Datum: 22-04-2026 | Stoffen: 2 | Totaal: 3000.0 kg | Niveau: C
Vertrouwelijk - Alleen voor intern gebruik
Dit rapport presenteert de PGS 15:2025 compliance scan resultaten.
| Eigenschap | Waarde |
|---|---|
| CAS | 7664-93-9 |
| Hoeveelheid | 2500.0 kg |
| Vorm | vloeibaar |
| ADR/VG | 8 / II |
| Ondergrens | 250 kg |
| H-zinnen | H314,H290 |
- D1 — Aanrijding voorkomen
- D2 — Fysieke bescherming
- D3 — Juiste opslag
- D4 — Lekkage beheersen
- D5 — Noodreactie
- D6 — Hulpdiensten
- D7 — Verspreiding voorkomen
- D8 — Ontsteking voorkomen
- D9 — Brand in opslag voorkomen
- D10 — Escalatie passief beheersen
- D11 — Escalatie actief beheersen
- D12 — (Semi)automatisch blussen: door automatische branddetectie en blussystemen brand vroegtijdig detecteren en bestrijden, ook bij afwezigheid personeel
- S1-S16 — Alle oorzaak- en gevolgscenario's uit niveau C zijn van toepassing
Niveau Basis (28)
| Code | Maatregel | Omschrijving |
|---|---|---|
| MW1 | Zorgplicht beheerder | De beheerder draagt zorg voor de veiligheid van de opslagvoorziening. Dit omvat het waarborgen van een veilig ontwerp, veilige bouw, veilig gebruik, veilige invoering en veilige sloop/uit bedrijf name. De beheerder stelt een veiligheidsbeleid vast en zorgt voor uitvoering, toezicht en evaluatie. |
| M2 | Opslaan in opslagvoorziening | Gevaarlijke stoffen mogen uitsluitend worden opgeslagen in een opslagvoorziening die voldoet aan de eisen van PGS 15. De inrichting moet zodanig zijn ingericht dat de risico's voor mens en milieu beperkt blijven. |
| M3 | Vereist veiligheidsniveau | Op basis van het soort en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen wordt bepaald welk veiligheidsniveau (C, B of A) vereist is. Hoe hoger het niveau, des te meer maatregelen verplicht zijn. |
| M14 | Werkvoorraad | Werkvoorraad mag maximaal de hoeveelheid bedragen die nodig is voor maximaal één werkdag. De werkvoorraad moet zich in de nabijheid van de werkplek bevinden en apart worden gehouden van de voorraad. |
| M20 | Lege/onreinigde verpakkingen | Lege of onreinigde verpakkingen die gevaarlijke stoffen hebben bevat, moeten worden opgeslagen en afgevoerd als gevaarlijke stoffen, tenzij ze zodanig zijn gereinigd dat er geen gevaar meer is. |
| M30 | Opvangvoorziening (110%/10%) | De opslagvoorziening moet beschikken over een opvangvoorziening voor vloeibare stoffen. De opvangcapaciteit bedraagt minimaal 110% van de inhoud van de grootste opslageenheid, of 10% van de totale opslagcapaciteit indien dit meer is. Vaste stoffen: afgeschermd worden opgevangen. |
| M35 | Onverenigbare combinaties scheiden | Stoffen die bij vermenging gevaar opleveren (brand, explosie, giftige dampen) moeten gescheiden worden opgeslagen. PGS 15 geeft scheidingstabel waaraan voldaan moet worden. |
| M48 | Geschikte verpakking | Gevaarlijke stoffen moeten in geschikte verpakkingen of opslageenheden worden opgeslagen. De verpakking moet bestand zijn tegen de inhoud en de gebruiksomstandigheden. |
| M68 | Eisen machines/installaties | Machines en installaties in de opslagvoorziening moeten zodanig zijn ontworpen, gebouwd en in bedrijf gesteld dat zij bij normaal gebruik en bij te verwachten storin gen geen gevaar opleveren. |
| M85 | Deskundig personeel (≥2.500 kg) | Bij een opslagcapaciteit van 2.500 kg of meer gevaarlijke stoffen moet minimaal één persoon aanwezig zijn die beschikt over voldoende kennis en ervaring om de veiligheid te waarborgen en de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. |
