeleid en geïnstrueerd over de gevaren van de opgeslagen stoffen en de te volgen procedures bij calamiteiten.ContextD1, D10, D11, D12, D13, D2, D3, D4, D5, D6, D7, D8, D9