| M86 | Instructie medewerkers | Alle medewerkers die werken met of in de nabijheid van gevaarlijke stoffen moeten worden geïnstrueerd over de gevaren, de veiligheidsmaatregelen en het optreden bij calamiteiten. Dit herhaaldelijk en bij wijzigingen. |
| M87 | Opleiding bestuurders | Bestuurders van voertuigen die gevaarlijke stoffen vervoeren binnen de inrichting moeten beschikken over een geldig rijbewijs en een geldig certificaat ADR of een vergelijkbare opleiding. |
| M88 | Niet toegankelijk onbevoegden | De opslagvoorziening moet zodanig zijn ingericht en beveiligd dat onbevoegden geen toegang hebben. Dit geldt zowel voor personen als voor dieren. |
| M89 | Failsafe/behoud functie | Bij uitval van een essentieel systeem (bijv. koeling, ventilatie, beveiliging) mag dit niet leiden tot een onaanvaardbaar risico. Systemen moeten failsafe werken of voorzien zijn van een back-up. |
| M95 | Draagbaar blustoestel | In de nabijheid van de opslagplaats moet minimaal één draagbaar blustoestel aanwezig zijn. Het type blusmiddel moet passen bij de opgeslagen stoffen (bijv. poeder, schuim, CO2). |
| M109 | Bereikbaarheid | De opslagvoorziening moet bereikbaar zijn voor brandweer en hulpdiensten. Er moeten voldoende manoeuvreerruimte en doorgangswegen zijn. |
| M111 | Vrijkomen dampen | Bij opslag van stoffen waaruit dampen kunnen vrijkomen, moeten maatregelen worden getroffen om de dampconcentratie beheersbaar te houden (ventilatie, dampdetectie). |
| M119 | Opruimen gemorste stoffen | Er moeten middelen en procedures aanwezig zijn voor het opruimen van gemorste gevaarlijke stoffen. Hulpmiddelen moeten geschikt zijn voor de opgeslagen stoffen. |
| M120 | Lekkage-instructie | Er moet een instructie aanwezig zijn voor het handelen bij lekkage van gevaarlijke stoffen. Deze moet beschrijven hoe lekkage wordt opgemerkt, gerapporteerd en opgeruimd. |
| M121 | Calamiteiteninstructie | Er moet een calamiteiteninstructie aanwezig zijn die beschrijft hoe te handelen bij brand, lekkage of ongeval. Alle medewerkers moeten bekend zijn met deze instructie. |
| M130 | Niet in vluchtroute | Gevaarlijke stoffen mogen niet worden opgeslagen in of direct nabij vluchtroutes, tenzij adequate beschermingsmaatregelen zijn getroffen. |
| M131 | Twee vluchtroutes | De opslagvoorziening moet beschikken over minimaal twee onafhankelijke vluchtroutes die leiden naar een veilige plek. |
| M132 | Toegangsdeur zonder sleutel | Deuren in vluchtroutes moeten vanuit de opslagruimte altijd zonder sleutel of gereedschap te openen zijn (paniekuitrusting). |
| M133 | Noodverlichting | In de opslagvoorziening moet noodverlichting aanwezig zijn die bij stroomuitval automatisch inschakelt en voldoende verlichting biedt voor veilige evacuatie. |
| M134 | Rook-/vuurverbod | In de opslagvoorziening geldt een rook- en vuurverbod. Dit moet door middel van verbodsborden duidelijk zijn aangegeven. |
| M135 | Veiligheidssignalering | Er moeten veiligheidssignalen (pictogrammen, waarschuwingsborden) aanwezig zijn die wijzen op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en de verboden/verplichtingen. |
| M136 | Etiketten gevaarsaspecten | Alle opslageenheden moeten voorzien zijn van etiketten waarop de gevaren voor mens en milieu staan vermeld, conform CLP-verordening. |
| M137 | Veiligheidsinformatiebladen (VIB) | Van elke opgeslagen gevaarlijke stof moet een veiligheidsinformatieblad (SDS/VIB) aanwezig zijn, toegankelijk voor alle medewerkers en hulpdiensten. |
Niveau C (14)
| Code | Maatregel | Omschrijving |
|---|---|---|
| M21 | WBDBO constructie (60/90 min) | De constructie van de opslagvoorziening moet een brandwerendheid hebben van minimaal 60 minuten voor dragende elementen, en 90 minuten voor brandscheidingwand s. Dit omvat de eisen uit het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (WBDBO) en PGS 15. |
| M23 | Escalatie voorkomen naastgelegen | Er moeten maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat een incident bij de opslag escalleert naar naastgelegen bedrijfsruimten, gebouwen of derden. Dit kan door middel van afstand, scheidingsconstructies of brandwerende afscherming. |
| M29 | Verspreiding voorkomen (geen riool) | Gevolgen van lekkage mogen niet via het riool of oppervlaktewater verspreiden. De opvangvoorziening moet afgescheiden zijn van het riool. Eventuele bluswater moet worden opgevangen. |
| M70 | Verwarming eisen | Indien de opslagruimte wordt verwarmd, moeten de verwarmingsinstallaties zodanig zijn aangebracht dat de temperatuur van de opgeslagen stoffen niet boven de veilige grenswaarde komt. |
| M76 | Manoeuvreerruimte | Tussen opslageenheden en tussen opslageenheden en wanden moet voldoende manoeuvreerruimte aanwezig zijn voor het veilig laden, lossen en verplaatsen van gevaarlijke stoffen. |
| M77 | Aanrijdbeveiliging stellingen | Stellingen en opslageenheden moeten beschermd zijn tegen aanrijding door vorkheftrucks of andere voertuigen. Dit door middel van aanrijdbeveiliging of voldoende afstand. |
| M78 | Aanrijdbeveiliging afwijken | Indien de aanrijdbeveiliging afwijkt van de standaard (bijv. door constructieve oplossingen), moet worden aangetoond dat een vergelijkbaar veiligheidsniveau wordt bereikt. |
| M103 | Bluswatervoorziening | Er moet een bluswatervoorziening aanwezig zijn die voldoende capaciteit heeft voor het bestrijden van een brand in de opslagvoorziening. De capaciteit en druk moeten zijn afgestemd op de opgeslagen stoffen. |
| M113 | Intern noodplan (≥10.000 kg) | Bij een opslagcapaciteit van 10.000 kg of meer moet een intern noodplan zijn opgesteld. Dit plan beschrijft de procedures bij brand, lekkage en andere calamiteiten, inclusief waarschuwing, evacuatie en coördinatie met hulpdiensten. |
| M114 | Noodplan evaluatie (3-jaarlijks) | Het interne noodplan moet minimaal één keer per drie jaar worden geëvalueerd en zo nodig herzien. Na een calamiteit of significante wijziging moet het plan onmiddellijk worden geëvalueerd. |
| M115 | Nooddouche/oogspoeling | In de nabijheid van de opslagplaats moet een nooddouche en/of oogspoelinstallatie aanwezig zijn, bereikbaar binnen 10 seconden loopafstand. |
| M116 | Informatie hulpdiensten (plattegrond) | Hulpdiensten moeten beschikken over een plattegrond van de opslagvoorziening met daarop de locatie van gevaarlijke stoffen, blusmiddelen, vluchtroutes en nutsvoorzieningen. |
| M117 | Aanvullende info hulpdiensten (30 min) | Binnen 30 minuten na een melding moeten hulpdiensten beschikken over aanvullende informatie over de opgeslagen stoffen, waaronder hoeveelheden, gevaren en bestrijdingsmaatregelen. |
| M118 | Hardcopy informatie | Essentiële veiligheidsinformatie (plattegrond, stoffenlijst, noodplan) moet ook in hardcopy aanwezig zijn, voor het geval digitale systemen niet beschikbaar zijn. |
Niveau B (9)
| Code | Maatregel | Omschrijving |
|---|---|---|
| M40 | Opslag in vakken (max 300 m²) | De opslag moet zijn verdeeld in vakken van maximaal 300 m². Elk vak wordt gescheiden door brandwerende constructies. Dit beperkt de omvang van een eventuele brand. |
| M42 | Vakindeling brandbare stoffen | Brandbare vloeistoffen moeten in afzonderlijke vakken worden opgeslagd, gescheiden van niet-brandbare stoffen. De indeling moet voorkomen dat brand overslaat naar andere vakken. |
| M64 | Brandoverslag preventie | Er moeten maatregelen worden getroffen om brandoverslag tussen opslageenheden en naar naastgelegen ruimten te voorkomen. Dit omvat brandwerende scheidingswanden en voldoende afstanden. |
| M65 | Rook- en warmteafvoer | De opslagruimte moet beschikken over rook- en warmteafvoerinstallaties die bij brand de rook en warmte afvoeren, zodat de stabiliteit van de constructie gewaarborgd blijft en hulpdiensten hun werk kunnen doen. |
| M66 | Extra bluswater compartimenten | Bij compartimentering moet per compartiment voldoende bluswatercapaciteit beschikbaar zijn, inclusief reserves voor langdurige inzet. |
| M84 | Controle brandkranen (3-jaarlijks) | Brandkranen en bluswaterleidingen moeten minimaal één keer per drie jaar worden gecontroleerd op werking, capaciteit en conditie. De resultaten moeten worden vastgelegd. |
| M90 | Constructieve brandbeveiliging | De constructieve brandbeveiliging omvat brandwerende scheidingen, -deuren en -aansluitingen die voorkomen dat brand overslaat. De brandwerendheid moet aansluiten bij het vereiste veiligheidsniveau. |
| M93 | Brandweer toegang containers | Containers en opslageenheden moeten zo zijn geplaatst dat de brandweer van alle kanten toegang heeft voor brandbestrijding. Er moet voldoende afstand zijn tot gebouwen en andere opslageenheden. |
| M94 | Brandweer instructie | De brandweer moet vooraf worden geïnformeerd over de aard en hoeveelheid van de opgeslagen stoffen, de lay-out van de opslag en de beschikbare blusmiddelen. Dit via een bedrijfsbrandweeroverleg of vergelijkbaar. |
Niveau A (11)
| Code | Maatregel | Omschrijving |
|---|---|---|
| M32 | Brandwerende constructie | De gehele constructie van de opslagvoorziening moet brandwerend zijn uitgevoerd, inclusief dragende elementen, gevels, daken en Scheidingswanden. Brandwerendheid minimaal 120 minuten voor dragende elementen. |
| M41 | Extra brandweer water | Naast de reguliere bluswatervoorziening moet extra capaciteit beschikbaar zijn voor langdurige brandbestrijding. Dit omvat reservecapaciteit en alternatieve watervoorzieningen. |
| M67 | Branddetectie (automatisch) | Er moet een automatisch branddetectiesysteem aanwezig zijn dat brand of rookontwikkeling tijdig opmerkt en alarmeert. Het systeem moet de brandweer automatisch alarmeren. |
| M73 | Constructie extra eisen | Bij niveau A gelden extra eisen aan de constructie: hogere brandwerendheid, specifieke eisen aan dak- en gevelconstructies, en beperking van brandbelasting in de constructie. |
| M96 | VBB-systeem (brandbeheersing) | VBB-systeem (brandbeheersing) |
| M97 | Bedrijfsbrandweer (alternatief) | Bedrijfsbrandweer (alternatief) |
| M98 | Criteria bedrijfsbrandweer | Criteria bedrijfsbrandweer |
| M99 | Uitgangspuntendocument (UPD) | Uitgangspuntendocument (UPD) |
| M100 | Beoordeling UPD | Beoordeling UPD |
| M101 | Ingebruikname opslagvoorziening | Ingebruikname opslagvoorziening |
| M102 | Jaarlijkse controle VBB | Jaarlijkse controle VBB |
| Eigenschap | Waarde |
|---|---|
| CAS | 1310-73-2 |
| Hoeveelheid | 500.0 kg |
| Vorm | vloeibaar |
| ADR/VG | 8 / II |
| Ondergrens | 250 kg |
| H-zinnen | H314 |
- D1 — Aanrijding voorkomen
- D2 — Fysieke bescherming
- D3 — Juiste opslag
- D4 — Lekkage beheersen: lekkage opvangen en beheersen zodat verspreiding wordt voorkomen
- D5 — Noodreactie: bij een incident snel en adequaat kunnen reageren
- D6 — Hulpdiensten: hulpdiensten snel en veilig ter plaatse kunnen laten komen en informeren
- D7 — Verspreiding voorkomen: voorkomen dat vrijgekomen stoffen zich verspreiden via riool, grond of lucht
- D8 — Ontsteking voorkomen: ontstekingsbronnen zoveel mogelijk beperken en beheersen
- D9 — Brand in opslag voorkomen: brand in de opslagruimte voorkomen of beheersen
- S1 — Aanrijding door voertuigen
- S2 — Val van stelling of opslageenheid
- S3 — Storing/defect aan stelling
- S4 — Lekkage uit verpakking of installatie
- S5 — Overvullen of onbedoeld mengen
- S6 — Technisch falen (ventilatie, koeling, pompen)
- S7 — Externe hitte (brand nabij, zonnestraling)
- S8 — Blikseminslag
- S9 — Aardbeving
- S10 — Opzettelijke handeling (sabotage, diefstal)
- S11 — Vrijkomen gevaarlijke stof (vloeibaar)
- S12 — Vormen van een giftige wolk
- S13 — Brand van opgeslagen stof
- S14 — Brandoverslag naar naastgelegen
- S15 — Ontploffing
- S16 — Eskalatie brand (bouwconstructie)
Niveau Basis (28)
| Code | Maatregel | Omschrijving |
|---|---|---|
| MW1 | Zorgplicht beheerder | De beheerder draagt zorg voor de veiligheid van de opslagvoorziening. Dit omvat het waarborgen van een veilig ontwerp, veilige bouw, veilig gebruik, veilige invoering en veilige sloop/uit bedrijf name. De beheerder stelt een veiligheidsbeleid vast en zorgt voor uitvoering, toezicht en evaluatie. |
| M2 | Opslaan in opslagvoorziening | Gevaarlijke stoffen mogen uitsluitend worden opgeslagen in een opslagvoorziening die voldoet aan de eisen van PGS 15. De inrichting moet zodanig zijn ingericht dat de risico's voor mens en milieu beperkt blijven. |
| M3 | Vereist veiligheidsniveau | Op basis van het soort en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen wordt bepaald welk veiligheidsniveau (C, B of A) vereist is. Hoe hoger het niveau, des te meer maatregelen verplicht zijn. |
| M14 | Werkvoorraad | Werkvoorraad mag maximaal de hoeveelheid bedragen die nodig is voor maximaal één werkdag. De werkvoorraad moet zich in de nabijheid van de werkplek bevinden en apart worden gehouden van de voorraad. |
| M20 | Lege/onreinigde verpakkingen | Lege of onreinigde verpakkingen die gevaarlijke stoffen hebben bevat, moeten worden opgeslagen en afgevoerd als gevaarlijke stoffen, tenzij ze zodanig zijn gereinigd dat er geen gevaar meer is. |
| M30 | Opvangvoorziening (110%/10%) | De opslagvoorziening moet beschikken over een opvangvoorziening voor vloeibare stoffen. De opvangcapaciteit bedraagt minimaal 110% van de inhoud van de grootste opslageenheid, of 10% van de totale opslagcapaciteit indien dit meer is. Vaste stoffen: afgeschermd worden opgevangen. |
| M35 | Onverenigbare combinaties scheiden | Stoffen die bij vermenging gevaar opleveren (brand, explosie, giftige dampen) moeten gescheiden worden opgeslagen. PGS 15 geeft scheidingstabel waaraan voldaan moet worden. |
| M48 | Geschikte verpakking | Gevaarlijke stoffen moeten in geschikte verpakkingen of opslageenheden worden opgeslagen. De verpakking moet bestand zijn tegen de inhoud en de gebruiksomstandigheden. |
| M68 | Eisen machines/installaties | Machines en installaties in de opslagvoorziening moeten zodanig zijn ontworpen, gebouwd en in bedrijf gesteld dat zij bij normaal gebruik en bij te verwachten storin gen geen gevaar opleveren. |
| M85 | Deskundig personeel (≥2.500 kg) | Bij een opslagcapaciteit van 2.500 kg of meer gevaarlijke stoffen moet minimaal één persoon aanwezig zijn die beschikt over voldoende kennis en ervaring om de veiligheid te waarborgen en de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. |
| M86 | Instructie medewerkers | Alle medewerkers die werken met of in de nabijheid van gevaarlijke stoffen moeten worden geïnstrueerd over de gevaren, de veiligheidsmaatregelen en het optreden bij calamiteiten. Dit herhaaldelijk en bij wijzigingen. |
| M87 | Opleiding bestuurders | Bestuurders van voertuigen die gevaarlijke stoffen vervoeren binnen de inrichting moeten beschikken over een geldig rijbewijs en een geldig certificaat ADR of een vergelijkbare opleiding. |
| M88 | Niet toegankelijk onbevoegden | De opslagvoorziening moet zodanig zijn ingericht en beveiligd dat onbevoegden geen toegang hebben. Dit geldt zowel voor personen als voor dieren. |
| M89 | Failsafe/behoud functie | Bij uitval van een essentieel systeem (bijv. koeling, ventilatie, beveiliging) mag dit niet leiden tot een onaanvaardbaar risico. Systemen moeten failsafe werken of voorzien zijn van een back-up. |
| M95 | Draagbaar blustoestel | In de nabijheid van de opslagplaats moet minimaal één draagbaar blustoestel aanwezig zijn. Het type blusmiddel moet passen bij de opgeslagen stoffen (bijv. poeder, schuim, CO2). |
| M109 | Bereikbaarheid | De opslagvoorziening moet bereikbaar zijn voor brandweer en hulpdiensten. Er moeten voldoende manoeuvreerruimte en doorgangswegen zijn. |
| M111 | Vrijkomen dampen | Bij opslag van stoffen waaruit dampen kunnen vrijkomen, moeten maatregelen worden getroffen om de dampconcentratie beheersbaar te houden (ventilatie, dampdetectie). |
| M119 | Opruimen gemorste stoffen | Er moeten middelen en procedures aanwezig zijn voor het opruimen van gemorste gevaarlijke stoffen. Hulpmiddelen moeten geschikt zijn voor de opgeslagen stoffen. |
| M120 | Lekkage-instructie | Er moet een instructie aanwezig zijn voor het handelen bij lekkage van gevaarlijke stoffen. Deze moet beschrijven hoe lekkage wordt opgemerkt, gerapporteerd en opgeruimd. |
| M121 | Calamiteiteninstructie | Er moet een calamiteiteninstructie aanwezig zijn die beschrijft hoe te handelen bij brand, lekkage of ongeval. Alle medewerkers moeten bekend zijn met deze instructie. |
| M130 | Niet in vluchtroute | Gevaarlijke stoffen mogen niet worden opgeslagen in of direct nabij vluchtroutes, tenzij adequate beschermingsmaatregelen zijn getroffen. |
| M131 | Twee vluchtroutes | De opslagvoorziening moet beschikken over minimaal twee onafhankelijke vluchtroutes die leiden naar een veilige plek. |
| M132 | Toegangsdeur zonder sleutel | Deuren in vluchtroutes moeten vanuit de opslagruimte altijd zonder sleutel of gereedschap te openen zijn (paniekuitrusting). |
| M133 | Noodverlichting | In de opslagvoorziening moet noodverlichting aanwezig zijn die bij stroomuitval automatisch inschakelt en voldoende verlichting biedt voor veilige evacuatie. |
| M134 | Rook-/vuurverbod | In de opslagvoorziening geldt een rook- en vuurverbod. Dit moet door middel van verbodsborden duidelijk zijn aangegeven. |
| M135 | Veiligheidssignalering | Er moeten veiligheidssignalen (pictogrammen, waarschuwingsborden) aanwezig zijn die wijzen op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en de verboden/verplichtingen. |
| M136 | Etiketten gevaarsaspecten | Alle opslageenheden moeten voorzien zijn van etiketten waarop de gevaren voor mens en milieu staan vermeld, conform CLP-verordening. |
| M137 | Veiligheidsinformatiebladen (VIB) | Van elke opgeslagen gevaarlijke stof moet een veiligheidsinformatieblad (SDS/VIB) aanwezig zijn, toegankelijk voor alle medewerkers en hulpdiensten. |
Niveau C (14)
| Code | Maatregel | Omschrijving |
|---|---|---|
| M21 | WBDBO constructie (60/90 min) | De constructie van de opslagvoorziening moet een brandwerendheid hebben van minimaal 60 minuten voor dragende elementen, en 90 minuten voor brandscheidingwand s. Dit omvat de eisen uit het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (WBDBO) en PGS 15. |
| M23 | Escalatie voorkomen naastgelegen | Er moeten maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat een incident bij de opslag escalleert naar naastgelegen bedrijfsruimten, gebouwen of derden. Dit kan door middel van afstand, scheidingsconstructies of brandwerende afscherming. |
| M29 | Verspreiding voorkomen (geen riool) | Gevolgen van lekkage mogen niet via het riool of oppervlaktewater verspreiden. De opvangvoorziening moet afgescheiden zijn van het riool. Eventuele bluswater moet worden opgevangen. |
| M70 | Verwarming eisen | Indien de opslagruimte wordt verwarmd, moeten de verwarmingsinstallaties zodanig zijn aangebracht dat de temperatuur van de opgeslagen stoffen niet boven de veilige grenswaarde komt. |
| M76 | Manoeuvreerruimte | Tussen opslageenheden en tussen opslageenheden en wanden moet voldoende manoeuvreerruimte aanwezig zijn voor het veilig laden, lossen en verplaatsen van gevaarlijke stoffen. |
| M77 | Aanrijdbeveiliging stellingen | Stellingen en opslageenheden moeten beschermd zijn tegen aanrijding door vorkheftrucks of andere voertuigen. Dit door middel van aanrijdbeveiliging of voldoende afstand. |
| M78 | Aanrijdbeveiliging afwijken | Indien de aanrijdbeveiliging afwijkt van de standaard (bijv. door constructieve oplossingen), moet worden aangetoond dat een vergelijkbaar veiligheidsniveau wordt bereikt. |
| M103 | Bluswatervoorziening | Er moet een bluswatervoorziening aanwezig zijn die voldoende capaciteit heeft voor het bestrijden van een brand in de opslagvoorziening. De capaciteit en druk moeten zijn afgestemd op de opgeslagen stoffen. |
| M113 | Intern noodplan (≥10.000 kg) | Bij een opslagcapaciteit van 10.000 kg of meer moet een intern noodplan zijn opgesteld. Dit plan beschrijft de procedures bij brand, lekkage en andere calamiteiten, inclusief waarschuwing, evacuatie en coördinatie met hulpdiensten. |
| M114 | Noodplan evaluatie (3-jaarlijks) | Het interne noodplan moet minimaal één keer per drie jaar worden geëvalueerd en zo nodig herzien. Na een calamiteit of significante wijziging moet het plan onmiddellijk worden geëvalueerd. |
| M115 | Nooddouche/oogspoeling | In de nabijheid van de opslagplaats moet een nooddouche en/of oogspoelinstallatie aanwezig zijn, bereikbaar binnen 10 seconden loopafstand. |
| M116 | Informatie hulpdiensten (plattegrond) | Hulpdiensten moeten beschikken over een plattegrond van de opslagvoorziening met daarop de locatie van gevaarlijke stoffen, blusmiddelen, vluchtroutes en nutsvoorzieningen. |
| M117 | Aanvullende info hulpdiensten (30 min) | Binnen 30 minuten na een melding moeten hulpdiensten beschikken over aanvullende informatie over de opgeslagen stoffen, waaronder hoeveelheden, gevaren en bestrijdingsmaatregelen. |
| M118 | Hardcopy informatie | Essentiële veiligheidsinformatie (plattegrond, stoffenlijst, noodplan) moet ook in hardcopy aanwezig zijn, voor het geval digitale systemen niet beschikbaar zijn. |
Geaggregeerd veiligheidsniveau: C.
JvG Consultancy PGS 15 Compliance Scanner. Raadpleeg altijd de volledige PGS 15:2025 publicatie.